“Hmmmm…. Wat moeten we toch met die jongen aan? Werken? Naaah, dat kan die niet zoveel met die rug. Ik bedoel, die is zo sterk als een luciferhoutje. Eén tikkie erop en het koppie valt eraf. Iets anders… Uitkering? Dat is het ook niet echt hè, het moet natuurlijk niet teveel geld gaan kosten. Wacht eens. Ik heb het! Hij kan dan wel niet echt werken, maar we verplichten hem toch. En we laten de betaling wel over aan de bedrijven!” En zo kwam Koos met de Kromme Rug terecht bij de supermarkt. Want nu zij door de media aandacht moeilijker creatief om kunnen gaan met de leeftijd van de werknemers, moeten ze toch ergens anders op het personeel gaan besparen. En wat is nu leuker dan een vriendelijke jongeman van rond de 30, die geen kratje schoonmaakwatjes op kan tillen en nu weer aan het werk mag als vakkenvuller? Natuurlijk wel onder voorwaarde dat ‘ie niet zoveel zal kosten als de weekendhulpen van 20 jaar en ouder, maar met een leuke maas in de wet is dat zo geregeld.

En wat zijn ze blij met Koos! Hij is misschien niet zo snel, maar het is weer een collega waar je een praatje mee kan maken, omdat hij niet alleen maar bezig is met school en vriendinnetjes. En hij probeert het ook zo goed, zoals hij daar kreunend op zijn rug ligt om de onderste stellingen bij te vullen en te spiegelen. En hij is ook een stuk goedkoper! En wat leuk, Koos is weer even uit het huis, hij heeft weer gezelschap. Schouderklopje voor de supermarkt!

Maar dan begint er toch iets te wringen. Misschien gaat het toch niet zo goed meer met Koos. Hij is ineens ziek. Oh, gelukkig, daar is Koos weer. Alles goed jongen? Je moet je vriendin ook niet steeds over de drempel proberen te tillen. Haha, grapje. Zo, klopje op je rug. Oh, sorry, daar mocht ik niet aankomen zeker. Gaat het? Koos knikt wel, maar er is toch iets. Wat heeft die jongen toch? Pfff, de motivatie van de jeugd van tegenwoordig. Vreselijk.

Maar dan komt Koos ineens helemaal niet meer. Ach, het is zeker weer een luie profiteur. Het was wel even gezellig met hem hoor, maar ja, hij klaagt zoveel hè. Daar heb je ook niets aan, natuurlijk. En de laatste tijd vrat hij helemaal niets meer uit. Zodra hij weer terugkomt, zeg ik ‘m wel dat ik ‘m ontsla. Pfff, dat zal een moeilijk gesprek worden, ik bereid me alvast voor. Even een goed excuus verzinnen.

Twee maanden nadat Koos ontslagen is, komt zijn vrouw ineens binnen. Poeh, ik dacht even, wat moet dat mens toch, ik zal toch niet weer te maken krijgen met lastige lui. Ik houd niet zo van herrie in de winkel. Dan kijken die klanten je zo aan, alsof je net met hun kindje de vloer hebt aangeveegd waar dat snertjong zojuist een pak drinken neer heeft gesmeten.

Maar nee, ze kwam me bedanken. Bedanken? Verward krab ik aan mijn hoofd. Ze hoopten al dat Koos veel eerder ontslagen zou worden, want hij werd zodanig gekort op zijn uitkering, dat zij er op achteruit gingen in inkomen. Zo ernstig, dat ze nog maar nauwelijks hun wekelijkse boodschappen konden halen. Maar nu hij weer de volledige uitkering krijgt, gaat het weer wat beter met hen. Ze kunnen zelfs weer tandpasta kopen.

Ik zeg haar dat het geen moeite was om hem te ontslaan, graag gedaan natuurlijk. Maar toch, bij vertrek begint me iets te wringen. Was het omdat ze haar beginnende rimpels op haar voorhoofd steeds duidelijker liet zien? Was het om haar lieve stem, waar zoveel emotie doorklonk dat het bijna sarcastisch wat? Ik krab nog eens, maar ik weet het niet. Ik zou hem nooit méér kunnen betalen, natuurlijk, dat past niet in het beleid. Dat is ook niet mijn verantwoordelijkheid, natuurlijk. Maar wat het nu is…


1 reactie

Anne · 24 september 2006 op 10:39

De bedoeling is goed, alleen de vorm is erg slordig. Daardoor komt de boodschap (want ik krijg dus de indruk dat er een boodschap te vermelden is) ergens in de lucht blijft hangen.
Niet zo onbeheerst wisselen van perspectieven, dat zou al een boel schelen.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder