Ik probeer zoveel mogelijk om niet meer te sporen. Wel gewoon rechts van de weg en stoppend voor rood en niet grof gebekt, maar verder geen restricties.
Er zijn mensen die ik nu een half leven ken en ik ben met hen nog steeds niet verder gekomen dan over de vakantie lullen en over lekker eten in weggestopte restaurantjes. Wát ik ook prijsgeef over mezelf, dat ik blut ben of zo, of depressief, ze zijn niet uit hun rol te meppen. Thans trek ik al lang niet meer aan die dooie paarden. Hun vakanties zijn altijd fantastisch, hun kinderen behoren tot de high potentials bij hun baas en de inruilprijs van hun auto was weer buitengewoon, maar getallen noemen ze niet.
Ze zoeken hun slachtoffers uit op verjaardagen en partijen en daar ga ik dus niet meer naar toe.
Nu was ik altijd een gewillig slachtoffer want de frustratie was altijd van mijn gezicht te lezen en snedig of ad rem ben je dan ook al niet.
Nu is het lek boven en ben ik altijd iedereen net een stap voor. Dat wil zeggen als ik door omstandigheden toch nog in zo’n petieterige bourgeois situatie terecht kom. En dat is zelden omdat ik mezelf bijna heb klaargestoomd voor het kluizenaarschap.
Laatst kwam ik toch nog terecht naast een golfarrangementjesdame, vol gehangen met sieraden. ‘Ik ben gek op goud’, zei ze. Al haar zinnen begonnen met ‘ik’ trouwens.
‘Ik helemaal niet’ antwoordde ik gehaast, ‘al sinds die uitspraak van mijn moeder niet’
Ze vroeg helemaal niet naar de uitspraak van mijn moeder en wilde juist over een van haar armbanden gaan kakken.
Ik stootte haar aan en sprak luider nu; ‘Weet je wat mijn moeder zei?’ Ik wachtte niets meer af nu; ‘Ze zei, al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding’.
Expres lachte ik iets te luid en sommigen lachten mee. Die mensen heb je altijd.
Enigszins provocerend niet sporen levert je bijna instant isolatie op en ik moet zeggen dat het me uitstekend bevalt.
‘Hou jij niet van bridgen Piet?’ Ik heet Piet en een heer met een vlinderdasje stelde de vraag.
Mijn antwoord kwam snel, want ook ingestudeerd: ‘Nee Toine, mijn IQ is zeer beperkt, 105 geloof ik en dat is te weinig om met plezier te kunnen bridgen. Zelfs met klaverjassen heb ik moeite’.
Zo heb ik enkele prefab antwoorden ingestudeerd en meer en meer thans heb ik ze niet meer nodig en kan ik zelfs improviseren. Het verhaal van die IQ klopt overigens wel.
‘Ben jij nog wel eens geil?’, vroeg ik laatst een vriendin van mijn vrouw, ook al zo’n gekunselde dame. Sindsdien roept mijn vrouw me niet meer voor de thee als ze op bezoek is.

Ik ben bijna klaar voor mijn eenzame bestaan. Een of twee mensen zijn me trouw gebleven, in hen investeren gaat bijna vanzelf. Een broodje kaas wordt nog betaalbaar bij mijn crematie.


4 reacties

Avatar

LouisP · 6 april 2012 op 21:37

‘Ik helemaal niet’ antwoordde ik gehaast, ‘al sinds die uitspraak van mijn moeder niet’
Ze vroeg helemaal niet naar de uitspraak van mijn moeder en wilde juist over een van haar armbanden gaan kakken.

Ik vind dit heel erg bijzonder, boven grappig uit. Het hele stukje trouwens.
Ik had de laatste alinea weggelaten. Wat daarboven staat en ik dus als laatste zin had gebruiktt, is echt goed!

Avatar

pally · 6 april 2012 op 22:42

Je lekker grof afzetten tegen het oppervlakkige gezemel op feestjes, Libelle. Ik schat in dat je het niet zo doet. Maar je fantasie er wel graag op loslaat omdat je er soms echt schoon genoeg van hebt.
Heel leuk geschreven. Maar ook van mij had die laatste zin, die ook in een eerdere column zag, niet gehoeven.
Of wordt het ‘een broodje bij begrafenissen-serie’ met steeds een andere draai?
daar ben ik dan weer wel voor in 😀

groet van pally

Avatar

embee · 7 april 2012 op 15:43

Leuk geschreven, ik heb hard gelachen, vooral om je beschrijving van de figuren die het ik-syndroom hebben, en nooit luisteren.

Groetje van Embee

Avatar

Libelle · 10 april 2012 op 11:44

Van harte bedankt voor de inhoudelijke reacties.

Geef een antwoord