Als ik het in mijn kennissenkring goed beluister, heeft bijna elke zichzelf respecterende onafhankelijke vrouw tegenwoordig haar eigen klusjesman. De meeste verhalen over klussende vreemdelingen zijn, op een enkele na, positief. Zo circuleren er opgetogen verhalen over Polen, die zich voor 10 euro in het zweet werken en het hele huis opknappen. Nou, daar heb ik wel oren naar. Via een kennis verneem ik van een Tsjetsjeen die graag een centje bij wil verdienen.

“Hij pakt alles aan, wil alles doen. Ze kunnen het geld hard gebruiken en hij kan echt alles. Als je ziet hoe hij het laminaat gelegd heeft in hun huis en hoe het huis geschilderd is, het is in één woord perfect! En de tuin, geweldig. Die man is goed hoor! En het zijn nog leuke mensen ook.”

“Wat moet hij verdienen?” vraagt mijn zuinige aard. Een tientje per uur maar en dat klinkt natuurlijk aanlokkelijk. Op een dinsdagavond bel ik met zijn vrouw, want dat was me op het hart gedrukt, dat ik eerst met haar moest praten.
“Zij spreekt veel beter Nederlands dan hij, dus bel maar naar haar.”

Daar hadden bij mij de alarmbellen luid en duidelijk moeten gaan rinkelen. Maar mijn zuinige aard is door 10 euro behoorlijk in slaap gesust. Met zijn vrouw spreek ik af dat hij binnenkort een keer komt kennismaken.
“Ik kan ook goed werken hoor”, roept ze enthousiast door de telefoon. Haar breng ik aan het verstand dat ik alleen een klusjesman nodig heb en dat ik zelf nog met gemak het huis kan schoonhouden.
Als hij op bezoek komt blijkt hij een aardige man te zijn. Hij praat veel in gebroken Nederlands, maar we lijken elkaar goed te begrijpen. Eerst komt hij in de tuin werken. Dat bevalt goed dus mag hij ook in mijn huis aan het werk.

“Het is de bedoeling dat de plafonds en muren geschilderd worden en de deuren op de eerste etage.”
Hij knikt niet enthousiast en met de ogen naar beneden geslagen, maar hij gaat aan de slag. Oef, weer een alarmbel gemist.

De eerste dag gaat hij al de mist in. We hadden duidelijk afgesproken dat hij om 5 uur ’s middags zou stoppen. Maar zwetend werkt hij door, in het donker. Verschrikt zie ik de vlekken op mijn behang opdoemen en ik maan hem te stoppen. Hij ziet immers niets meer?
“Nee, nee, moet klaar”, roept hij zwetend en lichaamsgeuren afgevend vanaf zijn schilderstrap. Met geen mogelijkheid krijg ik hem het huis uit. Om kwart over zes heeft hij toch door dat hij geacht wordt mijn huis te verlaten.
“Morgen terug”, zegt hij.

Met treurnis bekijk ik mijn gevlekte behang.
“Is niet goed”, zeg ik hem de volgende morgen. “Je kunt toch niet in het donker werken, dan zie je niets.”
Hij wordt boos. Moslimmannen zijn de baas over vrouwen en kunnen er dus niet tegen door een vrouw op de vingers getikt te worden, dat is duidelijk. Maar ik ga toch door en spreek nu luid en duidelijk voor de tweede maal met hem af dat hij om 5 uur ’s middags mijn huis dient te verlaten en dat hij slecht geschilderd heeft. Alles vlekt.
“Misschien dat het minder opvalt als ik iets ophang.”
Hij grinnikt: “Ja hier en daar plaatje, is goed.”

Excuses maken is wellicht ook niet de sterkste kant van een moslimman.
Van mijn gevlekte muur maak ik naderhand zelf een schitterend gemarmerde muur. ‘Vakmanschap is meesterschap’ en ‘De ware vrouw verft haar eigen muurtje’, denk ik wrang.

Hij gaat verder met mijn slaapkamer. “Lijm, lijm”, roept hij op een gegeven moment bij loszittende behangdelen.
“Ik heb behangselplak”, zeg ik.
“Nee, nee, lijm.”
“Ik heb behangselplak”, is mijn antwoord weer.
Hij blijft om lijm roepen en ik laat hem als vermeende lijmsnuiver mooi staan. Schilder maar mooi door, dat behang plak ik later zelf wel vast, denk ik. Dankzij de extra goed dekkende verf die ik voor alle zekerheid ingeslagen heb is de slaapkamer goed geschilderd. Nu kan hij met mijn mooie gladde deuren aan de slag.

Inmiddels begrijp ik deze man goed in de gaten te moeten houden dus bij de eerste deur ga ik snel kijken. Ontzet kijk ik naar de dik opgebracht acrylverf die in dikke lopers van de deur afdruipt.
“Is veel te dik”, roep ik verschrikt. Dit kan ik zelf beter. “Geen goede verf, water”, hij blaast en pruilt van woede. “Niks goed, water loopt allemaal af.”
“Dit moet je dun opzetten”, breng ik hem aan het verstand. En doe het voor. Zo: dun uitstrijken en een tweede laag erover en dan is het prachtig.
“Als bij vrouw hè”, praat hij nu hijgerig. “Zachtjes strijken hè, ha ha”, en “Vrouwen moeten hard werken, blijven ze jong bij.”

Genadeloos koel kijk ik hem aan: “Mannen moeten hard werken.” En hij valt stil, warempel.

Als hij naar huis is zie ik tot mijn grote verdriet dat hij alle deuren min of meer verpest heeft. Ik pak een enveloppe, doe er het geld in dat hij nog te goed heeft en stop het met een briefje met de mededeling dat de deuren klaar zijn en ik hem niet meer nodig heb, bij hem in de bus. Die komt er niet meer in. Deze meneer is afgewerkt.
De volgende klusjesman is een echte huisschilder en Nederlander. “Ik breng wel een schuurmachine mee”, zegt hij meewarig als hij mijn mishandelde deuren ziet.

Heel wat geld armer en veel verf rijker, is het toch nog goed gekomen. Maar mijn zuinige aard heeft verdriet.


8 reacties

LouisP · 15 april 2009 op 17:04

A.

ik vind het een vreemd verhaal. Waarom er een Moslimman bij moest worden gehaald begrijp ik niet.
Als het verzonnen is, wat me sterk lijkt, zou het spannender mogen. Als het echt is gebeurd zou ik het niet opschrijven.

groet,
L.

SIMBA · 15 april 2009 op 17:08

Goedkoop is duurkoop!

arta · 15 april 2009 op 19:06

Ik ben het met Louis eens, zie ook niet in waarom het geloof van de man blijkbaar zijn schilderkunst bepaalt en dan gaat van zo’n zin al helemaal mijn haar overeind staan:
[quote]De volgende klusjesman is een echte huisschilder en Nederlander. [/quote]

KawaSutra · 15 april 2009 op 22:05

Goedkoop is meestal duurkoop, een oude wijze les.
Best een leuk stukje, al is het wel weer een bevestiging van de bekende stereotiepen. Van mij mag je het best benoemen maar het is natuurlijk geen vanzelfsprekendheid. Ook onder de Hollanders zitten zat prutsers. Dat ‘ons ben zunig’ zegt natuurlijk ook veel. 😀

pally · 16 april 2009 op 09:43

Het is best goed geschreven, Adriaantje, maar ook mij bevalt de toon van het stukje niet. Natuurlijk, het Moslimelement dat er hier niet toe doet, maar ook het feit dat je mensen voor zo’n laag uurloon wilt laten klussen. Zuinigheid over de rug van iemand anders. Ik hou daar niet van. 😕

groet van Pally

Anne · 16 april 2009 op 11:28

Ik vind het een leuk eerlijk en openhartig stukje, grappig geschreven ook. Niet alleen beschrijf en bevestig je het vermeende vooroordeel van de Moslim-man (wat overeigens niet altijd maar wel geregeld klopt, spreek uit eigen ervaring temidden van een moslim-cultuur), wat, zou het eenzijdig daarover gaan een onsympathieke indruk bij mij zou wekken. Maar je neemt je eigen Hollands-heid ook goed op de hak. Door dat evenwicht vind ik het gewoon een leuk stuk.

adriaantje · 17 april 2009 op 20:44

Oei oei, wat een reacties!

En ik had er juist mijn eigen krenterigheid mee willen belichten, op een leuke manier dan.

Anne heeft dat begrepen.
Tja en het was een moslimman en hij werd vervelend, goh, is dit omgekeerde discriminatie wat jullie doen?

Toch bedankt voor de reacties hoor.

Mien · 24 april 2009 op 17:07

Deze kluscolumn heeft een leuk spanningsveld.
Je zou bijna medelijden krijgen met de twee hoofdrolspelers.
De vraag is of hier nou sprake is van een … de behanger of … de behangster!?

Mien

Geef een antwoord