Ik loop al een aantal dagen met onuitstaanbare kiespijn rond. De door mijn vrienden aanbevolen cognacjes helpen steeds korter en mijn vrouw moppert dat ik gewoon naar de tandarts moet gaan. ,,Cognac zit helaas niet in het ziekenfondspakket schat en zo`n kiesje is tenslotte zo getrokken“, zo merkt ze fijntjes op. Uiteraard heeft ze gelijk maar dat kan ik toch onmogelijk zomaar toegeven. Met een gezicht als een oorwurm meld ik me bij de kittige tandartsassistente. ,,Kan ik u soms helpen?“ Ik heb haar knappe, jonge gestalte enige tijd aandachtig bestudeerd en mijn hormonen gillen haast; Jaaaa! De pijnscheut die door mijn onderkaak raast tempert echter mijn mannelijk temperament. ,,Ik heb tandpijn juffrouw“, murmel ik met gebogen hoofd. ,,Oh u heeft zojuist gebeld voor een spoedbehandeling, neemt u maar even plaats in de wachtkamer.“ Bij het betreden van de kille wachtruimte vraag ik me af waarom wachtkamers van medici bijna altijd uitblinken in triestheid? Deernis wekkende meubelen, grauw behang en keihard TL licht waardoor je als patiënt geen schijn van kans hebt om je onzichtbaar in een hoekje weg te stoppen. Op de achtergrond hoor ik de driftige toon van de tandartsboor en ongeïnteresseerd pak ik een tijdschrift uit de gedateerde leesmap. Aan de andere kant van de kamer zit een oude heer me zwijgend aan te staren. Over de rand van mijn boekje zie ik hoe bij iedere zware ademhaling een imposante snotbel boven `s mans weelderige snor verschijnt. Ik fantaseer over het onsmakelijke tafereel dat zich straks onherroepelijk met deze bejaarde man in de tandartsstoel zal gaan afspelen. De boor is inmiddels stil gezet en het enige geluid in de spellonken van de oude tandartspraktijk wordt veroorzaakt door de grote wandklok. Gehypnotiseerd door de koperen slinger vergeet ik even de pijn en zelfs de oude man met chronische snotneus kan me niet uit de lichte trans halen. Triiiiiiiiiiiiiing!! Een belletje die het midden houdt tussen de eierwekker bij ons thuis en de Big Ben in londen, kondigt het moment aan waarop ik heb gewacht. ,,Komt u maar verder hoor, u kunt in de stoel plaatsnemen.“ De vriendelijke stem van de tandarts staat in schril contrast met de angstaanjagende werktuigen die boven mijn weerloze, horizontale lichaam worden uitgestald. ,,Mag ik even kijken?“ Auauauauw!!! `Kijken` betekent dus in dit geval `direct aanvallen`. Als een geroutineerde mijnwerker zet de tandarts zijn (kleine) pikhouweel in de rotte overblijfselen van wat eens een gezonde kies is geweest. ,,Deze is het dus.“ Door een grote hoeveelheid watten ben ik inmiddels monddood gemaakt maar innerlijk voel ik allerlei verwensingen opwellen. Terwijl de verdovende injectie in gereedheid wordt gebracht gaat de bevallige assistente me onderwerpen aan een diepte-interview. ,,Heeft u uw ziekenfondspapieren bij? Weet u of u een aanvullende tandartsverzekering heeft? Wie is uw eigen tandarts of was u nog niet gesaneerd?“ Waarom stellen ze dergelijke vragen niet als je nog gewoon je mond kunt bewegen? Nu lig ik roerloos (en vooral weerloos) op de workmate van de tandarts en ik zie uit mijn ooghoek dat de teller van de mondtechnicus flink oploopt. Driftig declarerend worden vaktermen uitgewisseld en ik kan er niets tegenin brengen. Mijn gezicht ligt door de stevige verdoving inmiddels in een onvermurwbare plooi en ja hoor, daar valt de donkere schaduw van de gemaskerde beul over me heen. Met een krachtige armbeweging trekt hij de rotte kies uit mijn mond en triomfantelijk als een ginecoloog toont hij me het resultaat van de korte bevalling. Eindelijk mogen de watten uit mijn mond en hoewel de verdoving spreken vrijwel onmogelijk maakt probeer ik in mijn onbeholpenheid toch direct de grapjas uit te hangen. ,,Die komt zeker niet meer voor transplantatie in aanmerking?“ Met een zakelijke handdruk en vergezeld door minachtende blikken word ik de deur gewezen. Triiiiiiiing. Volgende patiënt. In de smalle gang kom ik de `bellenblazer` uit de wachtkamer tegen. Mijn medeleven gaat uit naar de behandelend geneesheer en zijn knappe assistente. Zij zullen weldra kennis maken de onsmakelijke ballonnenwedstrijd van de bejaarde patiënt. Tandarts, het zou mijn vak niet zijn.


8 reacties

Bakema_NL · 5 oktober 2004 op 20:20

Een bekende van mij is tandarts. Dat zou je niet zeggen als je hem ziet trouwens, of hij moet breeduit lachen, die tanden zijn echt stralend perfect. Maar verder is het een jonge gozer die al een flinke tijd aan bodybuilding doet……….ga daar maar eens dapper bij op de stoel liggen, hahahahahahaha. 😛
Toen ik op mijn 22e uit militaire dienst kwam heb ik de tandarts aldaar nog bezocht. Daarna 6 jaar niet ongeveer, maar mijn verstandskiezen begonnen te klooien en inderdaad, ze moesten er uit. In het ziekenhuis, ik heb er weinig last van gehad, in tegenstelling tot veel verhalen wat ik er over hoor. De tandarts had daarvoor 1 heel klein gaatje gevuld………….dus in 6 jaar tijd had ik 1 klein gaatje, terwijl bij elk halfjaarlijks bezoek er vaak wel iets te vinden was. Dat bevreemdde mij nogal, hoe kan dat? Wie controleert nou eigenlijk die tandarts of hij zijn werk wel goed doet? Hij kan wel zeggen dat ik een gaatje heb, maar ja, heb ik die ook daadwerkelijk, die man werkt tenslotte voor geld.
Daarna ben ik tot op de dag van vandaag niet meer bij de tandarts geweest, al jaren niet meer dus. Niet omdat ik bang ben voor de tandarts, helemaal niet, een verdoving als er geboord moet worden vond ik ook altijd onzin, maar het is meer luiheid. En nu er niet meer vergoed word zal mijn bezoekfrequentie ook niet meer toenemen, net als bij veel andere mensen en dat is best begrijpelijk. Mijn zoontje gaat uiteraard wel. Maar ik ben dus in 12 jaar tijd 1 x bij de tandarts geweest en heb nergens last van….het geeft je te denken. Ik heb gelukkig een sterk gebit en poets elke dag braaf mijn tandjes. Maar ooit zal ik er wel last/spijt van krijgen, maar dan heb ik mezelf waarschijnlijk al zoveel geld bespaard door de jaren heen dat ik er om ga lachen………..als een boer zonder kiespijn.

Mup · 5 oktober 2004 op 20:25

[quote]Tandarts, het zou mijn vak niet zijn.[/quote]

Het mijne ook niet. Las ondanks dat het over de tandarts gaat, lekker weg. (Ik ben een echte angsthaas,dus wilde al snel door naar een volgende column)

Het is een leuke vent,’mijn’tandarts, met een lieve assistente. Nu ik er zo over na denk, met de tandarts zou ik wel eens willen dansen, maar dan houd ik mijn mond dicht,

Groet Mup.

pepe · 5 oktober 2004 op 20:54

Heerlijk, dit is gewoon leedvermaak.
Ik ben ook niet zo verzot op die bezoekjes aan de tandarts, hoewel ik dezelfde leuke/lieve/aardige tandarts heb als Mup. Met hem dansen zou geen straf zijn 😉

sally · 6 oktober 2004 op 01:03

Ik ben zelf tandartsassistente geweest en vond toen al dat ik een leuker beroep had als de tandarts zelf.
Ik let nog altijd op het gebit van mensen.

Dat een tandarts gaatjes vindt die er niet zijn…
dat geloof ik niet bakema!
leuke column
sally

Bakema_NL · 6 oktober 2004 op 08:09

Je gelooft het niet……..geloven……dat is wat anders dan zeker weten. Niemand controleert de tandarts naar mijn weten. En zoals er in elke beroepstak prutsers zijn en mensen die er de kantjes vanaf lopen, of op een verkeerde manier hun zakken vullen, zo kunnen er ook best tandartsen zijn die niet helemaal “in orde” zijn. Ik zeg niet dat het zo is hoor, ik kan het best mis hebben, maar ja, niemand kan me dat met zekerheid zeggen, je moet maar uitgaan van wat die tandarts je vertelt. Ik vind het gewoon frappant dat ik zeer beduidend minder mankeer aan mijn gebit na jaren niet naar een tandarts geweest te zijn dan toen ik altijd braaf elk half jaar op controle kwam.

Louise · 6 oktober 2004 op 12:15

Bijna een compleet uitstapje, jouw bezoekje aan de tandarts.
Al die ellende leverde toch mooi een leuk stukje op.
Met plezier gelezen 😛

ignatius · 6 oktober 2004 op 20:42

Kreeg al tandpijn bij het lezen 🙁
Nee, de tandarts is mijn vriend niet.

Floor Janse · 7 oktober 2004 op 22:56

Mag ik afknappen op slecht verzorgd, ja met een d aan het eind, taalgebruik ?

Geef een antwoord