In de keuken hangt een zure azijnlucht. De lucht stijgt op uit een pan kokend water. Eieren ratelen op de bodem. Het is Pasen. Het kleuren van de eieren is een spannend proces. Rood en paars zijn mijn favoriete kleuren, naast groen en geel. Morgen komt de paashaas, zo is beloofd. Vandaag eerst nog naar de kerk. Mijn zus draait het vuur van het gasfornuis uit. Mams is op haar opperbest gekleed. Ze heeft een kort donkerrood jasje aan en draagt haar zondagse tas, van wit glanzend nappaleer. Mijn vader heeft een pak aan en draagt een das. Voordat we richting kerk gaan worden onze haren strak gekamd.

Kleine centen verzameld voor de collecte? Pa knikt ja. Voor ma is de paasmis het heiligen der heiligen. Ik vind het helemaal niks. Een uur lang stil zijn, stil zitten, niet omkijken, opstaan, rood kniekussen van het haakje halen, knielen, bidden. Met verbazing kijk ik altijd even schuin omhoog. Ik zie mijn moeder prevelen. Geen idee waar ze het over heeft. Het maakt wel indruk. Vooral door de sfeer. Die voelt vroom, plechtig en bedrukt. Wierook prikkelt mijn neus. Moet ik nu wel of niet niezen? Pa kijkt strak voor zich uit. Hoe gelovig is hij eigenlijk? Net zo gelovig als mams?

Ik verveel mezelf de paasmis voorbij. Thuisgekomen wordt de tafel gedekt. Voor het paasontbijt. Het goede servies is van diep achter uit de keukenkast, speciaal voor de gelegenheid van stal gehaald. Het is showtime. Dikke sneden suikerbrood en krentenmik liggen in een ijzeren mandje, op witte servetten, zorgvuldig gerangschikt. Vandaag geen grijze mik. Dikke plakken gekookte ham en roompaté liggen uitgestald op boterhammenbordjes. Aardbeien- en abrikozenjam zijn afzonderlijk uitgesmeerd in toetjesschaaltjes. Veel te veel. Op het midden van de tafel staat een klein vaasje met een takje forsythia, gedecoreerd met kleine paaseitjes van plastic. Een schaal met warme worstenbroodjes wordt binnengedragen. Ze ruiken heerlijk. Daar komt de schaal met eieren. Gekleurde eieren. Heel veel eieren. De rode eieren zijn van binnen roze en plakken koud tegen het gehemelte. Ik kan er maar drie op. Meer mag ik er ook niet eten. Na een dik uur zijn we klaar met het ontbijt. De zondag vliegt daarna voorbij.

En dan eindelijk is het maandagochtend. Ik kijk uit het badkamerraam en zie hoe mijn vader de eieren verstopt. Losse eieren en eieren in mandjes. Daar zitten de chocolade eitjes en de suikereitjes in. Ik voel me betrapt, door mezelf, een vreemde gewaarwording. Maar alles liever dan dat mijn broers en zus de eitjes eerder vinden. Zeker de chocolade eitjes. Ik kruip terug in bed en wacht tot er geroepen wordt. “De paashaas is geweest, komen jullie?” Ik spring snel uit mijn bed. Perfecte timing. In pyjama stropen we met vieren door de kleine tuin. Het blijft ieder jaar weer knap hoe pa het voor elkaar krijgt om eieren voor ons onvindbaar te maken. Of kan hij misschien toveren achter zijn rug? Met een vette glimlach maken we in de woonkamer de buit op. Het was dit jaar wederom een zoete Pasen.


Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

3 reacties

arta · 8 maart 2015 op 09:55

Heerlijk, die zoete herinneringen…

Dees · 9 maart 2015 op 09:41

Ach Mien,

Ik heb zojuist ook het andere deel gelezen. Ik denk dat je jezelf geen dienst bewijst en je verhaal geen eer aandoet met de veelplaatsing. Je verhaal is diep persoonlijk en verdient tijd en aandacht. Door de veelheid en vaakheid verlies je de aandacht van de lezer en boet je verhaal aan kracht in.

Neem toch eens wat meer tijd en rust en dik in tot de essentie zou willen zeggen. Passen op de plaats, ipv plaatsen, plaatsen, plaatsen.

Mien · 9 maart 2015 op 11:29

Dees, de verhalen worden nog steeds goed gelezen. Er is dan ook geen sprake van terugval of leesmoeheid. Bedankt voor jouw verdere commentaar. Ik neem het mee in de verhalen die nog komen. Die verschijnen overigens in een lagere frequentie.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder