Mijn vakanties zullen anders zijn. De feestdagen zullen anders zijn. Het is niet de vraag ‘heb ik pijn of geen pijn’, nee, de vraag is ‘hoe ga ik om met de pijn die ik voel’.
Misschien helpt het een beetje om te weten dat er zovele ouders op de wereld zijn die ook na de dood van hun kind geconfronteerd werden met deze speciale dagen. En de ervaring leert dat de dagen vóór de speciale dagen vaak moeilijker zijn dan de dag zelf. Ik moet me realiseren dat vakanties en speciale dagen meestal een tijd van plezier en vreugde zijn, maar dat ze ook een tijd van stress en extreme vermoeidheid kunnen zijn. Ik moet ‘de lat niet te hoog leggen’, dus geen te hoge verwachtingen hebben, niet teveel willen doen.

Als ouder van een overleden kind moet ik me realiseren dat ik eenvoudigweg niet in staat ben om te functioneren zoals ik voor de dood van mijn kind deed. Ik zal beslissen voor mezelf wat ik op een comfortabele manier aankan en geef andere taken uit handen. Mijn leven is gestopt, mijn wereld is vergaan; dat is mijn zeer emotionele ‘interpretatie’ van wat mij overkomt, ook al ervaar ik het niet als interpretatie maar als mijn absolute werkelijkheid. Er is daardoor ook tegelijk geen toekomst meer, ook die is vergaan. Wat zich de komende tijd zal aandienen is donker en duister en zal totaal iets anders zijn dan dat wat ik als toekomst zag.
Ik moet de wereld opnieuw ontdekken, opnieuw verkennen, opnieuw ontginnen en opbouwen. Ik moet een nieuw uitzicht zien te creëren, mij een nieuwe toekomst zien te verwerven, waarvan verdriet een onlosmakelijk ingrediënt zal zijn. Dat is het enige waar ik op dat moment zeker van ben, dat verdriet een levenslange reisgenoot zal zijn.
Als al het oude weg is dan kun ik niet doorgaan, want er is niets meer om mee door te gaan! Ik ben er ook zelf niet meer, ik ben een ander geworden.
Mijn oude ik is mee gestorven en mee begraven, en toen ik er in slaagde op te staan uit die dood, was ik een ander.
“Maar ik wil zo graag mijn oude ik terug! Hoe krijg ik mijn oude ik terug?”
Opstaan, opstanding, opstandigheid, me niet (laten) neerleggen bij de onweerlegbare feiten is voor mij een voorwaarde om verder te kunnen gaan.
Verdergaan is iets wezenlijk anders dan doorgaan. Doorgaan kan alleen wanneer alles bij het oude is gebleven. Maar met de dood van mijn kind is alles anders geworden voor mij, niets is voor mij meer hetzelfde; zelfs ikzelf niet meer. Ik kan onmachtig in de chaos ten ondergaan, bij de loodzware pakken met verdriet blijven neerzitten – en de eerste tijd was ik eerlijk gezegd ook niet tot meer in staat – of ik kan, vanaf het punt waar ik begin met het bedwingen van de door mij ervaren chaos, proberen steeds een stukje verder te komen, door geleidelijk aan, met vallen en opstaan, mijn wereld te herscheppen, opnieuw te leren leven. En soms stort de boel opnieuw in en moet ik weer opnieuw beginnen.

Ieder moet zijn eigen weg zien te vinden in het onbekende land van rouw, waarin een mens “steeds weer het spoor bijster raakt, omdat er geen gebaande wegen zijn en het niet in kaart is gebracht: voor ieder die er in terechtkomt, is het telkens weer opnieuw een wereld waarvan ik vervreemd ben, die totaal onbetrouwbaar is geworden, waarin ik mij onveilig en kwetsbaar voel, waarin ik mij niet meer thuis voel.
Wanneer het mij lukt om geleidelijk aan daarin een weg te vinden die nog enigszins begaanbaar is, of een nieuwe aan te leggen waar de oude is weggevaagd, wanneer het mij lukt mijn vertrouwen te herwinnen nadat mijn werkelijkheid zo onbetrouwbaar is gebleken, mij wat veiliger te gaan voelen in een onveilig geworden wereld, dan kan ik mijn levensverhaal opnieuw te vertellen.

Een goed verhaal moet telkens opnieuw worden verteld, omdat we nooit in een keer de rijkdom en volheid ervan tot ons door kunnen laten dringen. Zorgvuldige en aandachtige luisteraars zullen dan daarin misschien kunnen horen hoe de toon van mijn vertelling verandert, hoe ik kans zie mijn verhaal een nieuwe richting te geven, en hoe daarin misschien mijn lust tot leven met kleine beetjes lijkt terug te keren.
Luisteren is moeilijk, weinig mensen kunnen dat goed en hebben daar het geduld voor, en daarom zullen velen zich van mij afwenden: daar heb je hem weer met steeds datzelfde verhaal. Ze zijn niet in staat de voortgang in mijn verhaal, de nieuwe richting die mijn verhaal neemt, waar te nemen. Ieders verhaal is uniek, ieder verhaal is uniek; geen verhaal wordt tweemaal hetzelfde verteld.

Freud kwam in een dergelijke situatie terecht, toen in 1920 zijn dochter Sophie overleed. Hij schreef:
‘Omdat ik helemaal niet geloof is er ook niemand die ik de schuld kan geven en tot wie ik mijn aanklacht kan richten. (…) Heel diep in mij bespeur ik de pijn in mijn diepste wezen, een wond die niet geheeld kan worden. (…)
En hoewel we weten dat na zo’n verlies de hevige rouw wel zal verminderen, weten we ook dat we ontroostbaar zullen blijven en er nooit iets anders voor in de plaats zal komen. Wat ook de leegte zal opvullen, als die al ooit gevuld kan worden, het zal nooit hetzelfde zijn’.

En eigenlijk hoort dat ook zo te zijn. Het is de enige manier om de liefde te laten voortbestaan die we niet wensen op te geven.
Geloof ik nog? Ja, ik geloof nog. Maar wat geloof ik dan nog? Is wat er om mij heen gebeurt, is wat mij is overkomen, niet genoeg reden om alle geloof vaarwel te zeggen? Zoveel gelovigen zijn in de loop van de eeuwen al aan het worstelen geweest met die God van Wie van alles beweerd wordt, aan Wie Liefde (met een hoofdletter) en almacht worden toegedicht, terwijl hun, terwijl mij, dingen gebeuren die daar op geen enkele wijze mee te rijmen vallen.
Een God van liefde en trouw en almacht dat kan toch geen God zijn die wil dat mijn kind sterft? Die van mij vraagt om de ‘kostbare edelsteen’ die Hij mij geschonken heeft weer terugvraagt, zoals dat wordt beschreven in een gedicht dat nogal graag door schrale troosters aan rouwende ouders ter hand wordt gesteld? Wat voor gever is dat die zijn kostbare cadeau, dat bewijs van zijn liefde, weer opeist? Onder vrienden en geliefden zou dat de verhoudingen voorgoed doen breken.
En terecht.

Categorieën: Maatschappij

8 reacties

Avalanche · 15 augustus 2010 op 19:51

Hoe onterecht dat op deze ontroerende column nog geen enkele reactie gekomen is. Je hebt op prachtige wijze omschreven, hoe het voelt om een kind te verliezen. Ik wens je alle sterkte.

Anti · 15 augustus 2010 op 23:47

Dr. Blues,
Ik ken de angst voor het verliezen van mijn kind, 2x met reden en natuurlijk zoals elke ouder, ontelbare malen zonder directe aanleiding. Die angst voor het verlies is soms al zo ondraaglijk groot.Ik vind het knap dat je het daadwerkelijke verlies hebt kunnen verwoorden. En dan nog zo mooi ook. Een ware ode voor je kind.

sylvia1 · 16 augustus 2010 op 06:53

Ja, als je een kind hebt word je akelig kwetsbaar. Als een van mijn kinderen zou overlijden… ik moet er niet aan denken. Maar ik heb er door jouw verhaal wel over gedacht en je hebt gelijk, sommige verhalen moeten verteld worden.
@ Avalanche: ik klikte hem aanvankelijk niet aan door de eerste alinea, het gedichtje. Had iets heel anders verwacht.

Avalanche · 16 augustus 2010 op 13:26

@Sylvia1: dat had ik precies zo, maar ik ben blij dat ik toch verder keek dan mijn neus lang is.

@DrBlues: Het gedichtje – hoe mooi ook – zet de lezers duidelijk op het verkeerde been. Jammer, want deze column verdient het om gelezen te worden.

dokterblues · 16 augustus 2010 op 15:13

lieve mensen,

ik heb geen idee hoe ik het gedicht er voor weg kan halen??

advies graag>

dr.blues

Avalanche · 16 augustus 2010 op 16:05

Mailtje naar de redactie (zie knop contact).

Anti · 17 augustus 2010 op 00:08

Meneer de dokter, ik heb er effe een korte analyse op losgelaten en het aantal lezers is gewoon goed hoor, kijk maar naar de cijfertjes van ‘de columns om je heen’. Wat mij betreft: niks schrappen, juist erg mooi begin. Het is denk ik eerder een lastig (=zwaar) onderwerp om op te reageren. Blijf vooral schrijven. Dat doe je goed en je wordt hier op columnx nog gehoord cq behoorlijk vaak gelezen ook!

SIMBA · 17 augustus 2010 op 12:33

Inderdaad een moeilijk onderwerp om op te reageren, heel dichtbij heel emotioneel.
Maar ik vind het mooi geschreven!

Geef een antwoord