‘Het is fantastisch!’ riep een klein vrouwtje achterin de zaal. ‘Jarenlang
durfde niemand er aan te beginnen!’
Connie richtte haar camera en maakte een foto.
Ik wist niet wat ik moest zeggen. Moest ik wel iets zeggen? De mevrouw achterin was dichterbij gekomen. Ik zag dat ze jonger was dan ik had gedacht. Ze droeg ook zo’n Hokusai pak. Ze deed haar masker af
‘Ik ben Minnie Koeters,’ zei ze. ‘Geweldig dat u het aandurft! Weet u al hoe het verhaal gaat worden?’
’Nog niet,’ aarzelde ik. Ik keek haar aandachtig aan. Er stond me iets bij. Die naam had ik eerder gehoord.
‘Fantastisch,’ zei een lange man vlak naast me. ‘We hebben er vaak over gefantaseerd hoe het af zou lopen.’
Connie zette hem ongegeneerd op de foto. Een lange kale Hokusai met een buikje.
Wat fantaseerde u dan?’ vroeg ik nieuwsgierig.
‘Dat hij bijvoorbeeld op reis zou gaan. En dan kon er weer van alles gebeuren.’
Ik knikte. Het idee was nog zo gek niet.
‘Tja, dat is het nou, we wisten dan niet waarheen hij moest,’ zei een andere Hokusai. Hij keek me ernstig aan. ‘Als kind heeft me dat vreselijk gefrustreerd.’
Ik keek van de een naar de ander. Wie was er nou gek? Ik, die dit serieus stond aan te horen of die gekken weerszijden van me?
Connie liep geruisloos om ons heen en maakte de ene na de andere foto.
Ik keek nog steeds van de een na de ander. Ik wist echt niet wat ik moet zeggen.
‘De een is gefrustreerd door wat hij miste, de ander heeft er weer goede herinneringen aan,’ zei Minnie enthousiast. ‘Let maar eens op hoe er wordt gepraat over Swiebertje, Pipo, Ja zuster, nee zuster, Mik en Mak, en Hokusai natuurlijk.’
Ze keek me met een olijke blik aan. Plotseling had ik het gevoel dat ik door haar voor de gek werd gehouden.
’Maar Hokusai Bon was het mooist van allemaal,’ zei een korte dikkerd. Hij had zijn master om zijn hals hangen. Zijn gordijncape sleepte achter hem aan. ‘Ik heb ze allemaal gezien.’ Hij keek ons trots aan. ‘Ik ben een kenner.’
Er kwam een slanke man bij ons staan. ‘U bent de auteur van de laatste aflevering heb ik begrepen?’
Ik kon het niet meer ontkennen. Ik knikte.
‘Als het af is zorgen wij voor de verfilming,’ zei de slanke
man. Dan roepen we nog een keer het oude clubje bij elkaar en gaan we er tegenaan. Hij wees naar een Hokusai die naast hem kwam staan hem. ‘Dit is Berend, onze cameraman de van destijds.’
De aangesprokene knikte. ‘Berend Herkens,’ stelde hij zich voor. ‘Piepjong
was ik,’ vervolgde hij. ‘Maar het was leuk werk. Het moest ook in een keer goed anders kostte het teveel geld.’
Alle Hokusais om me heen begonnen te lachen. Ik keek eens om me heen. Ik kreeg het gevoel dat ik langzaam gek werd. Ik moest hier weg.
Nonchalant liep ik bij het groepje vandaan. Minnie liep met me mee.
‘Volgens mij heb je er genoeg van,’ lachte ze.
‘En ik moet ook nog een aflevering schrijven,’ merkte ik op.
‘Het zijn gelijkgestemden onder elkaar,’ haalde Minnie de schouders op. ‘Zo heeft iedereen zijn eigenaardigheden.’
Een grote brede man kwam op ons aflopen. ‘Bent u de schrijver die de laatste aflevering gaat overdoen?’
Ik keek hem fronsend aan. Begonnen ze nou weer? ‘Ja.’
‘Ik ben Pieter Jaspers, de grimeur van Hokusai. Ze hebben me verzocht u even onderhanden te nemen voor een foto.
‘Foto?’ vroeg ik verbaasd.
Conny begon te giechelen.


0 reacties

Geef een reactie