Als ik terugdenk aan mijn vader, zie ik altijd eerst zijn ogen. Hij had indringend blauwe ogen, zoals de hemel soms heeft op een zonnige lenteochtend in maart. Helder, niet ijzig. Precies die kleur blauw waarmee de hemel dan lijkt uit te schreeuwen, dat het lente is. Oog voor de wereld had mijn vader niet maar planten en bomen kon hij omhoog kijken. Hij was tuinman en oefende dit beroep vooral thuis met hart en ziel uit. Bladerloze boomstammen kweekte hij op tot volle oerbossen, onbegrepen plantsoorten welke tot “herba non grata” waren verklaard, verleende hij politiek asiel. Zo konden zij rekenen op zijn onvoorwaardelijke steun, liefde en toewijding.
Het was opmerkelijk, omdat hij deze begrippen niet in zijn gezinsbeleving had meegekregen, oma had ze doodeenvoudig niet in haar woordenboek gehad.

Waar er op het werk sprake was van gestandaardiseerd tuinieren, was dat thuis totaal anders. Onze tuin had een vaste indeling, veranderingen hierin waren niet toegestaan. Groepen van verschillende soort en kleur werden niet gemengd want dan was de tuin te klein. In het gras bivakkeerde ieder voorjaar een leger sneeuwklokjes. Zij waren volgens duidelijk omlijnde bataljons ingekwartierd waaraan niet werd getornd. Verplaatsing van een sneeuwklokje stond gelijk aan een vroege dood, één enkele haal van de zeis was genoeg.

Langs het tuinpad van mijn vader, dat zich kronkelend vanaf de schuur langs verschillende kleurige borders tot aan de sloot uitstrekte, woonden de blauwe druifjes. Gezusterlijk stonden zij ieder voorjaar weer naast elkaar, gezellig bibberend in de, soms nog koude, lentewind. Aan de oever van de sloot lag een gele tulpenenclave en aan de voorkant van de schuur, naast de hyacinten, huisden de krokussen; paars bij paars, geel bij geel.

Verdekt opgesteld achter de seringenboom die ’s zomers heerlijk geurde, stond een houten kas die betere tijden had gekend. Erin hing de geur van verse aarde. Dat kon ook niet anders, met mijn vader in de buurt kreeg aarde simpelweg geen tijd om uit te drogen. Zomers kon ik er gemakkelijk illegaal druiven plukken, de begroeiing diende als beschutting en er waren druiven in overvloed.

In een maartse nacht nét voor de lente, nadat hij de eerste aardappelen had gepoot, stierf mijn vader aan een hartstilstand. Daarmee verloor hij ook de zeggenschap over de verschillende bevolkingsgroepen in zijn tuin. Al na enkele dagen ontstond er een stil protest onder de beplanting. Verschillende bomen verloren spontaan het loof en de bollen begonnen zich vreemd te gedragen. Van een devoot en zwijgend volk veranderden zij in wraakzuchtige duiveltjes. Overal kwamen ze tevoorschijn, zelfs tot in augustus van dat jaar.

Anders lag dat voor de aardappelen oogst.
Die mislukte en de druiven waren zuur. De theerozen, ooit oma’s trots in vurig rood, hingen nu zielig oud roze te zijn. Dat najaar viel er geen appel van de boom; de vruchten waren simpelweg verschrompeld. Onze tuin der lusten werd een tuin van zuchten. Een decennium lang verklaarde het groenvolk zich tot autonome dictatuur, met uitzondering van de sneeuwklokjes.

Mijn vriendje en ik besloten om te trouwen. Mijn huis werd ons huis, na een verbouwing van bijna honderddertig weken. In de renovatieperiode werd de tuin meerdere malen door de buren tot regionaal rampgebied verklaard. Dat was ook zo, maar zelden heb ik zulk mooi onkruid gezien als na de zomer, waarin we onze oude dakpannen afstoften voor hergebruik. De tuin was geworden tot een groot kleuren- en geurenfeest ook al was het gemeengoed, aangezien onze heemtuin zich een weg door de buurt was gegroeid.

Van een vaste tuinindeling was post-renovatief geen sprake meer. Tot mijn spijt heb ik niets van vaders groene genen geërfd. Struiken komen bij mij altijd op de verkeerde plek terecht doordat ik niet oplet, als ik ze in de grond zet. Ik lees doodeenvoudig het kaartje niet als ik een plant koop. De blauwe ogen van mijn vader heb ik ook al niet geërfd, behalve dan de zes gemeenschappelijke dioptrieën, die ik koester.

Toch heb ik wel degelijk iets van mijn vader geërfd, iets heel bijzonders. Mijn vaders witte vriendinnen, de sneeuwklokjes. Voor de groene dictatuur hebben ze nooit gebogen. In sommige lentes was hun terugkeer lastig aangezien zij zich aan het gras, dat steeds op verschillende plaatsen lag, moesten aanpassen. Dat lag regelmatig op de verkeerde plaats. De trouwe witte sneeuwklokjes van mijn vader verhuisden altijd dapper mee, verlieten hem nooit.

En nu nog, als traditie, melden zij zich ieder voorjaar altijd weer trouw op de plek waar het gras groeit. Nog altijd bivakkeren zij in keurige groepjes. Vaste tijd, vaste prik, altijd zo rond de 4e maart.
Groene vingers, tot óver het graf?

Categorieën: VEC

Odette

Overtuigd twijfelaar. Boetseert woordjes tot sprekende beelden.

16 reacties

Mien · 1 april 2010 op 07:11

Van Ontwikkeling tot volle bloei in weemoed. Mooi.

SIMBA · 1 april 2010 op 07:45

[quote]Langs het tuinpad van mijn vader, dat zich kronkelend vanaf de schuur langs verschillende kleurige borders tot aan de sloot uitstrekte, woonden de blauwe druifjes[/quote]
Een flash-back naar het tuinpad van mijn opa!

arta · 1 april 2010 op 10:41

Een rondleiding door jouw vader’s tuin en de tijd… Op de een of andere manier raakt dit stuk me. Ik vind het erg mooi geschreven. 🙂
Ooit las ik ergens ‘een tuinder verlaat nooit zijn tuin’ en moest even terugdenken aan het weghalen van een enorme betonnen plaat uit de tuin van mijn onderburen, die er al minstens vijftig jaar lag: Binnen twee weken stond het ongezaaid vol Indische kers! (en nog)

Avalanche · 1 april 2010 op 12:26

Erg mooi, Ontwikkeling. Jouw schrijfstijl boeit en onroert. Zeer van deze column genoten!

vanlidt · 1 april 2010 op 13:26

Langs het tuinpad van mijn vader…

Prachtstuk :wave:

klapdoos · 1 april 2010 op 14:30

Een mooi geschreven stukje puur natuur, met genoegen gelezen, groetjes van leny

Off topic :Laagje vernis slaat op het nietzeggende “houden van”dat zij nog hoopte te vinden in zijn aanval van liefde. Het einde is reeds bekend :lach: :lach:

lisa-marie · 1 april 2010 op 15:27

hiervan heb ik genoten , met volle teugen en met het liedje langs het tuinpad van mijn vader op de achtergrond :wave:

Prlwytskovsky · 1 april 2010 op 17:39

Met genoegen gelezen.
Heerlijk toch, om even terug te blikken naar het verleden.

Dees · 2 april 2010 op 14:13

Prachtig geschreven. Het neigt licht naar magisch realisme en daar ben ik een [i]sucker[/i] voor.

Ontwikkeling · 2 april 2010 op 16:41

‘k Heb getwijfeld of het erbij moest (tuinpad van mijn vader) omdat ik in eerste instantie dacht dat het flauw overkwam.
Heb het er uiteindelijk toch in gelaten….gelukkig zie ik nu 😉

Ontwikkeling · 2 april 2010 op 16:43

Een tuinder verlaat zijn tuin niet…dat klopt. 23 jaar na dato tonen de dames sneeuwklok zich nog ieder jaar, in het gras. Heerlijk gezicht en voor mij betekent het altijd weer een “bezoek” van pa…

Ontwikkeling · 2 april 2010 op 16:50

Mensen, bedankt voor jullie lieve reacties! Was heel nerveus voor het plaatsen van deze column (ben potdorie tot ‘s nachts opgebleven voor het verschijnen ervan) maar de nervositeit was het meer dan waard.

‘k Heb sinds gisteren een paar heel kleine vleugeltjes, morgen flikkeren ze er natuurlijk genadeloos weer af, maar deze twee dagen pakt niemand me meer af….
Nogmaals bedankt!

Ontwikkeling · 2 april 2010 op 18:02

Dank!

Fem · 3 april 2010 op 08:59

Die vleugeltjes heb je recht op hoor…

Mooi verhaal!

LouisP · 3 april 2010 op 21:00

Ontwikkeling….een dikke proficiat met je VEC….maar ook met je andere stukken en stukjes…..en den deze? Ik vind hem ‘wets’…en ik ga hem nog een paar keer lezen….mooi..

gr.
Louis

Ontwikkeling · 4 april 2010 op 12:31

Dank je wel Louis!

Geef een antwoord