De start van mijn verhaal dateert van zo’n vijfendertig jaar geleden en is ook verspreid over een vijftiental jaar. Het verteld niet zo gemakkelijk ook, eraan terugdenkend zie ik grove fouten bij mezelf, voel ik me medeplichtig en schuldig, schuldig aan moord? Het begon dus, hoe kan het anders, allemaal naïef onschuldig.
Als ploegwerker in een grote firma en als onderweg zijnde in het dagelijks leven was ik één van de zeven mensen, de vaste kliek van ploeg B. Voornaamste bezigheid zou natuurlijk moeten “ de zorg voor productie “ zijn maar te veel om op te noemen factoren brachten nog ander gegevens naar voor.
Binnen onze groep werd er een keiharde oorlog gevoerd, eigen aan mannen. Dit uitte zich voornamelijk in verbaal geweld en kleine pesterijen. Ogenschijnlijke vriendschap en samenhorigheid verhulde de echte drijfveren van verschillende leden van “de bende van zeven” waarbij de eigen tekorten door allerlei uitdagingen gecamoufleerd werden. Durf jij dat, ik durf dat ook!

De laatste dag voor het groot verlof was er steevast ene om een pint te gaan pakken. Niet meegaan stond gelijk aan niet mogen van de vrouw en zwakkeling. Eigen mening? De groep besliste! Was het maar één pint.

Twee auto’s waaronder een B.M.W. pronkstuk van één van ons zorgden voor het vervoer in tijden toen BOB nog niet bestond. De zwoele avond zorgde voor veel dorst, de gezelligheid in het café zorgde voor een sfeer waarbij “echte” mannen vergeten dat er thuis nog een vrouw en een kind is. Wie klapte van naar huis gaan werd zonder meer zot verklaard en verder vol gegoten met bier. De oorlog woede in alle hevigheid.

Dan toch, veel te laat naar huis, gelukkig reeds bij klaarlichte dag.
Laatste grote gebeurtenis, Fred, reeds half slapend en net als iedereen dronken, kotst de achterbank van de B.M.W. onder. De drie weken verlof waren ingezet.

Fred was al niet de uitschieter van de bende. Nog niet getrouwd, zelfs nog geen meisje en toch al tweeëntwintig jaar. Hij was ook wat zwak bij het verbale geweld dat schering en inslag was binnen onze groep. Hij had nooit een pasklaar antwoord op uitdagende en spottende opmerkingen aan zijn adres. Ik wel, als iemand mij te grazen wilde nemen wist ik wel altijd iets om in de tegenaanval te gaan. Lukte dit niet, dan wachtte ik mijn slag af om snoeihard terug te slaan, desnoods onder de gordel, met kwetsende woorden, of daden, pesterijen, zoekend naar compagnons in een eeuwig durende strijd. Nee, ik was niet de leider van de groep maar het scheelde niet veel.

Na het verlof was het accident met Fred natuurlijk het grote onderwerp van gesprek. Met allerlei flauwe opmerkingen in de richting van mister B.M.W. en natuurlijk Fred zelf konden de andere leden van de bende profiteren. Dat de aanval de beste verdediging is werd grondig bewezen, terwijl je met de andere de spot drijft laten ze u toch eventjes met rust.

Tien jaar lang heeft Fred, elke dag zonder ook maar één keer te mankeren opmerkingen gekregen over dat beschamende accident. Elke rustpauze, als de groep in de cafetaria tezamen was, was er wel altijd één die een komische meestal flauwe opmerking maakte, gevolgd door het bulderend gelach van de andere vijf en het beschamend neerkijken van Fred. Ook hij probeerde mee te lachen maar verder dan een wrang trekje op de mond kwam het niet.
Ik onderlijn nog even het feit, tien jaar lang, elke keer….

Mijn wegen liepen om redenen waarover ik een boek zou kunnen schrijven weg van de bende van zeven, weg van het ploegwerk, weg van de grote firma. Eerder toevallig ontmoette ik nog eens iemand en vroeg ik hoe het er was, hoe het met die en die was….

“ En hoe is het nog met Fred De Kotser?”vroeg ik, beseffende dat ik de lapnaam moest gebruiken daar ik me de echte achternaam niet kon herinneren.
“ Hoe, weet u dat niet? Fred heeft zelfmoord gepleegd! Hij heeft zich een kogel door de kop geschoten.” Zijn woorden werden gevolgd door wat stilte alsof er nu nog tijd was voor eerbetoon.
“Gelukkig was hij nooit getrouwd en het zal ook wel veel te maken hebben met zijn drankprobleem” hoorde ik de man nog vertellen.

Nog nooit heb ik het woordje “gelukkig” op zo ’n ongelukkige manier weten toepassen. Ik dacht aan vroeger toen ook ik deelnam aan dat haantjesgevecht onder mannen. Ik schaamde me, ik schaamde me diep.


Meralixe

Er is een smaak, gewoon, een manier van het door het leven gaan, die zo verschillend is van mens tot mens, dat we mogen besluiten dat het eigen gelijk niet bestaat en dat respect voor de andere mening belangrijker is...

5 reacties

LouisP · 18 september 2011 op 18:12

Ik hoor ’t je zo vertellen. Het leest wel fijn maar ’t voelt zo ‘ongemakkelijk gemakkelijk’ aan. Ook wel een beetje eenvoudig gemakkelijk. Maar wel weer goed verhaal..

Mien · 19 september 2011 op 07:40

Drank maakt meer kapot dan je lief is in een Meralixe-jasje.
Hier en daar wringt het wat heel eventjes tot nadenken stemt.

Mien

Libelle · 19 september 2011 op 08:09

Zelden nog heb ik me zo kunnen inleven in de geschetste situatie. Nu, in de luwte, besef ik dat er veel is om niet trots op te zijn.

sylvia1 · 19 september 2011 op 14:26

Na ‘d’n Beer’ (die ik nog tig keer heb herlezen) keek ik reikhalzend uit naar een volgend dorpsfiguur en ja… daar is ie, d’n Kotser. Wederom zo’n verhaal dat het verdient om verteld te worden. Ik vind het jammer als je me als lezer uit het verhaal haalt, zoals aan het begin al. Aan de andere kant heb je wel een heel eigen stijl, en dat geeft je verhalen iets authentieks.

pally · 19 september 2011 op 14:35

De eerste en tweede alinea tot:’ Binnen onze groep’ én de laatste alinea voor mezelf weglatend genoot ik van een sterk, echt op jouw manier verteld verhaal, Meralixe, en daar hou ik van,

groet van pally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder