[i]Een beschouwing over de Indonesische media en hun obsessie met shampoo en haarcremes in een islamitisch land.[/i]

Ik maak mij zorgen over vrouwen die een hoofddoek dragen.
Er komt namelijk te weinig lucht aan hun haren, die al snel hun glans verliezen en gaan verdorren, of erger nog, uitvallen. Katholieke nonnen zitten ook met dat probleem. Vroeger leken de katholieke nonnen meer op de volledig ingepakte islamitische vrouwen die op de Indonesische TV tijdens het “Islamitisch halfuurtje” komen praten over de Islam. Die islamitische vrouwen dragen zelfs twee hoofddoeken over elkaar. De moderne katholieke nonnen laten nog een stukje van hun haren vrij, maar toch, ze dragen ook een hoofddoek in naam van hun geloof, zeg maar in naam van hun God.

Ik ben niet de enige die bekommerd om is om het welzijn van vrouwen die een hoofddoek dragen.
Nergens ter wereld ziet men zoveel TV reklame over shampoos, middeltjes om schilfertjes te bestrijden en haarcremes als op de Indonesische TV kanalen.

De programma’s van AN TV, INDOSIAR, RCTV, SCTV, TPI en METRO TV worden om de haverklap onderbroken door reklame spots waar men dan een bedrukt kijkende hele mooie jonge meid ziet. De kijker ziet dadelijk waarom dat meisje op het punt staat in huilen uit te barsten. Haar vettige of uitgedroogde haren vallen in slierten neer op haar schouders in een wolk van schilfertjes. Maar, zo blijkt, er bestaat een uitweg want daar komt een vriendin en niet zomaar gelijk welke jonge meid, nee, en nogmaals nee, het is een engel van een vriendin, bloedmooi met een glanzende prachtige haardos die als vloeibare Chinese inkt tot ver over haar ruggemerg hangt. Die vriendin schudt ook verleidelijk met haar haren.
De vriendin heeft een fles shampoo van het merk X vast en toont deze fles in close-up.
Een sekonde later is het lelijke eendje in een harige zwaan veranderd, lachend en met haar haren schuddend. Einde van het verhaaltje.
Er bestaan vele variaties op dit thema. Er zijn ook reklame spots waar het meisje afgewezen wordt door haar vrijer, maar na gebruik van die shampoo of deze creme zo bloedmooi wordt, dat ze meteen drie kerels tegelijk kan krijgen.

Dit alles is zeer merkwaardig, want Indonesie is het grootste moslim land ter wereld. Dit betekent dat er meer moslims wonen in Indonesie dan gelijk waar elders ter wereld. Nochtans zijn de vrouwen die een hoofddoek dragen in de minderheid.

De magazines voor vrouwen, zeg maar de Indonesische Libelle, staan vol met raadgevingen aan hoofddoek-dragende vrouwen. Wanneer ik die maandbladen lees bij de kapper of bij de tandarts valt het mij altijd op dat er eerder wordt aangeraden om geen hoofddoek te dragen. Die raadgeving wordt op een heel subtiele manier verschaft, en ziet men enkel wanneer men tussen de regels leest, want openbaar mag men dat natuurlijk niet schrijven.

Tenslotte, hoeft het nog gezegd ? In de Koran staat nergens geschreven dat een muslima verplicht is om een hoofddoek te dragen.


9 reacties

gast · 13 maart 2003 op 23:21

Leuk geschreven en een interessante andere kijk op de zaak!

Rachida · 16 maart 2003 op 13:04

Hallo allen,

Zelf draag ik ook een hoofddoek 😉 en mijn haar is zo glanzend (zoals in jouw column beweerd wordt over anderen) als vloeibare Chinese inkt, alleen dan bruine inkt. 🙂

Het is inderdaad zeer merkwaardig dat er zulke reclamespots bestaan in Indonesie, maar ik neem aan dat je wel beter weet..

Hoe worden deze dure producten anders verkocht, het is slechts een kwestie van inspelen op gevoel. In hoeverre die er op deze manier mag zijn, want geloof me… 🙂

Je hebt het over het feit dat Indonesie het grootste Moslimland ter wereld is, maar dat de vrouwen met hoofddoek zich in de minderheid tonen… Dat kan en is mogelijk. Maar het lijkt me wel relevant om te weten dat een vrouw allereerst moslim is als zij dit voor zichzelf bepaalt. Niemand kan haar meer of minder moslim maken, behalve God die weet wat er in haar hartje shuilt.

Een persoon is praktiserend moslim als de vijf zuilen van het geloof worden nageleefd, en daar valt de hoofddoek niet onder…

Het is een interessante column, maar toen ik je laatste woorden las raakte ik teleurgesteld.. Waarom maakt iedereen zo’n heisa over het wel of niet dragen van een hoofddoek. Al stond er niets in de Koran en al is de hoofddoek verzonnen door een man genaamd Sinterklaas, dan nog hebben anderen (behalve de bewuste draagster zelf) reden van twijfel..

Normaal maak ik mij geen zorgen als een persoon niet gelooft dat het dragen van een hoofddoek niet in de Koran staat.
Maar door die woorden in een column te zetten, zul je misschien invloed hebben op de gedachten (vaak onbewust) van anderen..

Dus ik pak de koran er even bij 😉
Hoofdstuk ANNOER (het licht) vers 30 en 31.
Zeg tot de gelovigen mannen dat zij hun ogen neergeslagen houden en dat zij hn passies beheersen. Dat is reiner voor hen. Voorzeker, Allah is wel op de hoogte van hetgeen zij doen.

“E zeg tot de gelovigen vrouwen dat zij ook haar ogen neergeslagen houden en hun passies beheersen, en dat zij har schoonheid niet tonen dan hetgeen ervan zichtbaar moet zijn. En dat zij haar hoofddoeken over haar boezem laten hangen, en dat zij haar schoonheid niet tonen behalve aan haar echtgenoot of haar vader of haar broeders, etc etc.

(Voor uitleg zie mijn column “emancipatie en de hoofddoek”)

Mvg,

Een trotse hoofddoekdraagster. 😉

Wayan · 18 maart 2003 op 08:03

Hallo Rachida,

De Groene Amsterdammer
ArchiefInhoud dit nummerZoekenExtraHelp/sitemapHome
De Groene Amsterdammer | 8 maart 2003

De schaamte ontsluierd

Moslimmeisjes eisen het recht om met een gezichtssluier op school te verschijnen. Het wordt tijd dat de overheid helderheid verschaft. Alle lappen die de vrouw reduceren tot een tweederangs wezen passen niet in onze democratische rechtsstaat.

door Margreet Fogteloo

Zeven jaar geleden zat ik in een vliegtuig naar Canada naast een Amerikaanse vrouw in niqaab (gezichtssluier) met op haar schoot een jongetje. Zo’n lange reis leidt doorgaans tot een zeker contact met je omgeving. In een poging tot toenadering vroeg ik — zelf met een dochtertje op de knie en niet gekleed in verdorven westerse kleding — hoe oud haar zoontje was. Haar stem klonk gedempt. Door haar bedekking moest ik het doen met communicatie via de ogen. Aan het onschuldige gesprekje kwam snel een einde. Zodra haar man van de wc terugkeerde, nam hij het kind resoluut van haar af en dirigeerde haar in het Arabisch naar een stoel verderop. Ze sloeg haar ogen neer en heeft vele uren naar haar handen in haar schoot gestaard. Intussen zat ik naast haar man, die me hautain de rug toekeerde. Dit voorval maakte indruk op me. Het was de eerste keer dat ik zo direct te maken kreeg met de letterlijke scheiding tussen doek en buitenwereld.
Mijn weerstand tegen de islamitische kleding voor vrouwen is sindsdien niet afgenomen. Ik weet dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen hoofddoek en gezichtssluier. De laatste vorm beschouw ik als verwerpelijk. Niemand kan beweren dat een lap voor het gezicht een vooruitgang is: het beperkt letterlijk de bewegingsvrijheid. Ik ervaar het bovendien, pathetisch gesteld, als aanstootgevend voor ons Nederlandse vrouwen, die er in de ogen van de gesluierde draagsters maar «naakt en beschikbaar» bijlopen.
Veel mensen denken daar heel anders over, getuige de heftige emoties die bij dit onderwerp loskomen. Hoe verloopt het debat over dit dilemma tot nu toe? Ik zal me hier niet wagen aan de complexe vraag of kledingvoorschriften voortkomen uit culturele traditie of uit de interpretatie van de koran. Moslims komen daar zelf niet eens uit.

De hoofddoek is toegestaan in publieke gelegenheden als (openbare) scholen, ziekenhuizen en verenigingsgebouwen. Werkgevers mogen meisjes met een hoofddoek weigeren als het beroep nadrukkelijk neutraliteit met zich meebrengt (zoals in een rechtbank). Een instelling met een identiteit die botst met de waarden waarvoor de hoofddoek staat, zoals het maandblad Opzij, kan ook nee zeggen.
Toch komen er telkens weer incidenten voor. Opvallend is dat dezelfde argumenten verschillend worden geïnterpreteerd in dienst van een wenselijke uitkomst. Willekeur is troef.
Het schoolbestuur van de protestants-christelijke basisschool Timotheus te Amsterdam weigerde begin dit jaar een twaalfjarige leerlinge de toegang tot de klas omdat ze haar hoofddoekje niet wilde afdoen. In het reglement was het dragen van petjes, mutsen en hoofddoekjes tijdens de lessen verboden. Minister Van der Hoeven van Onderwijs gaf de school gelijk. De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) in Utrecht — die bijvoorbeeld omstreden kledingeisen kan toetsen aan de Wet Gelijke Behandeling — gaf het meisje (de ouders) daarentegen gelijk. Volgens de commissie was «de bewindsvrouw helaas niet goed op de hoogte, want we hebben vrijheid van godsdienst in Nederland. Mutsen en petten zijn geen uiting van een geloof, een hoofddoek wel. Bovendien moet er een legitieme reden zijn voor een school om zo’n verbod op te leggen, zoals veiligheidsredenen.» Voor het argument van onveiligheid was overigens al eerder een oplossing gevonden. Een Nederlandse modeontwerpster ontwierp vorig jaar speciale gymhoofddoeken waarmee moslima’s veilig over de bok kunnen springen.
Ook op de Haagse Vliegerschool brak opeens gedonder uit, terwijl in het schoolreglement duidelijke kledingvoorschriften stonden. De directrice zette alles op alles om een meisje met hoofddoek tegen te houden. Ze deed onderzoek en zag hoe dit meisje onder druk stond van haar vader en broers. Andere meisjes vertelden haar dat zij waren uitgescholden voor hoer omdat ze geen hoofddoekje droegen. De directrice ging uiteindelijk door de knieën omdat ze de strijd moe was.
Eenzelfde inconsistentie is te zien bij bedrijven. Supermarktketen Dirk van den Broek koos anderhalf jaar geleden voor nieuwe bedrijfskleding, inclusief een speciale Dirk van den Broek-sjaal voor moslimmedewerksters omdat zij dreigden niet meer achter de kassa te gaan zitten. Bij Albert Heijn bepaalt iedere filiaalhouder zelf of een hoofddoek is toegestaan, afhankelijk van de buurt waar de winkel is gevestigd. McDonald’s, een kosmopolitisch bedrijf met een multi-etnisch personeelsbestand, is weer principieel: «Boven de hamburger geen hoofddoek.» Maar ook geen rastapetten, tulbanden, keppeltjes en piercing in het gezicht want «anders wordt het een ratjetoe». In ziekenhuizen in allochtone wijken, zoals het Medisch Centrum Haaglanden in de Schilderswijk in Den Haag, staan verpleegkundigen met hoofddoek daarentegen weer zonder problemen aan het bed van de patiënt.

Intussen heeft de strijd tussen voor- en tegenstanders zich echter verplaatst naar vormen die vele malen verder gaan dan de bedekking van haar en hals: de chador, niqaab en straks wellicht burqa. Onlangs deed zich een kwestie voor die aantoont dat dit hachelijke vraagstuk zich op een glijdende schaal bevindt. Drie studentes aan het Regionaal Opleidingscentrum (ROC) in Amsterdam werd eind vorig jaar de toegang tot de lessen geweigerd omdat ze gekleed gingen in niqaab. Behalve een omvangrijke zwarte doek om de haren en borsten bevat deze outfit nog een speciaal onderdeel: een doekje dat het gezicht op de ogen na geheel bedekt en korte tijd los mag als de draagster wil eten of drinken. Nog een stapje verder gaat de burqa: het lichaam gaat van kruin tot voeten schuil. De draagster ervan beziet de wereld door een klein streepje gaasdoek. Aangenomen moet worden dat dergelijke verpakkingen worden gedragen over gewone kleding (het is ten strengste verboden de fantasie de vrije loop te laten, zoals bijvoorbeeld de vraag of ze op een hete zomerdag niets dragen onder hun zwarte lappen).
Hoewel de voorlopige uitkomst is dat de meisjes in het ROC-gebouw hun drang zich in hun geloofskostuum te steken moeten bedwingen, heeft de diep religieuze advocate Famile Arslan uit Den Haag zich opgeworpen als verdediger van hun rechten. Ze wacht nog op de Commissie Gelijke Behandeling, die momenteel het verbod toetst aan de Wet Gelijke Behandeling. Op 7 maart doet de commissie uitspraak. De kans is groot dat de niqaab wordt toegestaan. Bij een geval in 2000 kreeg een meisje al gelijk: haar opleiding aan een school voor gezondheidszorg (ook ROC) mocht ze doorlopen met een gezichtssluier. De school mocht niet discrimineren ten koste van de godsdienstvrijheid en kon ook niet hard maken dat er praktische bezwaren waren.
Waar ligt de grens tussen wat wel en niet mag worden gedragen? Hoe ver moet het gedogen van (moslim-)religieuze uitingen gaan? Hoe verhoudt de islam zich tot de rechtsstaat, waarin staat en kerk zijn gescheiden? Het wordt tijd dat de overheid als grensbewaker van onze democratische rechtsstaat duidelijkheid schept over dit onderwerp. Al is het maar om te voorkomen dat telkens weer ergens in Nederland een directie van een instelling wordt gedwongen energie te steken in een probleem dat de muren van het gebouw ver overstijgt.
Tot nu toe worden besluiten ad hoc genomen: niet op principiële maar vooral op praktische gronden. Zo was één van de bezwaren tegen de niqaab op het ROC in Amsterdam dat een meisje als kleuterleidster «op een spookje lijkt» en daarmee de kleintjes angst inboezemt. De afwikkeling van de kwesties verloopt volgens een vast patroon: een school komt er na de nodige gesprekken met de ouders zo’n beetje uit. Na bemoeienis van buitenaf wordt de beslissing voorts getoetst bij de CGB. Een enkele keer wordt de gang naar de rechter gemaakt. Het kost veel tijd en het wordt gespeeld over de hoofden van jonge meisjes.

Soms is het nodig scherpe grenzen te stellen aan tolerantie. Er moet in openbare gelegenheden een verbod komen, gebaseerd op juridische en morele (zoals emancipatoire) logica, op alle vormen van lappen die de vrouw reduceren tot een tweederangs individu. Maar dat is lastig. Nuance is geboden. Voorstanders beroepen zich op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Tegenstanders moeten dus van goeden huize komen.
In de juridische wereld wordt momenteel druk gestudeerd op de wettelijke mogelijkheid van een verbod: gedifferentieerd naar de zwaarte van de dracht en de omstandigheid waarin die wordt gedragen alsmede naar de openbare ruimte, de privésfeer of specifieke instellingen. Filosofen en politici refereren meer aan de fundamentele waarden uit de Verlichting die onder druk komen te staan. Vrouwen — autochtone én islamitische — baseren zich intussen op de verdiensten van het feminisme.
Wat zijn nu argumenten voor moslimvrouwen om zich te houden aan kledingvoorschriften? De hoofddoek, aldus discussie forums op internet, is een manier om te laten zien dat je aanhanger bent van de islam. Droeg de eerste generatie moslimvrouwen een hoofddoek uit gewoonte, hun dochters, hier geboren en getogen, knopen bewust een hoofddoek om terwijl zij zich verder kleden in een hippe, modieuze outfit. Met hun uiterlijk tonen deze meisjes een innerlijk compromis tussen de twee culturen waar zij deel van uitmaken: de Nederlandse seculiere samen leving en het islamitische thuisfront. Zij zijn doorgaans goed gebekt, zelfbewust en assertief: hoezo moet dat van onze mannen? We kiezen zelf, want wij zijn trotse moslima’s! Ze laten weten dat het geen onderdrukkingsapparaat is.
Een ander argument is dat er geen verschil is tussen een gesluierde vrouw op straat en andere kleding die buiten de mainstream valt. In deze retoriek hoor je telkens de voorbeelden van de punker, de kraker (met of zonder bivakmuts), de Staphorster meisjes in lange rokken en jongens met een petje in de klas. Ook wordt gezegd dat meisjes in minirokjes, blotebuiktruitjes en met een navelpiercing net zo goed aanstootgevend kunnen zijn.
Aanhangers van het multiculturalisme vinden dat «iedere vorm van culturele eigenheid» steun verdient. Het getuigt van arrogant westers denken de eigen waarden voorop te stellen of op te willen leggen. Ook in allerlei overheidsinstellingen moeten volgens hen hoofddoekjes (dus ook de gezichtssluier) worden geaccepteerd. Dat is wat respect voor een vreemde cultuur van ons eist. Niet neutraliteit maar pluriformiteit is het parool. Als je het verbiedt, en mensen uitsluit van functies in het openbaar onderwijs en bij de rechterlijke macht, dan werk je integratie van minderheden tegen. Hoofdredactrice Cisca Dresselhuys van Opzij, fel tegen de hoofddoek op haar werkvloer, kreeg zelfs te horen «dat zij op haar manier vrouwen onderdrukt». Voorstanders menen bovendien dat de emancipatie van moslimvrouwen «van binnenuit» moet komen. Het heeft alleen wat tijd nodig.

Van binnenuit wordt er wel degelijk heel kritisch tegenaan gekeken. Een veel gehoord geluid is dat de hoofddoek norm bepalend kan werken. Hoofddoekdraagsters mopperen dan wel dat ze zich telkens moeten verdedigen tegenover hun autochtone omgeving, omgekeerd klagen onbedekte moslimmeisjes dat zij lijden onder de druk van hun eigen omgeving. Ze krijgen de vraag waarom zij niet een hoofddoek omdoen. Ben je eigenlijk wel een goede moslim?
Op de site moslimjongeren.nl wordt een officiële visie gegeven op de hoofddoek en niqaab: «Een ieder kan waarnemen waartoe de gevolgen van de huidige manier van kleden en het losbandige gedrag kunnen leiden: overspel, ontucht, het uiteengaan van families en een moreel en sociaal verval van de samenleving. (…) Een moslima beschouwt zichzelf niet als een voorwerp van reclame. Ze heeft noch de behoefte om zichzelf te etaleren, noch de behoefte om op straat om zich heen te kijken om op te vallen of om gezien te worden zoals dat momenteel gewoon is. (…) Háár lichaam is immers háár privé en het is haar goed recht om dat te bedekken. (…) Door zichzelf te bedekken, betekent het niet dat ze van haar vrijheid beroofd wordt, maar het verschaft haar juist een zekere mate van bewegingsvrijheid. Allah (de Glorie rijke en de Verhevene) heeft de mens perfect geschapen. Hij heeft hem de Heilige Qoran gegeven zodat hij precies weet hoe te leven. Moeten we ons daar dan niet aan houden, en gaan we zelf bepalen hoe we ons gaan kleden?»
Wie zich over het dilemma een mening wil vormen, kan te rade gaan bij De schaamte ontsluierd van de Marokkaanse sociologe Soumaye Naamane. Zij deed uitgebreid onderzoek naar seksualiteit bij Marokkaanse vrouwen en naar de man-vrouw verhouding in de moslimwereld, een onderwerp dat volgens haar stuit op een kolossaal taboe. Haar boek geldt als «een bijbel» voor kritische moslimvrouwen in de Arabische wereld en is nu ook in het Nederlands vertaald.
Naamane legt een patroon bloot dat de vrouw reduceert tot een aan de man dienstbaar wezen. Het begint al als kind, en zodra ze menstrueert, wordt ze klaargestoomd tot een geschikte, maagdelijke huwelijkskandidate. «Achter de sluier van schaamte verbergen zich frustraties, gebrek aan openheid en groot lijden. Dit alles draagt ertoe bij dat jonge meisjes systematisch worden geremd in hun seksuele en individuele ontplooiing», aldus Naamane. Het draait om hachouma, een moeilijk te vertalen begrip, dat neerkomt op schaamte, kuisheid. «Hachouma is een code waaraan mensen zich zonder nadenken aanpassen, alle situaties zijn ervan doordrongen. Vrouwen weten precies waar deze fatsoenscode in de praktijk op neerkomt: het werkt als een dichte sluier, beheerst door gebruiken en gewoonten en sluit elke mogelijkheid uit om zich buiten de sociale patronen om als individu te laten gelden, en het is tegelijk opgebouwd uit stilzwijgen en geheimen.»
Dit onderdrukkende systeem berust volgens haar op twee pijlers: het beeld van de vrouw als een sluw duivels wezen en de waarde die wordt toegekend aan de kuisheid. Het idee dat de vrouw door begeerte te wekken zelfs invloed kan uitoefenen op de machtigste man, is diep verankerd in de geest van de mensen. Hierbij komt volgens haar nog de algemeen aanvaarde notie van de eer, die belichaamd wordt door het onbezoedelde vrouwelijk lichaam. Ze wordt daarom nauwlettend in de gaten gehouden, met als doel de natuurlijke impulsen in te tomen zodat het lichaam ongeschonden blijft tot de dag dat het zal toebehoren aan de wettige eigenaar: de echtgenoot. Gevraagd naar hoe mannen erover denken, tekent Naamane op: «Alle vrouwen die naakt de straat op gaan behoren elke man toe, terwijl de gesluierde vrouwen alleen hun eigen man toebehoren.» Het weerspiegelt de mannelijke kijk op de kleding van de echtgenote. Door middel van een hoofddoek of sluier probeert de man zijn bezit, en dus zijn eer, te beschermen tegen onbescheiden blikken. Hetzelfde geldt voor de vader van ongetrouwde dochters. Het is een teken van onvoorwaardelijke loyaliteit. Zodra de vrouw ouder wordt en zwanger is geweest, wordt de sluier in de ogen van de man nuttelozer. Boven de dertig wordt zij als versleten beschouwd. «Nu ik verwelkt ben weet hij dat geen man meer in mij is geïnteresseerd», zegt een van de geïnterviewde vrouwen in het boek. Een andere vrouw: «Sinds ik werk, moet ik van mijn man een sjaaltje om mijn haren doen.»
Naamane beschrijft niet alleen vrouwen in Marokko. Het is een bekend fenomeen dat migranten «verstenen in de tradities en gewoonten van het moederland», aldus Naamane. «Zij richten zich sterk op de tradities vanuit een behoefte aan eigenheid, of bescherming tegen een onvriendelijke omgeving. Waarbij zij geen weet hebben van de veranderingen in de Marokkaanse samenleving.» Voor Turkse vrouwen geldt dat ook. In Turkije is sinds Atatürk de overheid helder in de scheiding van kerk en staat: geen hoofddoeken en sluiers in officiële functies, in de klas of op het werk.
In juridische en filosofische kring worstelt men ook met deze vraag. In Moderne Papoea’s: Dilemma’s van een multiculturele samenleving schrijft rechtsfilosoof Paul Cliteur dat in Nederland de verschillende culturele invloeden botsen met de brede consensus over klassieke waarden als «individualisme» en «secularisatie». Zelf is hij duidelijk over een verbod op de hoofddoek, en wel in een paar situaties. 1. Als de overheid als monopolist diensten verleent waarbij neutraliteit (onpartijdigheid) en objectiviteit onontbeerlijk zijn: dus geen hoofddoek bij rechterlijke macht en politie. 2. Als de overheid een vorm van dienstverlening verricht die op een bepaald niveau gewaarborgd moet zijn, maar die alternatieven toelaat, zoals in het openbaar onderwijs, waar docenten en directie, anders dan de leerlingen, «de overheid» vertegenwoordigen en dus niet gesluierd mogen gaan.
Mr. A.C. ’t Hart, hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Universiteit van Leiden, laat in zijn boek De meerwaarde van het strafrecht daarentegen zien hoe complex de discussie over de verhouding tussen multiculturalisme en democratische rechtsstaat is. Zuiver geredeneerd hoort de hoofddoek niet thuis in een publieke ruimte waar de draagster deel van uitmaakt, zoals op een openbare school. Dat zou een teken zijn van de suprematie van het eigen geloof: de wetten van God boven die van de staat.
De rechtsstaat kan volgens hem op twee manieren worden ondergraven. «Enerzijds door wat men het München-syndroom zou kunnen noemen: het uit angst, gemakzucht en onnadenkendheid of politiek opportunisme zwichten voor de druk van fanatici die de rechtsstatelijke grondrechten niet delen en daarbij de eigen grondwaarden (de waarden van de individuele mens, van gelijkwaardigheid van en respect voor de ander, van verdraagzaamheid en van openheid en meerduidigheid) prijsgeven.» Daartegenover staat volgens ’t Hart «het star vasthouden aan de wijze waarop de grondwaarden vorm worden gegeven in het bestaande stelsel zonder voortdurend te luisteren en te zoeken naar openingen voor religieuze en culturele verandering». Ook dan «ontstaat een vorm van absolutisme, die de rechtsstatelijkheid van een pluriforme maatschappij van binnenuit uitholt».
In de ogen van ’t Hart is er geen eenduidig antwoord op de vraag waar de grens van religieuze eigenheid ligt. De democratische rechtsstaat dient voorwaarden te scheppen om de individuele mens te beschermen en te kunnen laten ontplooien tot een zelfstandige identiteit. Maar openheid stelt wel grenzen. Anders kan ze worden aangetast en tenietgedaan.

Uitgaande van dit München-syndroom zou ik willen stellen: het is uit den boze op het niveau van de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat compromissen aan te gaan. De hoofddoek en de niqaab zijn een voorbeeld van de staatsrechtelijke dynamiek. Dat betekent dat de gezichtssluier, die de ontplooiingsvrijheid van een individu belemmert en getuigt van fundamentele sekseongelijkheid, moet worden verboden bij publieke aangelegenheden. Voor de gewone hoofddoek moet nuance worden betracht. Als het dragen van de hoofddoek een begin van emancipatie van binnen uit de gemeenschap zou betekenen (grotere zelfstandigheid ten opzichte van vader of broer) moet je coulant zijn. Ook al blijft het de vraag in hoeverre er altijd sprake is van vrijwilligheid.
In de debatten verweren moslima’s zich vaak met het argument dat het met de emancipatie van de westerse vrouw ook niet zo best is gesteld. Dat is waar. Maar autochtone vrouwen hebben in ieder geval geen last van tegenwerking als ze buitenshuis willen werken en evenmin van een sekseverhouding die de vrouw als groep ondergeschikt maakt aan de man. Nederlandse vrouwen lijden niet onder georganiseerde partnerkeuze, maagdelijkheidsrituelen of vaders, broers, ooms en neven die hen in de gaten houden als ze uitgaan. Terwijl de moslimman vrij is te gaan en staan waar hij wil, te experimenteren met seks voor het huwelijk (met meisjes die ook wel hoeren worden genoemd), polygaam te zijn, te drinken en te roken en moeder of zusjes en eventuele echtgenote te koeioneren. Alle individuele uitzonderingen ten spijt is dit globaal de situatie in de moslimgemeenschap in ons land. Tolerantie jegens de gezichtssluier bevestigt mannen hoe dan ook in hun dominante positie en laat vrouwen in de steek die er onderuit willen komen. Het is marchanderen met het gelijkheidsprincipe, zoals vastgelegd in onze grondwet.
Tolerantie dient bovendien wederkerig te zijn. Respect voor «eigenheid van een minderheidscultuur» vereist omgekeerd ook respect voor de meerderheid. De verworvenheden van het feminisme zijn te kostbaar om die andere vrouwen niet te gunnen. Op 8 maart is het internationale vrouwendag. Voor mij draait die dag om de vraag: wanneer wordt de schaamte voor moslima’s werkelijk ontsluierd?

© auteur / De Groene Amsterdammer
ArchiefInhoud dit nummerZoekenExtraHelp/sitemapHome

gast · 21 maart 2003 op 00:33

Beste Wayan,

Dat is een aardig lang stuk 🙂 waar ik veel reacties op wil geven…. Maar ik ben nu ff druk vanwege de studieboeken die keurig op mij wachten.

Na mijn tentamenweek zal ik nader op het stuk ingaan.

Ik vind het trouwens jammer dat het niet je eigen woorden zijn.. Maar goed, je zult er wel heelmaal achter staan..

MVG,

Rachida

Rachida · 3 april 2003 op 17:36

Heey Wayan,

Zo..lang geleden alweer..

Het voorbeeld van het vliegtuig
Geloof, cultuur, nationaliteit maar vooral opvoeding, zijn factoren die een belangrijke rol innemen als het gaat om gedrag en omgang met anderen..
Helaas richt men zich maar al te vaak op de hele groep, terwijl het vaak gaat om een handjevol mensen die ver afwijkt van de richtlijnen.
Zo ook in de Islaam. Maar goed, een advies:

Leer de Islam kennen voordat je de Moslim ontmoet, want het eerste is puur en volmaakt en het tweede (ieder mens) kent zijn tekortkomingen.

Waar ik me zeer om heb verbaasd, is het feit dat de auteur het pathetisch gesteld aanstootgevend vindt dat de moslima er bedekter bij loopt dan de Nederlandse vrouwen. Ieder zijn eigen keus toch? Ik begrijp niet waar deze vrouw zich druk om maakt.. Wij moslima’s zijn toch ook niet van mening dat een mooie vrouw die haar uiterlijk graag toont op deze manier laat blijken dat zij ons te gesluierd vindt…
😕

De auteur durfde zich niet te wagen aan de vraag of kledingvoorschriften wel of niet zijn voortgevloeid uit het geloof zelf.
Ik zal proberen hier uitleg bij te geven:
De manier waarop moslims zich moeten kleden, staat wel degelijk beschreven in de Qor’aan. het is de zaak van moslims zelfs hoe hier mee om te gaan. Over het algemeen kleden de (praktiserende) moslims zich naar de heersende regels binnen de Islam. Het komt dus voor dat de ene moslim zich hierin veel strikter houdt…

Alhowel de hoofddoek is toegestaan in publieke gelegenheden, komen er zeker nog conflicten voor. Vaak gaat het hier om de zogenaamde reputatie van het bedrijf of school. Vaak belachelijk, soms begrijpelijk. Natuurlijk is het logisch dat de hoofddoekdragende moslima -net als de pijpenkrullendragende Jood-geweigerd kan worden als een beroep neutraliteit vereist. (zoals het geval is bij rechters)

Maar goed..

Het voorbeeld van het meisje op de basisschool, is er 1 die mij heeft verbaasd. Hoe kan zo’n school nu op deze wijze gehandeld hebben? Is het niet feit dat het grootste deel van de ontwikkeling van het kind op school wordt gevormd?
Is het niet feit dat kinderen zich vooral gedragen naar de heersende normen en waarden op school?
Is het niet logisch dat hoofddoeken niet geplaatst kunnen worden in een reglement dat over petten en andere verfraaiende kledingattributen gaat?

Het feit dat kinderen gevormd worden door zo’n omgeving baart mij dan ook zeker zorgen! Een aantal van de meisjes durfde zelfs niet bij andersgelovige kinderen thuis te spelen. Zij dachten namelijk dat ze bij deze kinderen thuis ook hun hoofddoek af dienden te doen.

:dunno:

Wat betreft veiligheid op school, dat is vaak flauwekul! Een hoofddoek kun je op verschillende manieren dragen, dat het absolute veiligheid biedt tijdens het gymen. Wellicht biedt een hoofddoek zelfs meer veiligheid, de haren zitten nu namelijk (onbereikbaar) weggestopt. 😉

Over scholen heb ik trouwens -op vergelijkbaar gebied- nog iets belachelijks te melden. Hiervoor gaan we naar het HBO..Met een grote groep studenten, uiteraard moslims, zamelden we handtekeningen in voor een gebedsruimte.
Uiteindelijk werd ons verzoek afgewezen. Toen later een aantal andere mensen het initiatief nam (deze waren erg in de minderheid) om een ruimte aan te vragen voor yoga, werd deze wel toegewezen!
Later werd door een van de managers besloten om een openbare stilteruimte te laten bouwen. Deze was dan beschikbaar voor iedereen en multi-functioneel..
Toen ik vroeg waarom er in eerste instantie gezegd was dat er veeeeel te weinig ruimte was en nu opeens alle gaatjes in de school mocht worden opgevuld, kreeg ik te horen dat de school bang was voor een slechte reputatie. Een dergelijke ruimte zou alleen getolereerd worden indien het “stilletjes” gebruikt werd. Er mocht absoluut niet over worden geschreven en aangezien een aantal van de studenten schrijft voor “Trajectum” werd ons verzoek afgewezen..

De mens wordt steeds triester, haar hart steeds zwakker en haar daden steeds laffer.

Wat betreft de niqaab, deze draag ik zelf niet. Wat ik hier wel over kwijt wil, is het feit dat deze dames vaak erg standvastig zijn in hun keuze. Deze bewonder ik dan ook enorm.

De auteur vroeg zich af waar de gens precies ligt tussen wat wel en niet mag worden gedragen en of het tijd wordt dat de overheid zich als grensbewaker van onze democratische rechtsstaat duidelijkheid schept over dit onderwerp..

Allereerst heb ik hierop te zeggen dat de mens toch wel meer kan dan slechts achter de overheid aan lopen. De mens is op z’n minst een zelflerend neuraal netwerk, waar heel weinig programmateur aan te pas komt.

Ook wilde ik hieraan toevoegen, dat als we zo beginnen, we net zo goed voor elkaar kunnen beslissen welk eten er op tafel dient te staan..
Het einde is nabij..

Elke situatie is weer uniek in haar oorzaken en gevolgen, het is toch onmogelijk hier simpelweg een aantal wetten voor aan te nemen. De directie en de desbetreffende student of medewerker kunnen zelf uitmaken hoe zij de situatie gaan oplossen. Komen zij er niet uit, dan kunnen ze altijd nog een jurist inschakelen 😛

Ik barstte dan ook spontaan in lachen uit toen ik de volgende woorden las: “een probleem dat de muren van het gebouw ver overstijgt”

Een sarcastische glimlach werd het, toen ik las dat een gesluierde of hoofddoekdragende vrouw gereduceerd wordt tot tweederangsburger. Is het nu de omgeving niet die haar onderdrukt? Is het niet dezelfde auteur die deze vrouw als niet- geemancipeerd verklaart..terwijl dit onnodig is?

(over dit onderdeel wil ik niet al te veel kwijt, lees de column “emancipatie en de hoofddoek” maar)

Met de volgende woorden ben ik het overigens wel eens:

Zij zijn doorgaans goed gebekt, zelfbewust en assertief: hoezo moet dat van onze mannen? We kiezen zelf, want wij zijn trotse moslima’s! Ze laten weten dat het geen onderdrukkingsapparaat is.”

Kort, maar zeker krachtig!

Ook ben ik het eens met het argument dat er geen verschil is met andere “vreemde” kleding. Maar hieraan wilde ik toevoegen dat de gnoemde voorbeelden, niet allemaal juist zijn. Vele zijn zodanig in de samenleving opgenomen, dat zij nu buiten beschouwing blijven..

Mee eens:
“Aanhangers van het multiculturalisme vinden dat «iedere vorm van culturele eigenheid» steun verdient. Het getuigt van arrogant westers denken de eigen waarden voorop te stellen of op te willen leggen. Ook in allerlei overheidsinstellingen moeten volgens hen hoofddoekjes (dus ook de gezichtssluier) worden geaccepteerd. Dat is wat respect voor een vreemde cultuur van ons eist. Niet neutraliteit maar pluriformiteit is het parool. Als je het verbiedt, en mensen uitsluit van functies in het openbaar onderwijs en bij de rechterlijke macht, dan werk je integratie van minderheden tegen.”

Wat mij opvalt is dat er in deze tekst ook veel gesproken is over emancipatie van de moslimvrouw. Helaas schiet ook hier de betekenis weer tekort.. Natuurlijk begrijp ik de intentie op dit gebied wel, een hoofddoekdragende moslima lijkt blijkbaar niet bewegingsvrij. Maar is het dan niet verstandiger om te spreken van participatie van de Moslima? Deze kan overigens alleen bereikt worden als zij gelijke kansen (en ze dus niet telkens vanwege haar hoofddoek geweigerd wordt bij een sollicatie) krijgt als een Nederlandse vrouw.

Waarmee ik probeer aan te tonen dat die verdomde omgeving weeral in de weg staat 🙂
Maar goed..

“Een moslima beschouwt zichzelf niet als een voorwerp van reclame. Ze heeft noch de behoefte om zichzelf te etaleren, noch de behoefte om op straat om zich heen te kijken om op te vallen of om gezien te worden zoals dat momenteel gewoon is. (…) Háár lichaam is immers háár privé en het is haar goed recht om dat te bedekken. (…) Door zichzelf te bedekken, betekent het niet dat ze van haar vrijheid beroofd wordt, maar het verschaft haar juist een zekere mate van bewegingsvrijheid. Allah (de Glorie rijke en de Verhevene) heeft de mens perfect geschapen. Hij heeft hem de Heilige Qoran gegeven zodat hij precies weet hoe te leven. Moeten we ons daar dan niet aan houden, en gaan we zelf bepalen hoe we ons gaan kleden?”

Yep..

wat betreft de sociologe en haar onderzoek, ik vind het allemaal wel grappig hoor..
Ik citeer hier dan ook graag de woorden van een jonge columnschrijver (Abdel Hakim)

“De schrijver van nu verloochent zichzelf en zijn afkomst om te kunnen overleven”

Het antwoord op de vraag “hoe denken mannen erover?” vind ik dan ook zeer onverwachts uit de hoek komen. De sociologe (in hoeverre ze die echt is: ik betwijfel het) antwoordt hier namelijk dat mannen de gedachte hebben dat alle naakte vrouwen op straat hen toebehoren.
Kennelijk bezit de sociologe geen of bar weinig kennis over de mens en de rol die de Islam speelt bij moslims. Maar goed, zo’n boek vertelt mij meer over haar dan de figuren die zij beschrijft…

De auteur beweert dat de man zijn “eer” probeert te beschermen door de vrouw een hoofddoek te laten dragen… Het is hier wel van belang te vermelden dat een hoofddoek gedragen wordt voor God en niet voor een ander.. Door een hoofddoek te dragen erkent een Moslima de regels uit de Koran en is ze dus onderdanig aan haar God. God kent de mens het best en weet dat zij snel verleid kunnen worden. Om hen te beschermen voor hun eigen verlangens, dienen zij zich dus proper te kleden. Maar het draait -zoals eerder gezegd- niet alleen om de kleding, ook gedrag en omgang met anderen spelen een belangrijke rol in onze levens…

Maar goed, er bestaan inderdaad ook mannen die hun vrouw dwingen een hoofddoek te dragen, wat in de Islam absoluut verboden is. Een moslim dient zelf te beslissen over het geloof, godsdienst kent geen dwang!

M.A.C ‘t Hart heeft het over het feit dat de hoofddoek niet thuis hoort in een publieke ruimte. Tevens beweert hij dat de draagster op deze wijze t geloof boven de wetten van de staat stelt..
Als ik me niet vergis, wordt er in de wet uitgegaan van vrijheid van godsdienst… Maar goed, meneer zal t allemaal wel niet begrijpen!

Wat er verder mbt de hoofddoek gezegd wordt, verbaast mij. Zelf ben ik nog dezelfde persoon als voor heen. Een hoofddoek (omhulsel) verandert mij van persoon niet. Dezelfde gedachten, ideeen, handelingen blijf ik verrichten. Alleen heb ik bewust gekozen om mijn geloof naar buiten uit te dragen. Iets wat volgens de wetten van de Qor’aan (net als bvb vasten tijdens de Ramadan) verplicht is.

De democratische rechtsstaat dient inderdaad voorwaarden te scheppen om de individuele mens te beschermen en te kunnen laten ontplooien tot een zelfstandige identiteit.
Daar is al Hamdoulilah in Nederland ook sprake van..

Wat betreft het Feminisme: voor de tijd dat de profeet Mohammed (vzmh) leefde en als boodschapper werd gekozen door God, was het voor de vrouw ondraaglijk. Hij is het die 1400 geleden met het woord van God kwam om gelijkheid te eisen. Hij is het die met God’s wil de vrouw gelijk aan de man maakte.
In de ogen van een niet-moslim is dit hedendaags soms moeilijk te herkennen, daar ben ik me dan ook zeker van bewust. Maar zoals ik eerder zei:

Leer de Islaam kennen, eer de je de Moslim ontmoet. Het eerste is puur en volmaakt, terwijl het tweede zijn tekortkomingen heeft.

De auteur stelde dat de gezichtssluier de ontplooiingsvrijheid van een individu belemmert en dat deze getuigt van fundamentele sekseongelijkheid. Verder is zij van mening dat deze moet worden verboden bij publieke aangelegenheden. Ten slotte moet volgens haar voor de gewone hoofddoek nuance worden betracht.

Het is erg moeilijk, als niet-moslim, te geloven dat een hoofddoek of sluier een goede zaak is. Daar heb ik alle geduld en respect voor. Er bestaan immers verschillende leefwijzen en denkniveaus.
Allah Ta’ ala zegt dan ook in de Qor’aan dat hij ons heeft geschapen in verschillende nationaliteiten en talen. Opdat wij elkaar leren kennen en elkaar niet allerlei gewoonten opdringen.

Daar ben ik het dan ook volledig mee eens! Aan de rest van de 16 miljoen mensen wil ik dan ook zeggen:
“Respecteer elkaar, ongeacht elkaars leefwijzen en geloofsopvattingen. We zijn immers allemaal unieke mensen en hebben allemaal andere zaken waarnaar we streven.
De een streeft ernaar een perfecte gelovige te zijn door God’s wetten te accepteren en er naar te leven.De ander gelooft in dit leven en wil zijn leven op zijn manier inrichten, waarbij zelfontplooiing voorop staat.”

Wayan · 9 april 2003 op 03:25

Hallo Rachida,

Voor je reageert zou je misschien best eerst eens de volgende sites kunnen bezoeken

http://main.faithfreedom.org

en

http://dutch.faithfreedom.org/forum

Dit laatste website is de Nederlandse versie.

Groetjes,

Wayan (ex-moslim)

gast · 9 april 2003 op 15:31

Hallo Rachida,

Klein vraagje : waarom een hoofddoek dragen ? Nergens in de Koran wordt het gebruik van een hoofddoek verplicht. Het woord hoofddoek komt zelfs niet voor in de Koran. Blijkbaar dient een hoofddoek om de haren te verbergen. Zijn haren dan zo buitengewoon belangrijk als stimulans voor erotisch gedrag ? Het lijkt wel of het gebruik van een hoofddoek gepropageerd werd in het grijze verleden door mensen met een haar-fetish. In Saoedi-Arabië en Iran slaat de religieuze politie op vrouwen die het aandurven om een miniem haarlokje te tonen. Dit is dus blijkbaar seksueel getint. Een haar-fetish dus.

Een vraagje om over na te denken : als een moslima zich bij de kapper laat kaalscheren, gewoon omdat ze vindt dat dit haar leuk staat, moet ze dan ook een hoofddoek dragen ?

Als je trots in het openbaar je moslim-zijn wil tonen, kan dat dan ook niet met een T-shirt, waarom het woord moslim gedrukt staat ? Of een badge op je bloes ?

Nog een vraag : waarom spelen STENEN zo’n belangrijke rol in de Islam ? En dan heb ik het nu eens niet over steniging van overspelige vrouwen.
Islam is een keiharde godsdienst. Dat bedoel ik letterlijk, want Islam heeft heel veel te maken met keien en stenen.

Tijdens de bedevaart (in Saoedi-Arabië) lopen de gelovigen rond de Ka’aba, een leeg gebouw opgetrokken uit stenen, ze kussen de zwarte steen die er in is gemetseld, en ze bidden met hun gezicht naar de maqam-i-Ibrahim waar tegenover een klein gebedshuisje staat waarin een andere steen is, de qadam-i-Ibrahim. Men gelooft dat deze laatste steen de voetafdruk van Abraham bevat toen Abraham de Ka’aba liet bouwen.

De bedevaarders moeten ook naar de Arafat vallei gaan waar zich de Berg van Barmhartigheid bevindt. Deze berg is geheel bedekt met stenen en bovenaan staat een stenen paal waar Mohammed zijn vaarwel sermoen zou gehouden hebben.

Verder dienen de bedevaarders zich naar Mina te begeven waar zij kleine keien moeten gooien naar een stenen pillaar die de duivel voorstelt. Die keien dienen proper te zijn, dus sommige bedevaarders wassen de keien eerst met hun speeksel…

Dit lijkt verdacht veel op de pre-islamitische Arabische rituelen van de Bedoeienen stammen die ook al met hun stenen goden en godjes naar de Ka’aba kwamen, honderden jaren voor Mohammed was geboren, om hun godjes op te laden zoals batterijen door ze tegen de grote zwarte steen te wrijven.

Dat heeft de Profeet dan toch maar slim overgenomen om die stammen op zijn hand te krijgen, net zoals de katholieken al de heidense feestdagen gechristianiseerd hebben.

Geloof jij ook in Jinns ?
En geloof jij ook dat mannen in de hemel al die maagden krijgen ?
En al dat fruit en die wijn.

Waarom is dat allemaal toegelaten in de hemel en niet op aarde ?

Trouwens, voor mij hoeft die hemel helemaal niet. Ik kan zoveel fruit eten en wijn drinken als ik wil en ik wil geen maagden, geef mij maar een ervaren vrouw !

Ach ja, als je dat allemaal gelooft, mij goed.
Zolang je mij maar niet beperkt in mijn vrijheid om de islam te verlaten.
Dat wordt hier in Indonesie bestraft met de doodstraf, dus ik hou mijn mond en doe mee met de massa.

Rachida · 22 april 2003 op 01:22

Wat betreft die sites,

Ja.. niets bijzonders..

Dingen die ik wel vaker hoor.

Rachida · 22 april 2003 op 01:23

Op meneer anoniem (die het ontbreekt aan respect) reageer ik ooit nog.

groetjes

Geef een antwoord