Een non, glimlachend op het bordes met flapperende kap en habijt. Het wit van haar stijve slabbenkraag fel afstekend tegen het grote bakstenen gebouw in de zon. Dat zagen wij als we kwamen aanrijden in de auto via de knarsende grind-oprijlaan : mijn vader, tweede moeder en onze zes kinderen voor het jaarlijkse bezoek op zondag. De zus van mijn overleden moeder, Tante Annie, nodigde ons dan uit in ‘haar’ klooster. Ze was een knappe vrouw met stralende bruine ogen en kleine sproeten op een blanke huid die duiden op rood haar, maar dat zat verborgen. Ze bezat een hoge zangerige wat schelle stem. Nasaal ook, alsof hij bleef hangen in haar kap. Je hoorde hem nog dagen naklinken in je hoofd. Ze was altijd zò blij dat ik er een beetje droevig van werd. Omdat ze kleuteronderwijzeres was – zo heette dat toen nog – gingen we altijd even in haar klaslokaal kijken. Het rook er naar potloden , krijt en urine. De meeste van ons pasten niet meer in de kleine houten stoelen, maar we persten ons er desondanks in. Op het schoolbord een tekening van spelende kinderen of kabouters. Ze kon mooi tekenen, al leken alle gezichten wel precies op elkaar met van die v-ogen.

Ze speelde ook piano in de gymzaal op een mottig instrument, terwijl wij met onze witte onderbroekjes ‘ bloot ’ ondersteboven in de ringen hingen en meezongen: een vast programmapunt, waar we naar uitkeken. Ze vertelde ook brave moppen, waar ze zelf het hardst om schaterde en wel drie keer herhaalde ze dan hoe alle zusters weer vreselijk om haar hadden moeten lachen. Aan bescheidenheid leed ze niet, onze tante.

In de namiddag sloop ik vaak – toen ik eenmaal de weg wist – naar de kapel. Mijn lievelingsplek. Ging zitten in een bank acheterin met dikke kerkboeken. De geur van gedoofde kaarsen, wierook, bloemen bedwelmde me. Ik verwachtte een God achter elke pilaar. Maar meestal was het alleen een oude scheve non die tevoorschijn schuifelde en met tikkende rozenkrans zuchtend en kreunend een bank inschoof. Een dikke zwarte tor. De ramen werden in stoffige zonnestrepen geprojecteerd op de vloer. Vooral het felle blauw fascineerde me.

Mijn zusjes kwamen me roepen voor de avondmaaltijd. Ze hoefden niet te zoeken, wisten dat ik hier was. We oriënteerden ons glijdend door de boenwasgangen op het aroma van lang gekookte melkkoffie. Onze bange lach kaatste tegen de hoge muren met kruisbeelden en strenge heiligenplaten.
Aan een lange tafel zaten we met ons gezin, tante troonde in het midden, geflankeerd door wat medezusters, trots alsof ze ons zelf gemaakt had. Tijdens het lange tafelgebed gluurden wij door onze oogkieren naar de stapels ontbijtkoek, de groengoud gestreepte koffiekannen en het zelfgebakken kloosterbrood met glimkaas.
Zuchtten opgelucht als het weer helemaal in orde was.

Op de terugweg maakten we ruzie om wie de mooiste inktlap of eierwarmer had gekregen.

Categorieën: Verhalen

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

12 reacties

SIMBA · 10 april 2007 op 11:15

Ja! Zo’n “tante zuster” zoals wij die noemden, was wel speciaal. 🙂
Leuke column!

[quote]en onze zes kinderen [/quote]
“en de zes kinderen” of “en ons, de zes kinderen” nu is het net of jij 6 kinderen hebt.

Er staat ook nog ergens een typfoutje, maar daar ga ik niet over zeuren 😀

arta · 10 april 2007 op 12:33

Mooi sfeervol jouw ‘speciale’ tante beschreven!
🙂

schoevers · 10 april 2007 op 17:14

Prachtige column.
Heb ik van genoten.

groeten,

hans.

Dees · 10 april 2007 op 19:35

Knap hoe je die sfeer weet op te roepen voor de lezer die er niet bij is geweest. En ik vind het een mooie titel. De nonnenmoppen en het kloosterbrood, opgeteld klinkt het als bijzonder eetbaar. En warm.

KawaSutra · 10 april 2007 op 21:10

[quote]De ramen werden in stoffige zonnestrepen geprojecteerd op de vloer. Vooral het felle blauw fascineerde me.[/quote]
Prachtig beschreven Pally. Heerlijk, zulke herinneringen.

Prlwytskovsky · 10 april 2007 op 21:10

Hartstikke mooi Pally, gevoelig neergezet.

WritersBlocq · 10 april 2007 op 21:42

Mooi, die sfeer, ik proef en ruik hem…….

[quote]acheterin[/quote]
Dit en een spatie voor een ‘:’ en ‘,’ was er door een spellingcontrole uitgefietst. En in die zin over het rode haar dat bedekt werd, haal je tt en vt door elkaar 😉
(Pally denkt: 🙄 heb je háár weer 🙂 )

Groetje, Pauline.

Anne · 10 april 2007 op 22:06

Prachtig Pally, heel geconcentreerd en rustig.

Li · 10 april 2007 op 22:40

Mooi Pally. Het was alsof ik aan je hand meeliep.

Li

Mup · 11 april 2007 op 01:40

Mooi sfeerverhaal Pally!
[quote]Zuchtten opgelucht als het weer helemaal in orde was[/quote]

Deze zin loopt m.i. niet helemaal lekker. ik ‘struikelde’ er een beetje over.
De uitsmijter is klasse,

Groet Mup.

pally · 11 april 2007 op 10:04

Allemaal weer bedankt voor het reageren.

Ja,WB, in de onvolkomenheden had je gelijk, behalve m.i. in de zin over het rode haar. Je zou kunnen zeggen die meestal duiden op rood haar.
Een algemeenheid dus die geen verleden tijd behoeft.
Sim, je hebt gelijk wat betreft ‘onze kinderen’in de tweede zin.
Mup, voor mij loopt die zin prima, maar dat kan persoonlijk anders voelen, natuurlijk.

groet van Pally

WritersBlocq · 11 april 2007 op 22:37

Ze was een knappe vrouw met stralende bruine ogen en kleine sproeten op een blanke huid die duiden op rood haar, maar dat zat verborgen

Volgens mij hoort ‘duiden’ hier echt in de verleden tijd, omdat je ‘was’ en ‘zat’ gebruikt. Je beschrijft iemand die aan deze uiterlijkheden voldeed, en niet voldoet 😉
Nog een groetje, Pau.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder