Het huis staat halverwege het duin. Geen storm heeft het in de afgelopen zestig jaar klein gekregen. Statig verheft het zich boven het strand, zoals de voorplecht van een schip opduikt uit de golven. Mijn grootouders hebben het laten bouwen. Sindsdien hebben verschillende generaties met hun kroost in ‘Huize Zeezicht’ hun vakantie doorgebracht. Op de veranda in de grote schommelstoel wieg ik me zacht heen en weer. Rocking my baby: ooit wiegde mijn vader mij in deze stoel. Zittend op zijn schoot keken we samen naar de mensen op het strand. Vage herinneringen. Amper vier jaar oud verdween hij uit mijn leven. Mijn moeder nam me daarna mee naar de bergen. Huttentochten in Oostenrijk, Zwitserland en de Italiaanse Dolomieten. Ik was het huis compleet vergeten tot aan verleden jaar.
De neef ontmoette ik toevallig. Sinds kort beheert hij het huis en nieuwsgierig als ik was, heb ik een logeerpartij voor deze periode weten te regelen. Het komt me goed uit. Om de een of andere reden wil mijn leven niet lukken. Werkgevers, vrienden, vriendinnen… Hoeveel heb ik er al achter me gelaten? Iedere relatie begint zo veel belovend en dan na korte tijd als de banden te intensief, te dwingend worden raak ik in paniek.

Mijn benen over elkaar geslagen wipt een blote voet ritmisch op en neer. Het eeuwig aanwezige zand kriebelt tussen de tenen van de andere. In het licht van de bijna volle maan steekt het strand wit af tegen het donkere water. Af en toe een glinstering verraad de kop van een golf. Dagenlang al duurt de hittegolf en de zee ligt er net als ik amechtig bij. De avonden op de veranda geven een lichte verkoeling. Daar ben ik dan ook steeds te vinden samen met de fles koude witte wijn. Ik schenk me nog eens in en wacht. Vraag me af of de kuilengraver weer zal komen?

Klokslag twaalf uur verschijnt het silhouet van een man op het strand. Zijn voeten slepen moeizaam door het zand evenals de schep in zijn linkerhand. Ter hoogte van het huis begint hij een kuil te graven. Precies om één uur stopt hij met spitten, kijkt naar het huis in het duin en verdwijnt in de richting vanwaar hij gekomen is.
‘Vreemde man,’ mompel ik bij mezelf. Eerder die dag heb ik op het strand naar de plek gezocht. Geen kuil, geen voetstap, geen spoor van de schep heb ik kunnen vinden.

Plof! Plof! Mijn voeten maken diepe kuilen in het duin. Zand stuift in het rond. Vannacht neem ik geen genoegen met een blik uit de verte. Ik wil niet langer toekijken hoe de man zijn graafwerk verricht en ben uit de schommelstoel opgesprongen.
Mijn bloed klopt razend tegen mijn slapen en ik hijg als ik halverwege het strand roep: ‘hallo! hallo! meneer mag ik wat vragen?’
De man recht zijn rug en zet de schep in het zand.
Hij is jonger dan ik dacht. Eind twintig? Een paar jaar ouder dan ik zelf. Sympathiek gezicht. Bijna familiair. Donkerblond golvend haar. Gevoelige mond. Zijn smalle handen met lange vingers lijken mij totaal ongeschikt voor het graafwerk dat hij iedere nacht verricht.
‘Sorry,’zeg ik dichterbij gekomen. ‘Vanaf de veranda zie ik u iedere nacht. En …’
‘Logeer je in Zeezicht?’ Zijn stem klinkt zacht, bijna weemoedig als hij mij onderbreekt. ‘Ja natuurlijk logeer je in Zeezicht. Het familiehuis, maar waar ben je al die jaren geweest?’
Geweest? Waar ben ik al die jaren geweest? Wat bedoelt de man? Wat weet hij van mij?
‘Waarom graaft u hier ’s nachts in het strand?’
In de verte slaat een kerkklok één uur. Met zijn schep achter zich aan loopt hij langs me heen. ‘Ik bouw een zandkasteel voor mijn dochtertje, maar de tijd is te kort.’
‘Ben je al op de zolder geweest?’ Vraagt hij nog, dan verdwijnt hij weer in de schemer van het niets.

Alleen een boerenlinnenkast verder is de zolder leeg. Planken vol oude boeken en dozen met familiepapieren. Briefjes, kindertekeningen, vakantiekaarten en -kiekjes glijden door mijn vingers. Met een stapel oude logboeken keer ik terug naar de koelte van de veranda. Dat hier in dit huis zoveel kleine kindervoeten de trappen op en af renden. De ruimten vulden met gelach, met gehuil voor ze het duin afdaalden naar het strand.
Ik open een boek met 1988 – 1993 op de rug. Mijn moeders handschrift bewijst het; in de zomer van 1990 was ik hier voor het laatst. 22 juli ‘Afscheid van Zeezicht,’staat erboven aan de pagina.

‘Nooit keer ik terug naar deze verschrikkelijke plaats. Waar geluk veranderde in verdriet, in eenzaamheid. Het zal ook beter zijn voor Marion. Ze huilt aan een stuk door en wil niet geloven dat haar vader niet meer terug komt. “Papa moet mijn zandkasteel afbouwen! Hij heeft het beloofd.” Snikt ze zich iedere avond in slaap. Ik weet niet hoe ik haar duidelijk moet maken dat Herman dood is. Dat haar vader verdronken is bij een poging om een kind uit een mui te redden en dat hij haar achter liet op het strand, waar ze samen een zandkasteel bouwden(…).’

Uren heb ik gehuild. De andere dag staat de zon hoog aan de hemel als ik wakker word. Alleen een kop koffie heb ik op,als ik de schep zoek in de schuur. Het heeft een roodijzeren blad met daaraan een grote houten steel. Ik weet nog precies waar hij staat. Even later wandel ik het duin af naar het strand. De schep sleept achter me aan.


Avatar

Sagita

Het persoonlijke is politiek!

21 reacties

Avatar

KingArthur · 11 juli 2012 op 07:37

… zo kan het verleden een juiste plek krijgen en helpen in de toekomst.
Uit eerbetoon ben ik zelf recentelijk nog naar een plek uit mijn verleden geweest om te toasten op een overleden vriend. Naast mijn gevoel dat ik hem moest bezoeken heb ik ook anderen getriggerd nog even bij hem stil te staan en het heeft mij veel goed gedaan.

Goede tekst.

Avatar

pally · 11 juli 2012 op 12:40

Een heel mooi stuk dat mij ontroert, Sagita.
Eigenlijk is het niet van belang of het wel of niet autobiografisch is.
Maar het voelde wel zo. Dat is op zich al een compliment.

groet van pally

Avatar

Mup · 11 juli 2012 op 19:52

Eens met mijn voorgagers.
Sommige zinnen vond ik wat te kort, maar dat is persoonlijk. Bijv;
[quote]Mijn benen over elkaar geslagen wipt een blote voet ritmisch op en neer.[/quote]
[quote]Alleen een boerenlinnenkast verder is de zolder leeg.[/quote]

Groet Mup

Avatar

LouisP · 11 juli 2012 op 21:42

Vraag me af of de kuilengraver weer zal komen?

Door zo’n zin ertussen laait het leesvuur weer extra op. Ik vraag me wel af of je bewust de ‘ik’ als begin van de zin hebt weggelaten.

Klokslag twaalf uur verschijnt het silhouet van een man op het strand.
Prima! Maakt het nog intensiever en versterkt het gevoel van onderstaande opmerking

‘Vreemde man,’ mompel ik bij mezelf. Eerder die dag heb ik op het strand naar de plek gezocht. Geen kuil, geen voetstap, geen spoor van de schep heb ik kunnen vinden.

In mijn ogen de enigste zin die weggelaten had kunnen worden. Ik merk liever als lezer dat het een vreemde man is. ‘Ik mompel’, vind ik niet zo mooi.

Op het moment dat je de leeftijd schrijft, ben ik even in de war en moet het opnieuw lezen. Maar dat is alleen maar goed zo..

Sterk stuk!

Avatar

Sagita · 12 juli 2012 op 19:36

@Louis heb de tekst aangepast n.a.v. je opmerking. Zie: [url=http://belichtingstijd.blogspot.nl/2012/07/het-huis-in-het-duin.html]Het huis in het duin[/url]
dank voor lezen en reageren
:kus:

Avatar

Sagita · 12 juli 2012 op 19:40

Dank voor je reactie. Ja ik schrijf vaak en veel korte zinnen. Ben erg beïnvloed door het proza van de jaren 50 en 60. In die tijd waren lange zinnen helemaal taboe! Nu begint men dat weer meer te waarderen. :lach:

Avatar

Sagita · 12 juli 2012 op 20:24

King Arthur; ridder van de ronde tafel! Mooie en intrigerende naam om jezelf te presenteren. [quote]… zo kan het verleden een juiste plek krijgen en helpen in de toekomst[/quote]
Sterk samengevat! Dank voor je reactie!

Avatar

Mien · 13 juli 2012 op 09:37

Prachtig verhaal. Doe er niet toe wie wie autobiograaft. Meeslepend, geheimzinnig, ontroerend. Je verhaal deed me ook een beetje denken aan de verfilming van de roman van Annie Proulx, [b][u][url=http://www.imdb.com/title/tt0120824/]The shipping news[/url][/u][/b]. Prachtige film overigens.

Enige kritiekpuntje:
[quote]Het eeuwig aanwezige zand kriebelt tussen de tenen van de andere.[/quote]
Deze zin klopt niet. Welke andere?
Het eeuwig aanwezige zand kriebelt tussen mijn tenen – Wellicht een verbeteroptie.

Mien

Avatar

Sagita · 13 juli 2012 op 11:19

Ja die zinnen lopen niet helemaal. Er is uit verschillende hoek op gereageerd, dus daar ga ik nog wat aan doen. Leuk Annie Proulx! Ik heb wel wat van haar gelezen. Ik zal aan mijn zoon vragen of hij die film voor me opduikelt, daar is hij erg goed in! Dank voor je reactie!

Avatar

LouisP · 13 juli 2012 op 12:34

Niks mis met die zin, mijn gedacht!

Mijn benen over elkaar geslagen wipt een blote voet ritmisch op en neer. Het eeuwig aanwezige zand kriebelt tussen de tenen van de andere.

Je moet de voorgaande zin er ook bij lezen, prima zin. Ik vind em zelfs nog heel bijzonder ook.
Misschien ‘met mijn benen…

Avatar

Sagita · 13 juli 2012 op 13:00

Ja klopt, die zinnen horen bijelkaar. Misschien moet ik ze verbinden en dan zijn ze gelijk niet mee zo kort (reactie Mup). B.v.:
Met mijn benen over elkaar geslagen wipt een blote voet ritmisch op en neer, terwijl het eeuwige aanwezige zand kriebelt tussen de tenen van de andere.
Nee ik vind het niet mooi. ‘Met’ hou ik erin, maar ‘terwijl’ vind ik te verklarend en het is meer een constatering, een observatie van de hoofdpersoon over hoe ze daar zit op de veranda.
Dank voor je meedenken, dit vind ik leuk! :kus:

Avatar

Mien · 13 juli 2012 op 13:06

Dan nog loopt ‘andere’ weg. Verdwijnt in het niet. Kun je mooi vinden, of niet. Ik niet.

Avatar

LouisP · 13 juli 2012 op 13:14

Ja, die ‘terwijl’ is niet zo mooi, maar die hoeft er volgens mij helemaal niet in.

Met mijn benen over elkaar geslagen wipt een blote voet ritmisch op en neer. Het eeuwige aanwezige zand kriebelt tussen de tenen van de andere.

Ik vind em super zo. Beeldend, zoveel zeggend

Avatar

Sagita · 13 juli 2012 op 13:21

‘andere’slaat toch terug op de voet uit de vorige zin. Om er nog een keer ‘voet’ te zetten, vind ik zo voeterig!
Het is toch meer een sfeer tekening!
Dank voor je meedenken! :kus:

Avatar

Mien · 13 juli 2012 op 13:27

Wat jij wil. Het is jouw feestje. 😉

Avatar

Dees · 13 juli 2012 op 15:58

Hmm, er zitten mooie en heerlijke zinnen in. Ik vind ze trouwens niet te kort. Soms zet dat juist de juiste sfeer neer.

Ik houd alleen niet zo van het concept, een gesprek met een dode die later van belang blijkt. Ik voelde hem ook al van duinenver aankomen. Maar goed, mogelijk is dat smaak.

Verder een puntje voor wat betreft geloofwaardigheid: stel, je zou een dagboeknotitie maken over je verdronken man. Zou je dan al die feiten, als zijn vrouw die het allemaal heeft meegemaakt, erbij zetten? Volgens mij niet. Je zet het er m.i. alleen maar bij voor degene die het moet lezen (dwz de dochter en dus de cx-lezer). Een ander medium, bijvoorbeeld een krantenartikel waarin eea beschreven werd had dan meer geloofwaardigheid gehad.

Maar ook dat is een uitgekauwd concept.

Mijn conclusie, mooie zinnen, mooie taal, maar in dit geval ervaar ik een gebrek aan originaliteit en mis ik finesse in de uitwerking.

Avatar

Sagita · 13 juli 2012 op 18:14

Dank voor je kritische noot! Goed om over na te denken en bij een volgend schrijven mee te nemen. Grappig dat je het als een gesprek opvat. Daar heb ik zelf niet aan gedacht. Een geestverschijning op het strand is natuurlijk ook niet erg geloofwaardig. Behalve dan wanneer de hoofdpersoon hallucineert. Maar ik heb dit allemaal aan de interpretatie van de lezer overgelaten.
Verder betreft het een logboeknotitie (geen dagboek) waarin gasten uit het familiehuis hun belevenis tijdens hun verblijf neerschrijven voor elkaar. Maar ik ben het met je eens dat je je dan nog kan afvragen of de moeder van Marion dit op dat moment daarin geschreven heeft? Of dat je iets anders moet verwachten? 😉

Avatar

arta · 14 juli 2012 op 19:35

Mooi verhaal!
Goede tips van Dees!

Avatar

WritersBlocq · 15 juli 2012 op 00:08

De korte zinnen vind ik prettig, de uitwerking verder voor verbetering vatbaar. Zeker goeie tips van Dees hierboven.

Titel mag pakkender. Dit spreekt niet aan, en daardoor had ik hem eerlijk gezegd ook bijna gemist. Maar door alle plooien heen lezend, vind ik hem, ja, gewoon lekker.
Maar waarom haal je verloren relaties in het algemeen bij dit specifieke verlies? Misschien lenen beide onderwerpen zich voor aparte verhalen?

Avatar

Sagita · 15 juli 2012 op 01:54

Dank voor je reactie alsnog. Het fijne van een niet perfecte column/verhaal is dat je veel interessante suggesties, reacties en vragen krijgt. Ik althans kan daar veel meer van leren. De titel heb ik tamelijk intuïtief gekozen. Vond ik wel passen bij de toch wat mysterieuze inhoud van het verhaal. Maar als je een leuk idee hebt, graag! Klopt dat het veel verder uitgewerkt zou kunnen worden.

[quote]Om de een of andere reden wil mijn leven niet lukken. Werkgevers, vrienden, vriendinnen… Hoeveel heb ik er al achter me gelaten? Iedere relatie begint zo veel belovend en dan na korte tijd als de banden te intensief, te dwingend worden raak ik in paniek.[/quote]

Het betreft niet verlies, maar het mislukken van relaties, die verwijzen naar bindingsangst: ze raakt in paniek. Dit kan je psychologisch gezien wijten aan het trauma dat de hoofdpersoon heeft opgelopen tijdens het drama wat zich afgespeeld heeft op het strand. Toen ze als kind haar vader plotseling is kwijtgeraakt.

Er wordt in dit verhaal een oorzakelijk verband gesuggereerd.:wave:

Geef een antwoord