Het is vandaag 1 april, opletten geblazen dus. Ze houden mij vandaag niet voor de gek. De aanval is de beste verdediging. Maar ik kom niet verder dan een flauwe eeuwenoude losse schoenvetermop. Wie trapt daar nu in? Vorig jaar nog geprobeerd de losse schoenvetermop om te bouwen naar een vaste. Hoe? Door onder de eettafel, de schoenveters van de linkerschoen van mijn broer vast te strikken aan zijn rechterschoen, via de tafelpoot en stevig met een dubbele knoop. Succes verzekerd. Het leverde mij een draai om mijn oren op en mijn broer een bloedneus. Idioot. Wie valt er nu op zijn neus?

De hele dag houd ik iedereen scherp in de gaten. Mij houden ze niet voor de gek. Op school gebeurt niet veel. Niemand lijkt met 1 april bezig te zijn. Tussen de middag ga ik thuis eten. Mijn pa schuift dan ook altijd aan. Of mijn broer even blauw motorwater wil halen bij de garagehouder. Ik zie grote broer en zus aan tafel knipogen naar elkaar. De eerste aprilgrap is in de maak. Mijn broer blijft lang weg. Er is toch niets gebeurd? Ah, daar is ie. Nonchalant schuift ie aan tafel. “En … hadden ze nog blauw motorwater?” Pa kan zijn lach nauwelijks onderdrukken. “Uitverkocht …!”, antwoordt mijn broer met een onbewogen gezicht. “Voor de moeite heb ik van het geld een Mars gekocht. Dat is toch oké, pa?” Van de garagehouder horen we later het hele verhaal. Mijn broer is eerst doorgestuurd naar de drogist en vervolgens naar de verfwinkel. Dat verdient zeker een Mars.

Ik ben nu extra op mijn hoede. Dit gaat mij niet gebeuren. Zo’n flauwe grap. Als ik na school thuiskom is mijn pa druk bezig met klussen. Hij heeft de middag vrij genomen. De slaapkamer van mijn zus is toe aan een schilderbeurt. Maar eerst drinken we aan tafel thee en koffie. Of ik daarna even een plintenladdertje wil halen, pa kan er anders niet goed bij. Logisch. Zo gezegd, zo gedaan. “Waar moet ik dat halen, pa?” “Ik denk dat je die het beste bij de verfwinkel kunt halen.”

“Verkoopt u ook plintenladdertjes meneer?” De man aan de toonbank kijkt me met een grote glimlach aan. “Nee, jongen, die verkopen wij niet, maar misschien kun je het eens proberen bij de fietsenmaker, die verkoopt van alles en nog wat. Succes.” Bij de fietsenmaker een stukje verder. “Meneer, meneer, ik ben op zoek naar een plintenladdertje.” Weer een vette glimlach, wat zijn de mensen aardig vandaag. “Oeps, de laatste zojuist verkocht. Probeer het eens bij de stoffenwinkel, hier om de hoek, die zijn gespecialiseerd in ladders!” “Mevrouw, mevrouw, mijn vader heeft een plintenladder nodig, verkoopt u die?” Zurig antwoordt de vrouw: “Nee, die verkopen wij niet! Probeer het eens bij de drogist.”

Ook de drogist en de bakker verkopen helaas geen plintenladders. Ik geef het op en loop teleurgesteld naar huis. Ik kan mijn pa niet helpen. Ik vraag me nu serieus af hoe zo’n plintenladder er eigenlijk uitziet. ‘Hoe groot ie is? Kan ik hem wel dragen? Waarvoor wordt ie nu precies gebruikt? Had ik wel genoeg geld bij me?’ Thuis vind ik de oplossing op al mijn vragen. Ik ben er keihard ingetrapt. Wat een oen! De hele familie ligt dubbel van het lachen. Het verklaart meteen ook waarom ik tot de dag van vandaag weiger plinten te schilderen. Het zit te diep!


Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

2 reacties

Esther · 24 februari 2015 op 18:26

Ik kan er niets aan doen maar ik vind dit zó’n schattig verhaaltje….
Dat kleine jongetje..ik zie het voor me..
:heart:

troubadour · 24 februari 2015 op 19:19

Ik zou ook wel weer eens ouderwets willen lachen!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder