“Mag ik even uw PC-nummer weten, meneer?”
In lichte paniek staar ik apathisch naar mijn elektronische toverdoos. Met mijn ogen scan ik alle getallencombinaties af die mogelijk mijn PC-nummer zouden kunnen duiden. Securitycode, verpakkingscode, processorcode. Mijn hele PC staat vol cijfertjes. Maar waar kan ik in hemelsnaam mijn PC-nummer vinden? “Het bestaat uit twee letters gevolgd door zes cijfers en het staat waarschijnlijk boven op uw PC, meneer.”
Ik trek mijn antieke toverdoos met veel kabaal onder mijn bureau vandaan en warempel, daar zie ik een plaatje met inscriptie PS123456.
“Ja, meneer, bij een laptop was het eenvoudiger geweest”, hoor ik de helpdeskboy aan de andere kant van de lijn triomfantelijk zeggen.
Hij heeft duidelijk mijn gemorrel en gestuntel door de telefoon waargenomen.
Ik geef snel mijn PC-nummer door.
“Mag ik nu even uw PN weten?”
Mijn hersens kraken, wat was dat ook alweer, PN? O ja, mijn personeelsnummer.
Niet te verwarren met mijn telefoonnummer dat op één cijfer na hetzelfde is.
Ik antwoord braaf en hoest de cijfers op. Vervolgens gaat de helpdeskboy verder met het diepte-interview.
“Hebt u de PC al een keer uit- en opnieuw aangezet?”
“Jazeker, antwoord ik voldaan.”
“Oké, en daarna doorloopt uw PC een security-scan, klopt dat? Tja, dat is vervelend hè, telkens zo’n check-up? En vervolgens worden er nieuwe patches geïnstalleerd, klopt dat? Mooi. Dan ga ik nu uw PC overnemen.”
“Er verschijnt zo meteen een pop-up op uw beeldscherm. U wordt gevraagd om mij toe te laten op uw PC.
Met remote control neem ik dan uw PC over. Daar komt ie.”
De laatste twee minuten van deze conversatie met de helpdeskboy voorspellen niet veel goeds. Ondanks de oorlogskretologie probeer ik rust en geduld te bewaren. Bijna mijn volledige doopcel heb ik moeten lichten alvorens er iets zinnigs over mijn PC-probleempje naar buiten komt. Nu ik eenmaal contact heb mag ik het niet verliezen. Er zitten nog veel wachtenden op de lijn. Dat weet ik. Zelf heb ik ook bijna 10 minuten moeten wachten.
Plots verschijnt het pop-up-scherm voor mijn ogen. Ik geef de helpdeskboy toestemming om mijn PC over te nemen. De cursorpijl vliegt als een razende roeland kriskras over mijn beeldscherm. Drie vensters worden achter elkaar open geklikt. Maar helaas, de vijand zit elders verhuld. De lijn en de cursorpijl vallen stil. De stilte duurt wel erg lang.
“Hallo helpdeskboy, bent u daar nog, kunt u mij even uitleggen wat er gebeurd, ik wil er wel wat van leren hoor?”
“Nou meneer, uw instellingen staan niet goed. U hebt ook een verouderd besturingssysteem en Internet Explorer kan daar niet mee overweg. Verder conflicteert uw Acrobat Reader met een andere PDF reader, die meegekomen is met de laatste patch.”
Mijn hersenen verwerken de nieuwe informatie. Even overweeg ik een andere hulplijn in te zetten. Maar ach, verdorie, dat kan niet, mijn toestel is immers al bezet. Aan de andere kant van mijn kantoor hoor ik een collega luid grinniken. Leedvermaak of herkenning?
Ik antwoord de helpdeskboy: “U stuurt mij werkelijk waar van de regen in de drup. Ik vraag alleen maar waarom mijn PC zo traag werkt en vervolgens wordt mijn PC seniel verklaart en ervan beticht dat hij zich inlaat met applicaties van slecht allooi. Daar kan die PC niets aan doen hoor?.”
“Wat zegt u, voor dit soort kwesties moet ik bij een andere afdeling zijn? Maar dit is toch de helpdesklijn? O, daar gaat u niet over? Bij wie moet ik dan zijn om mijn PC te begraven? Bij Facilitaire Zaken? Dat meent u? Die komen hem dan ophalen? En dan gaat ie naar afdeling EHBPC voor een acute digitale transplantatie. Dat vind ik nou niet bepaald klantvriendelijk. Ik zou graag als klant wat meer easy geholpen willen worden. Een beetje klanteasy zal ik maar zeggen. Dat zou ook een stuk beter zijn voor uw klandizie. O, u hebt al genoeg klanten. Nou tot volgende week dan maar weer, dag.” In mijn oor klinkt irritant: “Tuut, tuut, tuut …” De helpdeskboy is alweer op weg naar een nieuwe klus. En ik, ik bel Facilitaire Zaken.
[b][url=http://www.keithrull.com/content/binary/CALL-CENTER.jpg]Mien redder in de nood[/url][/b]
[img align=left]http://411tech.org/images/help_pic.jpg[/img]

15 reacties
arta · 26 september 2010 op 10:15
Haha, erg grappig, zóó herkenbaar… “Ik ga nu even bij je inbreken’, zeggen ze op mijn werk altijd…
embee · 26 september 2010 op 11:00
Ja, leuk Mien, gebeurde mij vroeger ook wel.
Nu breekt mijn zoon bij mij in via teamviewer en
hup alles weer hersteld….
Anti · 26 september 2010 op 11:07
Mien, leuk geschreven en heel herkenbaar. Ik krijg er altijd weer de kriebels van. Bij mijn laatste opdrachtgever waar ik zes weken zou werken, hadden ze na drie weken eindelijk een login voor het netwerk. Vervolgens hadden ze nog een week nodig toen bleek dat ik vanaf een notebook werkte en niet vanaf een pc. Ze bleven alleen maar roepen dat de eerste inlog vanaf een vaste pc moet. Verder wel heel leuk bedrijf 😀 .
Kok · 26 september 2010 op 11:09
Als oud-ICT medewerker herken ik dit soort situaties maar al te goed. En het is nog verklaarbaar ook dat een gebruiker (voor de ICT-crowd de nerds, overigens) met de antwoorden niets kan. Bedenk dat een beetje Windowssysteem onwijs lastig in elkaar zit. Windows XP is al opgebouwd uit ruim 7 miljoen regels code en in de tussenliggende 9 jaar groeit dat alleen maar en gaan er geen miljoentjes af.
Op zich is dit geen klusje dat lang hoeft te duren (voor de ICT dan): met een dagje heeft zo’n pc een nieuw image en kun je weer naar hartelust draaien. Maar dan ben je wel alle instellingen kwijt enzo dus ik vermoed dat je nog wel wat irritatie zal ervaren.
Een herkenbaar stukje dus. Ik mag altijd van dit soort stukjes genieten 😉
Avalanche · 26 september 2010 op 11:52
Aangezien ik aan de ‘helpdeskkant’ gezeten heb én aan de gebruikerskant, voel ik sympathie voor beide hoofdrolspelers. Handige dingen, die computers. Ze moeten het alleen wel doen. En snel graag 😉 Leuk stuk, Mien.
LouisP · 26 september 2010 op 11:52
Mien,
ja hoor, precies zoals het gaat bij ons, bij mij…goed beschreven…wat haat ik die dingen…
groet,
Louis
Ontwikkeling · 26 september 2010 op 12:12
Herkenbaar. De helpdeskmeneer is als een huisarts voor de patienten: niet altijd te bereiken, soms niet te verstaan en niet te volgen. Desondanks broodnodig.
Ont
SIMBA · 26 september 2010 op 14:48
Er moet een computer worden uitgevonden die nooit kapot gaat…..hemels idee 🙂
sylvia1 · 26 september 2010 op 18:51
Inderdaad herkenbaar, morgen gaan we toevallig op het werk ook over op een nieuw systeem. Ik bereid me al voor op het ergste…
Helpdeskboy, wat een vreselijk(e) (leuke) beschrijving.
Het viel me laatst op dat er hier best weinig over werk wordt geschreven, in verhouding tot de tijd die we er doorbrengen. Dus goed onderwerp Mien!
[size=x-small]”kunt u mij even uitleggen wat er gebeurd, ik wil er wel wat van leren hoor?”dan is gebeurt met een t (weer iets geleerd :-D) [/size]
lisa-marie · 26 september 2010 op 19:53
Ik zie hier de humor wel van in en ik heb lekker hardop zitten lachen bij dit PC-leedvermaak 😆
pally · 26 september 2010 op 22:03
Ha Ha mien, arm PCslachtoffer! En dan zo’n deskboy, die werkelijk een andere taal spreekt en jou duidelijk dom en dul vindt en dat bepaald niet verbergt. ik weet er alles van…
Erg leuk stukje!
Groet van Pally
Mien · 27 september 2010 op 11:37
Bedankt voor jullie reacties.
Een troost dat er meerdere dolenden en roependen zijn in de digitale dessert.
Mien
Dees · 27 september 2010 op 15:46
Haha, ik ken het ook van beide kanten. De diepe zucht over de digibeet aan de andere kant van de lijn en de overkokende frustratie als je op een bepaald moment niet verder kan en het kan niet per direct opgelost worden.
Schorpioen · 27 september 2010 op 21:57
Bij dit soort zaken ga je gemakkelijk aan jezelf twijfelen. Terecht, want je bent zo oud als je je digi-beet laat nemen.
Zei hij die inmiddels toe moet geven, meer vragen te hebben dan antwoorden op dit gebied…
Leuke column!
Kwiezel · 27 september 2010 op 22:26
Mien, waarom heb ik dit amusante digibetenverhaal gemist? In de rebound met veel genoegen gelezen! Herkenbaar overigens!