Ik heb me altijd verbaasd over het enthousiasme van dansend en luisterend publiek tijdens liedjes waarin het woord motjo voorkomt. Verbijstering dat binnen een tel de dansvloer zwart ziet en uit volle borst meegezongen wordt over het leven van een motjo. Ik kan me toch echt niet voorstellen dat alle dames op een dergelijke dansvloer de ambitie hebben motjo te zijn, te blijven of te worden. “Je hoeft niet zo te kijken”, zei de Surinaamse radiopresentatrice tegen haar collega toen het nummer van Coronaband met de titel Motjo libie (hoeren leven) werd aangenodigd, voordat ik mijn column zou gaan voor dragen. “Een motjo is een trotse vrouw”, vulde ze aan. Ook de stilte van haar mannelijke radiocollega deed me vermoeden dat ook hij het woord motjo net als ik op één manier interpreteerde.
Het leidde mij zodanig af, dat ik tijdens het voordragen van mijn column, begon te hakkelen en te stotteren. Een motjo was in mijn vocabulaire altijd een geringschattende benaming voor een vrouw die promiscue, overspelig, of ordinair gedrag vertoont, hoe trots of zelfverzekerd ze zich ook gedraagt. Een vrouw die je betaalt voor seksuele diensten, en waar andere vrouwen niet mee geassocieerd willen worden, ongeacht het aantal bedpartners die zij in hun leven gehad hebben.
Maar een Trotse vrouw? Dat heb ik ook niet eerder bedoeld in conflictsituaties met ex -vriendinnen, toen ik hen uitmaakte hiervoor. Moet ik dan contact zoeken met hen, mijn woorden terugnemen en uitleggen dat motjo op twee manieren te interpreten valt? Benadrukken dat ik de minst positieve bedoelde en de Nederlandse vertaling erbij halen die wel gelijk is gebleven en maar op een manier te interpreteren valt?
Misschien moet ik eraan geloven dat taal aan verandering onderhevig is. Dat gelijk als het weer, met het seizoen verandert.
Zo was de matie bijvoorbeeld in de koloniale geschiedenis, de huisslaaf. Het vriendje van de blanke meester, die klikte, verraadde en zich niet bemoeide met gewone negerslaven. Nu is de matie, de vriend. Moeten we de matie dan nu ook weer bombarderen tot verrader, zoals we dat ook doen bij de trotse motjo?
Toch vind ik het geen goed idee. Ik vind dat een motjo, gewoon een motjo moet blijven. Een vrouw die je betaalt wanneer het versieren niet gelukt is en waar in mijn ogen niets van trotsheid mee gepaard gaat. Daarnaast zou ik ook niet weten wat ik moet roepen in ruzies met toekomstige ex vriendinnen.

Sergio Bunsee

Categorieën: Maatschappij

sergiobunsee

Pedagoog, coach, therapeut schrijft over Suriname, cultuur, pedagogiek en de mensch in al zijn vormen.

3 reacties

LouisP · 24 mei 2012 op 19:26

interpreten…wa’s da?

De titel ‘Motjo’ had goed geweest, denk ik.

‘Een motjo is een trotse vrouw.’

Ik heb nog nooit een motjo gezien die niet trots is..

goed stuk Sergio

Mien · 24 mei 2012 op 23:48

Zolang de ex vriendinnen maar geen Jo heten.
“Wat motjo?” staat dan zo slordig.

Mien

Libelle · 25 mei 2012 op 10:45

Woorden die tweeledig geïnterpreteerd kunnen worden, vormen het zout in de pap. Terugdraaien is onmogelijk. Hele boeiende columns vloeien er uit voort.

Geef een antwoord