Wat kan het leven toch mooi zijn. Ik ben op vakantie met man en kinderen en mag mezelf koesteren in zonnestralen op een luchtbed onder een blauwe lucht op een Noord-Hollands strand. Kan het mooier? Mijn man ligt naast me. Af en toe pakken we elkaars hand. “Fijn hè?” zuchten we dan. Tot nu toe was de zomer niet echt denderend, dus hadden we ons maar vast ingesteld op een week slecht weer. “Nou ja, we zijn er in elk geval lekker even een weekje tussenuit.”
Veel boeken mee, spelletjes, knutselspullen. “Slaap op zondag maar lekker uit, en ga maar vroeg naar bed, want het gaat de hele dag regenen,” zei Erwin Krol gisteravond nog met een somber gezicht. Nou, het klimaat mag dan in de war zijn, bij het KNMI zijn ze het ook. Want we zijn vanmorgen wakker geworden door de zonnestralen die de slaapkamer van ons apartementje binnendrongen. “Laten we nu maar naar het strand gaan, straks gaat het misschien weer regenen,” besloten we. Maar tot nu toe nog geen wolkje aan de lucht.

Toch lig ik niet helemaal rustig. Af en toe richt ik me op, zet mijn hand als een zonneklep boven mijn ogen, en tuur naar de zee. Zie ik ze nog? Wat blijven ze lang weg. Zouden ze nog geen trek hebben, onderhand? Wij hebben al lang een paar boterhammen gegeten. ‘Doe normaal,’ roep ik mezelf in mijn hoofd tot de orde. Het zijn geen kleine kinderen meer. De oudste is niet eens meer met ons mee op vakantie. Hij is 21 jaar, en gaat zijn eigen gang. Mijn jongste zoon van 18 en mijn dochter van 16 zijn wel mee, en vermaken zich kostelijk in de zee.

Ik denk terug aan andere vakanties. Toen de kinderen nog klein waren. Geen seconde verloor ik ze uit het oog. Op een keer was mijn dochtertje zoek. Uiteindelijk hielp zelfs de strandwacht mee met zoeken. Met bonzend hart liep ik radeloos over het strand. Ik riep haar naam, en bedacht ondertussen tientallen horrorscenario’s. Ze bleek gewoon tien meter verderop te spelen in het zand, zich niet bewust van al die mensen die naar haar aan het zoeken waren. Het geluksgevoel, toen ik haar had gevonden, viel met geen pen te beschrijven. En dat gold ook voor het schuldgevoel. Constant had ik opgelet, maar net even, dat ene moment, toen ik even iets uit de koelbox wilde pakken… Gelukkig was er niets gebeurd.

“Mama!” hoor ik roepen, en onwillekeurig reageer ik. Het is helemaal niet voor mij bedoeld. Er zijn nog honderden andere mama’s hier op het strand. Mama. Het universele woord voor alle moeders. En het gekke is, ik reageer op een of andere manier altijd op dat woord. Net alsof mijn voelsprieten dan overeind gaan staan, of zoiets. Ook als mijn eigen kinderen mijlenver uit mijn buurt zijn. Zodra ik ‘mama’ hoor, gebeurt er iets met mij.

Ik ga weer rechtop zitten op mijn luchtbed en speurend zoek ik de kustlijn af. Zijn dat ze? Ik zie twee hoofden boven het water uitsteken, maar ik kan de contouren niet goed zien. Stom mens. Ze zijn bijna volwassen, hoor! Ze redden zichzelf uitstekend. Maar ze zullen nu toch wel trek hebben?

Daar komen ze. Lachend en pratend. Twee bijna-volwassen mensen. “Kom jullie ook in de zee? Het water is heerlijk!”

Die avond. Mijn man en ik zijn even het dorpje ingelopen om wat boodschapjes te doen. We gaan een souvenirwinkeltje binnen. Grappige dingetjes verkopen ze hier. Als ik in Amsterdam ben, moet ik vaak lachen om al die troep die ze aan toeristen verkopen voor een hoop geld, maar nu ben ik zelf zo’n toerist. Ik moet me inhouden om geen vuurtorensleutelhanger te kopen, of een met schelpen beplakt doosje. Ik laat de spullen voor wat ze zijn, thuis doe je er toch niets meer mee.
Buiten staan rekken met emmertjes, schepjes en vormpjes. Vertederd kijk ik ernaar. Er hangen scheppen in allerlei kleuren en maten met een houten steel. Ook piepkleine schepjes. Weer moet ik aan vroeger denken. Toen gingen we bepakt en bezakt naar het strand. De kinderen in een bolderkar tussen de handdoeken, de emmertjes en de schepjes. Die tijd is voorbij. “Zullen we voor de kinderen zo’n klein schepje meenemen?” stelt mijn man voor, met een twinkeling van pret in zijn mooie blauwe ogen. “Dan laten we ze inpakken.” Ja, leuk! We kiezen een rode en een gele uit, en de mevrouw van de souvenirwinkel pakt ze mooi in. In pakpapier met visjesopdruk. De kinderen moeten lachen, als ze hun cadeautje uitgepakt hebben.

De volgende dag is het weer strandweer. “Moeten de schepjes nog mee?” grap ik richting de kinderen. Natuurlijk! Ze laten zich niet kennen, de schepjes moeten mee. Ze lopen voor ons uit richting strand. Mijn zoon, bijna een man, met zijn flink behaarde benen en zware stem. Mijn dochter, bijna een vrouw, met geschoren benen, want dat hoort, als je 16 bent, en haar hoge meisjesstem. Mijn kinderen.

Ik lig heerlijk in de zon. En ik verbied mezelf om me zorgen te maken om mijn kinderen, die in de zee liggen te dobberen. Kom op! Ze kunnen zwemmen, ze zijn groot, zelfstandig, in feite hebben ze mij niet meer nodig als zijnde een verzorgende moeder. Financieel nog wel, en ook is het prettig als er een prakkie eten wordt gekookt voor ze, maar het zijn geen kleine kinderen meer. Naast mij zie ik een jong gezinnetje. De moeder is constant in de weer. Baby moet verschoond worden, de peuter moet in de gaten gehouden worden, en de kleuter loopt te drammen om nog een ijsje. Hun plek lijkt wel een mini-speelgoedwinkel. Wat een gesjouw! Vliegers, schepjes, emmertjes, en tassen vol met luiers, flesjes en spenen. Blij, dat ik die tijd heb gehad. Ja? Ben ik daar blij om? Of vind ik stiekem, dat die tijd veel te snel voorbij is gegaan? En zou ik me wat nodiger willen voelen dan dat ik nu eigenlijk ben? Laat ik er nou maar van genieten. Ik kan me als een poesje op de vensterbank koesteren in de zon. Laat ik dat dan ook gewoon doen. Maar ik kan me niet beheersen. Hijs mezelf overeind en speur de kustlijn af. “Zie jij de kinderen?” vraag ik mijn echtgenoot. “Ik ga wel even kijken, blijf jij maar lekker liggen,” antwoordt hij. Hij geeft me een kus, en staat op van zijn ligbed. “Tot zo!” Ik kijk hem na. De stiefvader van mijn kinderen. Wat doet hij het goed, met ze. Hij heeft ze leren kennen in de moeilijkste fase van hun leven. Net in de puberteit, hun ouders net gescheiden. Het heeft jaren gekost, voordat ons samenzijn in deze samenstelling totaal geaccepteerd was. Maar nu zitten de verhoudingen helemaal goed. Nog altijd vind ik het jammer, dat hij de kinderen nooit heeft meegemaakt toen ze klein waren. Of dat wij samen kinderen hebben gekregen. Het is nou eenmaal zo.

Vijf minuten later is hij terug. Een brede grijns op zijn gezicht. “Ze zijn niet aan het zwemmen. Je moet echt komen kijken. Die twee zijn een Nieuwe Waterweg aan het graven!” Ik sta op. Hand in hand lopen we naar de vloedlijn. Ja hoor, daar zitten ze. Op hun knieën met hun schepjes. Een rode en een gele. Ze hebben geulen gegraven en bouwwerken gemaakt. En enthousiast wachten ze nu, tot het helemaal vloed gaat worden, en de geulen vol zullen stromen met water. “Mama, blijf je ook wachten, tot het water komt?” vraagt mijn zoon. “Mooi hè mam, ik heb paddenstoelen gemaakt,” zegt mijn dochter trots.

Ik glimlach. Ach ja. Hoe oud ze ook worden, ze blijven altijd mijn kinderen. En ik blijf altijd hun mama.


DreamOn

DreamOn publiceert sinds 2006 columns op het internet. Zij schrijft over alles wat haar bezighoudt. Vaak (te) breedsprakig, maar dat is een leerpunt! In het dagelijks leven is DreamOn pedagogisch coach en heeft ze haar man, kinderen, familie en vrienden lief.

18 reacties

SIMBA · 29 augustus 2011 op 11:45

En vinden ze goed dat jij dit publiceert 😉
Heerlijk hè, pubers 😀

Boukje · 29 augustus 2011 op 12:04

Kinderen schenken je ware rijkdom.
Mooi beschreven!
😀

Mien · 29 augustus 2011 op 14:43

Leuke lieve column om lekker lang te lezen aan het strand.
En ja, zowel kinder- als puberhanden zijn soms snel gevuld.

[b][url=http://www.detectorplaza.nl/images/productimages/small/DPACCSSCHP.jpg]Mien (met schepje er bovenop)[/url][/b]

dokterblues · 29 augustus 2011 op 14:48

Ik heb genoten onder het lezen ervan.
Je weet niet half hoe rijk dat je bent.

Ontwikkeling · 29 augustus 2011 op 15:17

Heerlijk om te lezen! Heel liefdevol geschreven zonder sentimenteel te zijn. Ik lees je graag DO!

Ferrara · 29 augustus 2011 op 15:20

Geweldig toch, geef ze zand, water en een (eigen) schepje en ze worden met geschoren benen en een zware stem toch weer kind.
Met plezier gelezen.

Harrie · 29 augustus 2011 op 16:12

Mooie column. Het strand is altijd en overal een geweldige plek om te verblijven. Met of zonder kinderen.

sylvia1 · 29 augustus 2011 op 16:50

Geruststellend om te lezen DO, want wat groeien kinderen toch hard… En de lengte van je column, tja, het leest wel lekker weg. Mijn eerste versies zijn soms ook zo lang en dan snoei ik ze tot de helft. Maar misschien laat ik ’t ook ‘ns gewoon lekker staan 🙂

pally · 29 augustus 2011 op 23:53

Ach leuk, DO, dat heimwee naar toen ze klein waren en toch ook eigenlijk zo weinig verschil met nu, als je het maar wilt zien en ze er maar een beetje aan meewerken om jou én zichzelf een plezier te doen.
Strand en zee doen wonderen…

groet van pally

lisa-marie · 30 augustus 2011 op 08:20

net bijgekomen van de vakantie is dit heerlijk om te lezen 😀

arta · 30 augustus 2011 op 11:48

Lief, herkenbaar, wel errug veel verkleinwoordjes…

Fem · 31 augustus 2011 op 07:04

Lief DO!

embee · 31 augustus 2011 op 14:01

Het giet buiten, maar hier wordt ik weer helemaal
vrolijk van!

zonnegroet van Embee

embee · 31 augustus 2011 op 17:21

Sorry voor die t teveel in mijn reactie, het is natuurlijk word ik.
Ik was iets te snel!

Embeee

DreamOn · 31 augustus 2011 op 20:55

@Embee: je kan je reactie altijd nog wijzigen, door op ‘edit’ te klikken! (’t is maar een tip)

@ Arta: je hebt gelijk. Het was me niet opgevallen, dat ik zo veel verkleinwoordjes gebruik, maar ik ga er zeker op letten!

Wat een leuke reacties! Bedankt allemaal! 😉

DACS1973 · 1 september 2011 op 10:29

[quote]verkleinwoordjes[/quote]
Doe je ’t wéér 😉

SIMBA · 1 september 2011 op 17:30

@ Dacs: :hammer: 😆 :stom: 😀

DreamOn · 1 september 2011 op 18:40

Sorry Dacsje! :hammer:

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder