Ik steek maar meteen van wal. De band tussen mijn persoon en mijn moeder vertoont veel gelijkenissen met de relatie die ik heb met ongezond voedsel. Zo nu en dan prima, maar enigszins overmatige consumptie kan nare effecten tot gevolg hebben… zo in de vervelende sfeer van pijnlijke maagzweertjes en ernstige hartkwalen. Het betreft duidelijke wedijver- liefde verhouding. Onze conversaties beginnen meestal met agendapunten die voor gezamenlijke overeenstemming vatbaar zijn. Ordinaire roddelsessies over mijn hoogbejaarde, gemene oma die nog maar dertig jaar geleden geen middel onbenut heeft gelaten om mijn moeder de familie uit te bonjouren, verlopen bijvoorbeeld altijd succesvol. Ook zijn we net zo goed in staat om binnen no time een ontroerende treurdicht samen te stellen over de ongehoorde omvang van het wekelijkse strijkwerk of die smerige, rijke buurman die zijn vrouw bedrogen heeft met een voortreffelijke hoer uit Polen. En dat terwijl zijn eigen vrouw ook gewoon rondborstig, meestal snorloos en duidelijk vruchtbaar is. We bereiken onze harmonische climax op het moment dat er wederzijdse complimenten worden afgeschoten over intelligentie, bescheiden neusformaat of culinaire vaardigheden.

De complicatie zit in het feit dat op dit soort headlines niet lang voortgebouwd kan worden en we logischerwijs altijd weer op het punt stuiten dat we gaan kwebbelen over onze eigen levens. Dit gaat gepaard met een pijnlijke vaarwel aan de eensgezindheid binnen de ruimte waar wij ons in bevinden. Een gezellig onderonsje krijgt geleidelijk de verminkte ambiance van een gespannen meeting waarin mams-de-wijze het altijd beter weet dan dochter-de-betweter en omgekeerd.

Enkele werkelijk onoplosbare, chronische geschillen passeren herhaaldelijk het revue. Zo is zij onwankelbaar in het gedachtegoed dat ik als moeder zorgbarende tekortkomingen heb omdat ik weiger mijn kinderen thuis op te sluiten uit angst voor heersende, besmettelijke aandoeningen. Verder word ik regelmatig bekritiseerd vanwege mijn anarchistische interieurstijl (heb niet eens granieten tegels!!) en de onbeperkte mondigheid die mij, ‘’ haar dochter nog wel’’, niet bepaald siert. Ik op mijn beurt vind haar hygiënestandaard grenzen aan krankzinnigheid gezien ze watermeloenen en tomaatjes doorgaans boent met Dreft-citroen alvorens we eraan kunnen knabbelen. Om nog maar te zwijgen over haar onophoudelijke waarschuwingen die moeiteloos kunnen reiken tot en met de beslissing over mijn vakantiebestemming en verdacht veel de smaak hebben van dringende zo niet dwingende opdrachten.

Een competitieve hoogtepunt bereiken we als ik me weer eens heftig bepantser om mijn vader-de-kanjer back-up te verlenen als zij onderling ergens niet uit komen en ik mijn moeder onverbloemd vertel hoe redeloos zij is tegenover zo een fantastische kerel. Onlangs presteerde ze het nog om in wildvreemd gezelschap haar echtgenoot genadeloos door het slijk te halen door vrolijk te verkondigen dat haar broertje, nota bene de non- discutabele incarnatie van luiheid, zijn carriere is misgelopen omdat pa niet bereid was het startkapitaal te subsidiëren.

U kunt zich dus voorstellen dat ik me de laatste tijd druk begon te maken over de onderlinge verstandhouding tussen mij en mijn bijzondere voortbrengster. Ik verkeerde me in een door mijzelf aan mijzelf opgedragen paradoxale opdracht: ‘’permanent on speaking terms blijven met moelief’’. Een helder beleid uitstippelen inzake het gestelde einddoel leek vrijwel onmogelijk omdat ik niet noemenswaardige concessies wilde treffen, maar de slopende redetwisten die periodiek opdoken werd ik ook niet blij van. Enerzijds was ik geenszins bereid om toe te geven, anderzijds was ik de psychologische rivaliteit volledig beu.

Laatst heeft een ervaringsdeskundige, met wel twee moeders in twee continenten, een veelbelovend advies geopperd waarin ze te kennen gaf dat het dweilen in een volle zwembad was om als een bezetene verloren in haar ijdele hoop, naar een wonderbaarlijke oplossing te zoeken. Werken aan het verwerkingsmechanisme binnen de kaders van de bestaande situatie leek haar veel pragmatischer. Zo gezegd zo gedaan. Ik heb meteen mijn moeder opgezocht om haar te vertellen dat haar rijke persoonlijkheid een onuitputtelijke inspiratiebron is voor het schrijven van columns…De bedenkelijke vraagtekens in haar ogen waren bijna aan te raken….

Categorieën: Maatschappij

4 reacties

Mien · 22 juli 2009 op 11:09

Je maakt het jezelf erg moeilijk in deze column.
De geforceerde kantoortaal waarvoor je kiest past niet bij de emotie die je voelt en wil vertalen. Verstop je wat minder achter gekunstelde taal en laat het wat natuurlijker uitstromen.

Mien

Dees · 22 juli 2009 op 11:54

Ben het deels met Mien eens. De spottende en wat lichtere toon staat je wel, komt je volgens mij van nature aanwaaien. Alleen moeten sommige van je zinnen terug naar Parijsmaatje 36 ipv de maat XXXXL die ze nu soms hebben. Minder is meer. Wel met plezier gelezen trouwens, want moeders en dochters hebben het vaak niet zo makkelijk met elkaar. Leuk onderwerp.

Bitchy · 22 juli 2009 op 13:23

Eens met mijn voorgangers. Wist het gisteren niet zo goed onder woorden te brengen. Maar het is idd kantoortaal en XXXL.
De humor is top heb er zeker om moeten lachen!

lisa-marie · 22 juli 2009 op 19:31

De nodige humor en kwinkslagen zitten er zeker in.
Alleen wat compacter en minder lange zinnen dan komt het zeker beter uit de verf.
Wel met plezier gelezen. 😀

Geef een antwoord