“Zullen we morgenochtend even koffiedrinken bij mijn ouders?” Monique kijkt op van haar boek met een wrevelig trekje om haar mond. “Hoezo?” vraagt ze. “Nou, zo vaak komen we er niet, toch?” Monique legt haar boek naast zich op de bank. “Je bent vorige week nog bij je ouders geweest! Ik wil morgenochtend uitslapen, zondag moet ik nog een en ander in huis doen, en maandag moet ik weer vroeg op.”
“Dan ga ik wel alleen,” zegt Michael geïrriteerd en staat op om even later met een biertje in zijn hand terug te keren in de kamer. Demonstratief komt Monique overeind. “Ik pak zelf wel wat hoor schat, blijf maar rustig zitten,” zegt ze met een sarcastische ondertoon in haar stem. Die toon ontgaat Michael. “O prima, ik wist toch niet wat je wilde hebben.”

Monique neemt een slokje van haar wijn en zucht. Zal ze het hier bij laten en haar boek weer pakken, of gaat ze de confrontatie aan? Ze besluit tot het laatste. “Michael, luister nou even. We zijn nu een half jaar getrouwd, jij bent de hele week van huis, en dan wil je ook nog ieder weekend naar je ouders. Kom op, je woont toch niet meer thuis, daar zullen ze toch aan moeten wennen!”
“Jij hebt makkelijk praten. Jij woonde al een paar jaar op kamers, maar mijn ouders hebben er altijd naar uitgekeken dat ik in de weekends weer thuiskwam.” Monique kan haar geduld maar moeilijk bewaren. “Met heel je grote mond zit je nog maar mooi onder de plak bij die pa van je. Omdat hij tegen ‘hokken’ is, zijn wij meteen getrouwd, terwijl ik liever eerst een paar jaar had willen samenwonen en…”
“Had je dan niet willen trouwen dan? Had het maar gezegd, dan waren we toch lekker niet getrouwd!” Michael zet met een knal zijn flesje bier op tafel. “Michael… Doe nou even redelijk, we waren heus wel getrouwd uiteindelijk, maar toen je mij ten huwelijk vroeg, heb ik ook al gezegd dat we misschien beter eerst een paar jaar konden samenwonen, maar dat wilde je niet. Later heb je me pas verteld dat je je familie niet tegen je in het harnas wilde jagen. Dat is toch geen goede reden om te willen trouwen?” Michael gaat er niet op in. Hij weet best dat Monique gelijk heeft. Zijn vader heeft nog een grote invloed op zijn leven. Hij wil een goede zoon zijn, en het zijn vader naar de zin maken. Net als zijn moeder dat doet en zijn broers en zussen. Nu doet Monique alsof dat niet goed is. Dan niet. Dan gaat hij morgen wel alleen. Uitslapen kan hij toch niet, dus dan blijft zij maar lekker in haar bed liggen.
“Zorg je wel dat mijn was morgen in orde komt? Ik moet dit keer op zondagavond al weg, en ik heb veel was, ik wil zondagavond mijn bed in de vrachtwagen verschonen.” Er is veel dat Monique nu zou willen zeggen, maar ze houdt wijselijk haar mond. Ze zal maar niet zeggen dat zij ook de hele week gewerkt heeft en hem vragen of hij wat aan zijn handen mankeert. Hij zal dan toch zeggen dat hij wel 70 uur per week maakt, en zij maar 36. Laat maar.

Ze kijken nog wat televisie, maar om tien uur begint Michael te geeuwen. “Gaan we naar bed?” vraagt hij. “Nou al?” vraagt Monique. “Het is vrijdagavond hoor, morgen kan ik uitslapen. Ik ga de hele week al op tijd naar bed.” “Een bed is niet alleen bedoeld om te slapen,” zegt Michael met een knipoog. “Als mijn collega’s na het weekend vragen hoe mijn weekendwip was, dan moet ik toch kunnen zeggen dat het fantástisch was!” Als hij al meent de goede toon getroffen te hebben, dan heeft hij het behoorlijk mis. “Gatver, wat banaal! Je bespreekt ons seksleven toch niet met je collega’s?” “Welk seksleven?” grapt Michael. “Kerst komt vaker voor in een jaar!” “Ik heb al geen zin meer, welterusten,” zegt Monique en ze richt haar blik demonstratief op de televisie. “Welterusten,” zegt Michael. Hij staat op en rekt zich eens goed uit. “Morgenochtend ben ik dus bij mijn ouders en daarna moet ik nog even naar de zaak.” “Hoezo dát nou weer! Jij zou toch de boodschappen halen en ik zou toch de was doen?” “Ja, maar een van de wasjongens is ziek. En die andere gozer werkt er nog maar net, die weet echt niet hoe hij een vrachtwagen goed schoon moet krijgen. Bovendien wil ik mijn velgen poetsen, ze zijn dof. En zo gezellig ben jij ook niet.”
Met deze woorden loopt Michael de kamer uit en vertrekt hij naar boven. De tranen staan bij Monique in haar ogen. Zo gaat het nou al een poosje tussen hen. De hele week is hij van huis, elke avond bellen ze met elkaar en hebben ze gezellige gesprekjes, maar als hij op vrijdagavond thuiskomt, dan lijkt het maar niet te lukken tussen hen. Het koken heeft ze op vrijdag al achterwege gelaten, want op de zaak wordt altijd gesnackt.

Ze denkt aan de tijd voor hun trouwen. Zij woonde nog op driehoog in Amsterdam in een leuk appartementje. Ze was Michael tegengekomen op een feest van een collega. Die collega bleek een leuke broer te hebben: Michael. Hij was aardig, belangstellend en het had meteen geklikt tussen hen. Hij vond Amsterdam leuk, en ze had hem spontaan uitgenodigd om een keer bij haar te komen eten. Van het een was het ander gekomen. Ze had er wel om moeten lachen dat hij internationaal vrachtwagenchauffeur was. Dat had ze nooit geraden, want hij zag er helemaal niet uit als een vrachtwagenchauffeur. Hij droeg vlotte kleding en hield absoluut niet van Henk Wijngaard, had hij haar glimlachend toevertrouwd. “Zeg het maar niet tegen mijn collega’s, want dan word ik uit de groep gegooid.”

Ach, misschien was het allemaal veel te snel gegaan. Maar dat had ook wel te maken met het traditionele gezin waar Michael uitkwam. Een moeder, die letterlijk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met een schort om liep, een vader die altijd het hoogste woord voerde en alles wat zwak en ziek was verfoeide. Ze had ronduit een hekel aan haar schoonvader. Wat een nare autoritaire man! Tegen haar was hij nooit aardig geweest. Had altijd dingen gemompeld over haar make-up, haar kleding, haar baan. En zelfs nu Michael en zij getrouwd waren, wilde hij nog steeds zijn invloed uitoefenen op hen. Zij had dat door, Michael niet.

Ze had haar appartement in Amsterdam opgegeven. Haar baan had ze opgegeven. Het liefst had Michael een huis gezocht in Pijnacker, een dorpje onder de rook van Rotterdam, waar hij geboren en getogen was, maar gelukkig had Monique daar een stokje voor weten te steken. Nu woonden ze in Delft. Een leuk sfeervol stadje, maar daar was in de nieuwbouwwijk waar zij woonden niet zo veel van te merken. Daarvoor moest je eerst naar de binnenstad.
Monique zucht. Ze doet de lichten uit en gaat naar bed. Morgen eerst maar eens uitslapen. Daarna ziet ze wel verder.

Monique zit nog lekker in haar badjas de krant te lezen, als Michael ineens voor haar neus staat. Hij heeft een grote bos bloemen in zijn hand en lacht stralend naar haar. “Nou, waar kom jij nou ineens vandaan? Moet je niet naar de zaak?” Michael legt de bloemen in haar schoot en kust haar voorzichtig op de mond. “Nee, ik heb besloten dat ik niet ga. Ze moeten het maar even zonder mij doen. Bovendien heb ik volgende week ook af en toe wel een uurtje tijd om mijn velgen te poetsen. Je had gelijk, we moeten meer tijd doorbrengen samen, en geen ruzie maken.” Het vertedert haar. Ze voelt weer datgene dat ze in Amsterdam altijd voor hem had gevoeld. Haar grote jongen. Nog een tikje onvolwassen en onbeholpen soms, maar ach, hij bedoelt het goed. “Ga je mee naar bed?” vraagt hij, met een niet mis te verstane uitdrukking in zijn ogen. “Dat is goed,” glimlacht Monique.

Een uurtje later vraagt Monique aan Michael: “Hoe was het eigenlijk bij je ouders?” “O, goed hoor, je moest de groeten hebben,” antwoordt Michael, en hij drukt zachtjes een kus op haar blonde haren.
Hij denkt even na. Hoe moet hij dit nu zeggen, zonder dat Monique door zal hebben dat zijn vader steeds maar vraagt of er al een kleinzoon op komst is.
Monique draait zich naar hem toe. “Zullen we samen douchen,” stelt ze voor. “Dat is goed. Ben je gelukkig?” Monique knikt. “De laatste tijd voelde ik me best wel kut, maar ik voel me nu heel gelukkig. En jij?” Michael aarzelt. “Ja, ik ben heel gelukkig met jou. Maar ik heb een vraag. Ik weet, dat we hadden afgesproken om een paar jaar te wachten, maar zou het niet fantastisch zijn om samen een kindje te krijgen?”
Monique schiet in de lach. “Méén je dat nou echt? Of zeg je dat in een impuls? Michael, laten we nou eerst maar eens proberen om ons leven samen goed op de rit te krijgen. Zowel qua relatie als financieel. Die bruiloft, dit huis, de inrichting, het heeft allemaal zo veel geld gekost!”

Met een ruk slaat Michael het dekbed van zich af. “Wat is er nou?” vraagt Monique stomverbaasd. “Niks! Helemaal niks! Je bekijkt het maar. Ik ga douchen en naar de zaak. Mijn velgen poetsen!”

Zijn vrouw in totale verbijstering achterlatend, trekt Michael een half uurtje later de voordeur achter zich dicht.


DreamOn

DreamOn publiceert sinds 2006 columns op het internet. Zij schrijft over alles wat haar bezighoudt. Vaak (te) breedsprakig, maar dat is een leerpunt! In het dagelijks leven is DreamOn pedagogisch coach en heeft ze haar man, kinderen, familie en vrienden lief.

10 reacties

SIMBA · 25 oktober 2010 op 17:50

Ik had deel 1 gemist, dus nu 2 delen achter elkaar gelezen, Heerlijk! Ik ben dol op die vervolgverhalen van jou 😀

Prlwytskovsky · 25 oktober 2010 op 18:12

Ik heb te doen met Driek. Tenzij ik het mis heb? 😉
Het leest weer als de brandweer Do’tje. Kun je iets dieper ingaan op het samen douchen????

DreamOn · 25 oktober 2010 op 19:12

Dit verhaal heeft NIETS met Driek te maken, Medeklinkerovski! (Bij de vorige aflevering had ik verteld dat het geen biografisch verhaal is, al zijn er wel aspecten in het verhaal verwerkt uit mijn eigen leven. Maar NIET uit mijn leven met Driek.)

O ja hoor, wat het samen douchen betreft; het water was nat en mooi op temperatuur. 😉

Ontwikkeling · 25 oktober 2010 op 19:28

Verdorie zeg, wat kun jij schrijven. Zie nu al weer uit naar deel 3!
Complimenten…..

Avalanche · 25 oktober 2010 op 21:15

Opnieuw met heel veel plezier gelezen. Mijn complimenten!

arta · 25 oktober 2010 op 21:27

Jaaa, mooi geschreven, Do! Vervolgverhalen zijn echt jouw specialiteit!

pally · 26 oktober 2010 op 21:44

Hee, Do, zit ik vanmiddag een uitgebreide reactie te schrijven onder je stuk en zie ik hem nu niet staan. Hopelijk niet per ongeluk ergens anders geland…
Oké, nog een keer; ik vind dat je in je verhaal heel goed het verschil in intellect en afkomst van dit stel laat zien en wat dat teweeg kan brengen. Twee mensen die als het ware een andere taal spreken en elkaar daardoor niet kunnen bereiken.
Het feit dat ik absoluut geen last had van de lengte(je kent me)is een compliment. :wave:

groet van Pally

sylvia1 · 27 oktober 2010 op 09:47

Met plezier gelezen, niet langer herkenbaar voor me maar wel zo geschreven dat ik me er goed in kan verplaatsen. Het heeft iets triests hoe het deze twee mensen niet lukt om elkaar te bereiken omdat ze uit een ander nest komen. Ben benieuwd naar het vervolg!

Fem · 27 oktober 2010 op 10:45

Ik kan hier geen genoeg van krijgen, maar vraag me wel af hoe lang je dit ongelukkige stel nog laat aanmodderen… 😉

lisa-marie · 28 oktober 2010 op 13:31

de eerste gemist maar nu allebei gelezen en ik kijk nu al uit naar de volgende ! 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder