Verloren ogen

Dit zijn mijn ogen niet. Ik ben mijn ogen kwijt. Al anderhalve week.
Weg zijn ze. Weg.

Als ik in de spiegel kijk zie ik de ogen van een vreemde. Dit zijn mijn ogen niet. Nee, mijn ogen zijn verdwenen. En wie die vrouw is die mij aanstaart met die koele vermoeide blik ontgaat mij. Ik weet niet meer hoe het zit, maar deze ogen en deze vrouw zijn mij vreemd.

Lang leve de klusjesman

Als ik het in mijn kennissenkring goed beluister, heeft bijna elke zichzelf respecterende onafhankelijke vrouw tegenwoordig haar eigen klusjesman. De meeste verhalen over klussende vreemdelingen zijn, op een enkele na, positief. Zo circuleren er opgetogen verhalen over Polen, die zich voor 10 euro in het zweet werken en het hele huis opknappen. Nou, daar heb ik wel oren naar.

De ijshut

In het onherbergzame heuvelgebied ligt de ijshut op de hoogste heuveltop. Er is niemand die in deze gure en ontoegankelijke heuvels wil wonen.
Behalve het kind.
Het kind woont in de ijshut. Helemaal alleen.

Ranzig

Met een welluidende stem laat de oudere, gebruinde heer in de trein voortdurend van zich horen. In zijn jonge jaren moet hij een mooie man geweest zijn schat ik. Iemand die wist dat hij mooi was. Maar zijn rimpels en rooddooraderde ogen tonen het verval onder zijn goedverzorgde uiterlijk. En ondanks of juist door zijn superverzorgde uiterlijk en kleding, druipt de ranzigheid van hem af. Het spreekt uit zijn ogen, de manier van kijken en praten.

De naakte waarheid

De SP heeft de plank raak geslagen! Het spotje van een naakte zeventigjarige vrouw die zich op tv uitkleedt, laat de enige en naakte waarheid zien.
Er is geen andere sector in Nederland, die zo schandalig door opeenvolgende regeringen is uitgekleed als de gezondheidszorg. En het gebeurt telkens en telkens weer. De gezondheidszorg als melkkoe. Het is een oninteressante sector waar geen cent te verdienen valt, ergo, economisch niet interessant is. Erger nog; er moet geld bij. Dus, uitkleden die boel. Nu laat een zeventigjarige vrouw haar rimpelknietjes en haar oude, rimpelige lijf zien. Erg? Nee, het is wellicht de enige manier de waarheid aan de kaak te stellen en nog schoon aan de haak ook.

Een vermolmd huis

Dagelijks schrijdt de aftakeling voort. Wanneer het duidelijk begon te worden dat dit goddelijke huis waarin ik woon, sporen van aftakeling begon te vertonen weet ik niet meer. Wel weet ik dat ik jaren geleden in een oud huis naar verroeste verwarmingsbuizen zat te staren en daar de link kon leggen met mijn eigen aan verval onderhevige en stramme lijf. Wat begon met een enkel klein roestplekje dat nog gemakkelijk verbloemd, weggepoetst of genegeerd kon worden, is langzamerhand en bijna ongemerkt voortgeschreden tot meerdere grote plekken. Ze hebben zich stiekem en ongemerkt uitgebreid.

Het leven

Leven, het leven is soms als een rottende vis; het stinkt. Op die momenten verdwijnt de stank van rotting niet uit mijn omgeving. Bovendien heb ik de eigenschap om mij lang in de ellende, in dit geval de rotte vis, te blijven rondwentelen. Alsof ik in die smerigheid ontdekken kan waar die smerige lucht toch vandaan komt en haar zodoende kan oplossen.

Verpleeghuisblues

Ze kijkt me vol verwachting aan. Ik lach en zwaai. Ze lacht een lach van herkenning, hoop ik.
“Hoe gaat het?” vraag ik. Mijn lippen articuleren langzaam de woorden, vlak voor haar gezicht. Ze is doof, stokdoof en lichtelijk dementerend.