1.
Heel langzaam, voetje voor voetje…
De betonnen trap waar ik zo voorzichtig mogelijk van naar beneden probeer te lopen, telt gelukkig steeds minder treden tot de grond.
De hal is donker en kil en de deur naar buiten staat open. Ik wil zo snel mogelijk dit gebouw verlaten, en ik ben van plan hier nooit meer terug te komen. Ik wil zo snel mogelijk naar buiten, alleen de pijn in mijn hele lijf houdt mij tegen om dit doel binnen de tijd te bereiken die ik voor ogen heb.
Eindelijk sta ik beneden, kromgebogen en met mijn handen op mijn buik. Gekleed in een heel groot vest, voel ik voor het eerst die dag de zon op mijn gezicht, en ik vind het verschrikkelijk.
Ik haat dat! Ik haat het als het niet heel hard onweert en regent, als ik van binnen wel het gevoel heb dat het stormt.

Het is druk die dag op straat, ik probeer zo onopvallend mogelijk op te gaan in de mensenmassa. Na een paar meter kan ik het niet laten om me om te draaien, en ik zie een meisje de ‘slachtbank’ in lopen waar ik net vandaan kwam.

2.
Het doosje verstopt in mijn tas. Hij zit op de bank, hij kijkt tv.
Ik doe alsof er niets aan de hand is, groet hem en loop richting toilet.
Tien euro staat er op het label. Wat is het duur om dit te testen.
Met trillende handen haal ik de gebruiksaanwijzing uit het doosje, twee streepjes is positief eentje negatief. Je hoeft niet slim te zijn om dit te begrijpen.
Ik hoor een hoest vanuit de kamer. Ik schrik ervan, zou ik hem moeten vertellen waar ik mee bezig ben? Ik besluit dat dat geen goed idee is, eerst maar even afwachten.
En dat afwachten duurt volgens de bijsluiter maar twee minuten.
Ik denk terug aan die documentaire op discovery waarin werd uitgelegd dat tijdsduur en tijdsgevoel twee verschillende dingen zijn.
Een streepje wordt blauw, met spanning kijk ik naar het andere vakje, waarin zich langzaam nog een blauw streepje vormt.

Vol ongeloof en verwarring loop ik met het staafje in mijn handen naar de woonkamer.
hij ziet gelijk dat er iets aan de hand is.
Ik ga zitten, en weet niet hoe ik moet beginnen, dit tot grote irritatie van de jongen tegenover mij.
Vrouwen hebben altijd de neiging om ergens over te willen beginnen maar dan toch in een ‘laat maar’ of ‘er is niets’ te vervallen.
Ik ben geen uitzondering.

Boos loopt hij de kamer uit, dit kan niet en dit mag niet.
We praten er niet meer over.

3.
‘Weet je wat?’ “Jij hebt afleiding nodig!” Met een grote glimlach en een energieke houding alsof we een marathon ter afleiding gaan lopen zit mijn vriendin tegenover me.
Onderuitgezakt in mijn huisbroek kijk ik haar vragend aan.
‘Een spelletje!’
Een spelletje, iets met pionnen en dobbelstenen. Nou heb ik ooit een periode gekend waarin ik spelletjes doen geweldig vond. Ik ging naar vlooienmarkten en inbrengwinkels op zoek naar bordspellen. Deze heb ik na aanschaf boven op een kast gegooid omdat ik achteraf meer voldoening haalde uit het zoeken en sparen ervan dan het ook daadwerkelijk doen.
Een spelletje dus.
“waar zit je aan te denken?” probeer ik zo negatief mogelijk mijn mond uit te krijgen in de hoop dat ze er daardoor minder zin in krijgt.
Helaas werken dit soort trucjes niet bij alle mensen en zij bleef volhardend.

Ze pakt een stoel om zo de spellen op de kast op ooghoogte te kunnen bestuderen.
“Levensweg!” “Ja, laten we levensweg gaan doen!”
Levensweg, is dat niet dat spel waarbij je moet beslissen of je kinderen wilt of niet vraag ik haar.
Ze kijkt naar de doos in haar handen en knikt.
Daar zit ik namelijk niet op te wachten op dit moment.
Ik heb mijn buik letterlijk vol van die keuze…

4.
“ik hou van je!”
“ik hou van je!”
“ik hou van je!”
“ik hou van je!”
“ik hou van je!”
Met mijn handen op mijn buik en mijn ogen gericht op een fier rechtopstaande buik.
“ik hou van je!”
“ik hou van je!”
“ik hou van je!”
Eigenlijk heel vreemd. Ik houd van mijn ouders omdat het mijn ouders zijn. Ik hou van mijn familie. Ik hou van mijn vriendjes. Van de eerste hield ik iets sneller dan van de tweede. En bij vriendje nummer drie had ik een deadline vastgesteld vanaf wanneer ik van hem mocht houden. Maar ik hield ook van hem.

Hoe kan ik nu van iets houden dat ik nog nooit gezien heb?
Iets wat alleen zichtbaar is door middel van speciale technieken.
Waarneembaar is het wel. Het overgeven, de misselijkheid, het opzoek gaan naar rood drinken. Het dikker worden.

Het gevoel dat er iets leeft en zich ontwikkeld in je buik, de verbondenheid, een raar kriebelig gevoel, de nieuwsgierigheid naar hoe het eruit zal zien, hoe het zal worden, dat zullen de dingen zijn die maken dat ik ervan hou. Nu al…

Door een steeds meer opkomend moederinstinct begin ik al strelend over mijn buik te zingen…

‘ik hou van jou,
Alleen van jou.
‘ik kan niet leven in een wereld
Zonder jou.’

5.
“hij wil het niet!!!” zeg ik snikkend.
“hij wil het echt niet!!”
Ik word aangekeken door twee paar bezorgde ogen.
In een waas hoor ik iemand vertwijfeld zeggen dat het vast wel goed komt.
Mensen hebben altijd de neiging om te zeggen dat het wel weer goed komt. Alles komt altijd wel weer goed. Ik haat het als mensen dat zeggen. Soms komt het namelijk gewoon niet goed.

Ik steek een sigaret op en besef me dat dat niet het verstandigste is wat ik kan doen in mijn huidige situatie.
Ik voel de tranen langs mijn wangen lopen en mijn sigaret wordt nat. Ik druk hem uit en steek een nieuwe op. En nog een. En nog een. Tot mijn pakje leeg is.

Ik kijk de mensen aan die bij me zitten en wil maar een ding en dat is weg.
Ik verontschuldig mij en loop de frisse buitenlucht in.
Bij de eerste de beste winkel koop ik nieuwe sigaretten. Ik ga op een bankje zitten en steek er nog maar een op.
Mijn hoofd zit vol
Ik kan niet meer helder nadenken. Wat moet ik nu doen?
Tranen rollen over mijn wangen.

6.
Ik bestudeer de mensen in de wachtkamer aandachtig. Het zijn allemaal jonge meisjes, en allemaal zijn ze met een jongen gekomen. Na nog een grondige bestudering kan ik alleen maar concluderen dat ik de enige ben die alleen is gekomen.

Mijn naam wordt opgeroepen. De arts komt zich voorstellen en ik mag mee lopen.
Vier trappen op in een gammel oud gebouw, met zowaar graffiti aan de binnenkant.
Dit ziet er alles behalve betrouwbaar uit.
Ik kom in een ruimte met een bank en een echo apparaat. De gel wordt over mijn dikke buik gesmeerd en de arts doet wat ze moet doen.
Het duurt even omdat het kindje in mijn buik zo hard beweegt dat ze niet goed genoeg kan meten.
“Hij heeft er geen zin in” zegt ze lachend
Ik vind het allang niet meer om te lachen, natuurlijk heeft hij er geen zin in wil ik bijna schreeuwen. Natuurlijk niet!
Hij wil daar veilig blijven zitten totdat hij er zelf zat van is. Niet totdat er voor hem wordt bepaald dat zijn verblijf niet langer kan worden verlengd.

Je hebt nog een nachtje om erover na te denken zegt ze.
Ik schud haar de hand en weet niet hoe snel ik hier weer weg moet komen.
Deze plek is verschrikkelijk.

Ik settel op een terrasje en bestel een kop koffie en een tosti. Het is warm en aangezien ik in een vreemde omgeving ben durf ik mijn jas uit te doen en mijn dikke buik aan de wereld te tonen.
In mijn strakke hemdje komt mijn buik goed uit.
De zon schijnt en voelt warm, en voor het eerst sinds tijden vind ik dat niet zo erg.
Ik voel me goed.
Ik leg mijn hand op mijn buik zoals ik alle vrouwen altijd zie doen.
Er gaat een rust over me heen. Wat is dit fijn. Een dikke buik, niemand die je kent en de zon in mijn gezicht. Kon dit moment maar heel lang duren.


7 reacties

WritersBlocq · 30 december 2007 op 13:22

Bijzonder en heftig, dit verhaal. Heel apart neergezet. Dat het maar lang mag duren 😉

pally · 30 december 2007 op 15:15

Ach Rosaatje, wat heftig! En wat indringend neergezet. Ik hoop dat je voor jezelf de goede beslissing hebt genomen. Sterkte! :kus:

groet van Pally

lisa-marie · 30 december 2007 op 15:33

Heftig en ook zo mooi en bijzonder neergezet. 🙂

KawaSutra · 30 december 2007 op 15:54

Ik heb het gevoel dat het helemaal goed komt.
Knap beschreven!

Grumpy-old · 31 december 2007 op 01:34

op het eerste zicht dacht ik sjezus wat een laaaaang verhaal. Maar het leest verbazend vlot.
T is bijna een nachtmerrie. Akelig goed geschreven. Doet heel vreemd aan om te lezen dat sommige mensen geen kinderen willen terwijl anderen er juist zo naar uitkijken.
Ik ga niet zeggen dat het allemaal goed komt , maar ik hoop t wel voor jullie.

Greetz
Grumpy

lagarto · 31 december 2007 op 09:20

Je verhaal slingert mij heen en weer..
Heel mooi.
Groeten Lagarto

arta · 31 december 2007 op 10:06

Jee, wat een verhaal!
Ik voel dezelfde verdeeldheid, die Lagarto ook beschrijft…
Als dit geen fictie is hoop ik dat jij de voor jouw gevoelsmatig juiste beslissing hebt genomen, zonder beïnvloeding van buitenaf!
Mooi geschreven!
🙂

Geef een antwoord