Het is tijd voor het avondeten. Misschien ligt het aan de tijd van het jaar maar ik heb geen trek. Ik ben moe, ik heb een lange dag gehad en het laatste waar ik me mee bezig wil houden is de gedachte aan eten. Op mijn bord ligt welgeteld één groene boon. Het liefst zou ik meneer Boon en zijn familie –die zich nog in de pan bevinden – terstond door het toilet spoelen zonder er ook maar een gedachte aan te verspillen, maar het ding blijft me maar aanstaren alsof het erom smeekt om door mij begrepen te worden. Wie heeft er ooit een boon willen begrijpen? Misschien verlies ik mijn verstand, maar iets in mij dwingt me om me te concentreren op wie meneer Boon precies is. Meneer Boon stelt zich voor: in het woordenboek staat hij beschreven als een vlinderbloemig plantengeslacht met melige zaden in zijn peulvruchten. Dit verandert de zaak onmiddellijk. Voor mij op het bord ligt geen groene boon, nee, voor mij op het bord ligt een vlinderbloemig plantengeslacht met melige zaden in zijn peulvruchten. Zoiets wil je niet opeten, zoiets wil je bestuderen. Meneer Boon is namelijk niet zomaar een boon, meneer Boon houdt er stiekem ook nog eens een uiterst chique Latijnse naam op na: Phaseolus Vulgaris. Dit in den beginne uiterst onopvallende groene boontje blijft me verassen. Voor mij op het bord ligt geen groene boon en voor mij op het bord ligt ook geen vlinderbloemig plantengeslacht met melige zaden in zijn peulvruchten, nee, voor mij op het bord ligt een Phaseolus Vulgaris. Ik durf bijna te zeggen dat ik onder de indruk ben.

Vroeger werd ik gedwongen om mijn bonen op te eten omdat het zo gezond voor me zou zijn, maar nu heb ik zelfstandig de keuze om wel of niet mijn bonen te verorberen. Enigszins sceptisch vraag ik meneer Boon waarom men het zo belangrijk acht om zo nu en dan een flink aantal bonen naar binnen te werken. Meneer Boon neemt plaats op zijn spreekstoel, – in dit geval mijn vork -, om eens flink uit te doeken te doen wat hem tot zulk verantwoord voedsel maakt. Wie denkt er nu aan dat een zo gewone groente ook een geneeskrachtige werking heeft? De bonenschil blijkt die wel degelijk te bezitten; hij is waterafvoerend en doet het bloedsuikergehalte dalen. Verder bevat de bonenschil heel wat werkzame stoffen, waaronder fermenten, die gebruikt kunnen worden bij lichte suikerpatiënten. Tegen acné wordt soms zelfs een afkooksel van de bonen aanbevolen, waarbij het kookwater als thee wordt gedronken. Goed, ik ben onder de indruk. Meneer Boon blijkt, behalve er aan chique naam op na te houden, ook nog eens uiterst goed in het overtuigen van mensen over zijn kwaliteiten.

Zoiets geeft te denken. Zonet lag er een doodgewone groene boon op mijn bord, vervolgens verwerd hij tot een vlinderbloemig plantengeslacht met melige zaden in zijn peulvruchten om daarna spontaan te veranderen in een Phaseolus Vulgaris. Alsof dat nog niet genoeg was wist hij me ook nog eens nog ondankbaarder te laten voelen door zich te beroemen op zijn geneeskrachtige kwaliteiten. Wat verbeeld ik me wel niet om zoiets in grote getallen weg te willen spoelen in het toilet? Van juni tot augustus heeft meneer Boon met zijn familie in vier meter hoge ranken gebloeid om in september, na het drogen op mijn bord te belanden –om nog niet eens te spreken over alle manskrachten en het transport dat daar voor nodig was – en ik durf te beweren dat ik geen trek heb?

Meneer Boon heeft gewonnen. Voor deze keer eet ik hem op, maar de rest van zijn familie zal toch echt tot morgen moeten wachten.

Honger maakt rauwe bonen zoet, maar als ik ergens geen zin in heb is het in opscheppende bonen. Ik mag toch zelf wel bepalen of ik mijn bonen opschep?

In mijn maag moet meneer Boon zijn eigen boontjes maar doppen.

Categorieën: Gein & Ongein

15 reacties

Mug · 15 februari 2006 op 20:58

😀

Ik wou dat ik zulke intelligente gesprekken met mijn eten kon hebben!

Er was op de middelbare bij ons een leraar die serieus meneer Boon heette…die zag er in ieder geval niet uit om op te eten:-D

Trukie · 15 februari 2006 op 21:52

Troy al wil je dan geen columnist zijn, dit is toch een supergoede column. Informatief en scherp van A tot Z.
Nu we op de gezonde toer moeten wil ik ze zo wel op mijn bordje krijgen, zonder sausje en andere liflafjes.

WritersBlocq · 15 februari 2006 op 22:00

Hopelijk komt boontje niet om zijn loontje, deze column is geld waard 🙂 (hoewel familie toch enkelvoud is 😉 )
Groetje, Pauline.

Outsider · 15 februari 2006 op 22:45

Wel een originele column. Het is weer eens wat anders.[quote]Er was op de middelbare bij ons een leraar die serieus meneer Boon heette…[/quote]
Het kan nog erger. Lang geleden werkte ik bij een bedrijf waar de onder-directeur Boontje heette.
Op een dag vergat ik de beleefdheid en groette hem met “Hoi Boontje”. Hij keek mij heel vreemd aan en zei niets terug…

senahponex · 16 februari 2006 op 00:18

[quote]Vroeger werd ik gedwongen om mijn bonen op te eten omdat het zo gezond voor me zou zijn, maar nu heb ik zelfstandig de keuze om wel of niet mijn bonen te verorberen[/quote]

Schitterend ik ben blij dat ik aan tafel mocht aanschuiven en mee eten 🙂

melady · 16 februari 2006 op 00:46

Ik bid niet voor bruine bonen zei Bartje.

Troy, je bent erg divers in je schrijfstijl.

KawaSutra · 16 februari 2006 op 02:29

Je hebt me nu wel nieuwsgierig gemaakt naar de bonencultuur. Zijn bijvoorbeeld witte, bruine en groene bonen te integreren? Waarom bestaat er nog geen bonenstamppot? Hoe lossen ze het rumbonenprobleem op?

Leuke column. 😀

Kees Schilder · 16 februari 2006 op 07:18

[quote]Op een dag vergat ik de beleefdheid en groette hem met “Hoi Boontje”. Hij keek mij heel vreemd aan en zei niets terug…[/quote]

je had ook mislukte zaadlozing moeten zeggen,dan krijg je altijd een reactie 😀

De column is steengoed.Met plezier gelezen

Ma3anne · 16 februari 2006 op 08:14

Kijk, zodra de xenofobie t.o.v. de boon zich opheft, werk je hem toch maar mooi naar binnen.
Leuk verhaaltje over een Boon, maar tegelijkertijd een geweldige metafoor voor alles ‘wat de boer niet kent en dus niet vreet’.

Of heb ik nu te veel Scepsis gelezen?;-)

Shitonya · 16 februari 2006 op 10:44

Inderdaad weer eens wat anders…maar zo saai heb ik het nog nooit van je gelezen 😕
Doe mij maar liever de oude Troy, want dit vind ik geen verbetering

Li · 16 februari 2006 op 11:22

[quote]Ik mag toch zelf wel bepalen of ik mijn bonen opschep? [/quote]

Tuurlijk mag dat Troy, Je bent tenslotte geen heilig boontje.

Goeie column!

Li

Mup · 16 februari 2006 op 13:32

Erg smakelijke column,

Groet Mup.

KingArthur · 17 februari 2006 op 09:29

Leuk om ook eens deze stijl van je te lezen. Het heeft me gesmaakt.

Lynne · 17 februari 2006 op 16:28

Mag het een beetje meer zijn van deze column? 😛

Hij’s weer super!

Wright · 17 februari 2006 op 22:35

Geweldig verhaal! Het eten van een groene boon zal nooit meer hetzelfde zijn. Krijgen we binnenkort nog een vervolg? Een dag uit het onzalige leven van de rode biet of zoiets dergelijks…. 🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder