Binnenkort komen er computers die onze gemoedstoestand kunnen herkennen. Onze boosheid, angst, afkeer, vreugde, treurnis en verwondering, niets blijft voor deze computer verborgen. De ontwikkelaar van dit vernuftige computersysteem is de Delftse onderzoeker Dragos Datcu. Zijn vinding combineert gezichtsuitdrukkingen met emoties in stemgeluid en is zelfs in staat om emoties af te lezen van bewegende hoofden. Datcu wil de mensheid meteen geruststellen: zijn vinding wordt niet gebruikt om de mens te vervangen, dat lijkt enkel zo. De emotierobots zijn uitsluitend bedoeld om met hun kunstmatige intelligentie de menselijke mogelijkheden aan te vullen en te vergroten. Als ik dat soort kretologie lees voel ik altijd van die geniepige beestjes op mijn rug. Van die beestjes in schreeuwerige kleuren met prikpootjes die mijn huid tergen. Denkt die Delftse Willie Wortel nu echt dat de mens na de komst van die robot plotseling geen behoefte meer heeft om grenzen te overschrijden?

Volgens promotor Leon Rothkrantz zijn de robots heel geschikt voor toepassing in beveiligingssystemen. Daar zaten we net op te wachten. Echt een wereldidee voor een land waar notarissen vastgoedfraude plegen, patiëntendossiers fluitend worden gehackt en veroordeelde mensenhandelaren als Saban B. ontsnapverlof krijgen.

Datcu’s bedenksel maakt ons land straks nog amusanter. Om de status van emotierobot te verwerven heeft zo’n ding de hulp nodig van een mens, een robotassistent. Die persoon leert de robot alles aan. Blijdschap wordt beloond en boosheid bestraft. Saboteurs en andere gegadigden zitten met gespitste oortjes klaar. Koud kunstje dit keer: robot dupliceren, hem de kwaadwillige methoden van jouw groepering aanleren en strijden maar.

Voor gemaskerden en boerkadragers wordt het ook een stuk geriefelijker met die robots. Maar mensen met epilepsie of het syndroom van Gille de la Tourette zijn straks de klos. Roep je met zenuwtrekkende mond spontaan: “hoer” of “ruknicht”, word je door de robot zonder pardon opgepakt en afgevoerd. Mensen die aan spierspasmen lijden zijn voor die emotierobot ook niet veilig. Een spontaan uitschietende arm of onverwachte grimas straft hij rigoureus af. Om dergelijke risico’s uit te bannen zal de overheid die stakkerds in de toekomst en masse opbergen in een aparte wijk. De ticwijk. Dat worden de prachtwijken van Datcu. En gul als het kabinet is komen er in deze wijk aangepaste robots. De emotieticrobots.

Maar ook mensen zonder aandoening kunnen door de emotierobots behoorlijk in de problemen komen. Sterker nog: de hele bevolking kan door die kunstmensen in de ellende raken. In het artikel las ik dat die emotierobot standaard vijf procent van onze emoties onjuist interpreteert. Vijf procent! Een moment twijfelde ik aan mezelf, maar het stond er echt. Vijf procent! Als ons land in de toekomst niet ontregeld raakt door oorlog of natuurrampen, dan is het wel door de imperfectie van een emotierobot. We kunnen voortaan incalculeren dat gebouwen vol met mensen zich spontaan sluiten, chemische fabrieken plotseling hun ketels openen of internet en satellietzenders op cruciale momenten falen.

Gelukkig wordt Datcu’s uitvinding niet meteen in het diepe gegooid. Zijn kunstmens wordt eerst uitgetest op hoogbejaarden. Vijf procent missers is dan minder erg. Ik stel me voor hoe mijn oude dag eruitziet als ik hoogbejaard ben. Als klassieker neem ik mijn intrek in een robottestpand, op een industrieterrein. Iedereen heeft er een eigen kamer met een uniform, eigentijds interieur. De achterwand vol computerapparatuur, in het midden een roestvrijstalen tafel met daarop een Kaaps viooltje, als herinnering aan een vorig bestaan. Ik slijt daar mijn dagen met de emotierobot van mijn keuze. Een lekker ding in een Dennis Stormuitvoering. Appetijtelijk kontje strak in de jeans, lief onschuldig koppie, zijn lichaam omgeven met een zachte notengeur. Ik zou hem een koosnaampje geven, Bunny denk ik. Bunny registreert alles. Mijn gezichtsuitdrukkingen, zelfgesprekken en bewegingen. Als ik tekenen van verveling vertoon pakt Bunny een kaartspel uit de kast omdat hij weet dat ik daar zo van houd. Bunny doet alles voor me. Hij droogt me af na een bad, helpt me op het toilet en stopt me in als ik ga slapen. Zo bespaart de overheid geld en ben ik niemand tot last.

Voor werknemers in de ouderenzorg ziet de toekomst er ook iets anders uit. Zij worden in robotfabrieken tewerkgesteld als robotassistent, om de robot zoveel mogelijk menselijke trekjes aan te leren. Voortaan geen mevrouw Zaad-Loos helpen met eten of meneer Gladpootjes van zijn bevuilde luier ontdoen. De emotierobot komt, ziet en overwint.

Misschien krijgt Datcu spijt en werkt hij verder om zijn vinding te verkleinen tot een minuscule chip die in een mensenbrein past.


2 reacties

LouisP · 21 november 2009 op 10:30

K.
erg interessant en er zitten best wel leuke stukjes tussen..
L.

KawaSutra · 23 november 2009 op 00:20

Die laatste zin is toch wel cruciaal.

Geef een antwoord