Connie en ik zaten op de bank en keken tv. Het was veertien dagen na onze vlucht. We dachten er elke dag aan. Soms spraken we er over. We konden er niets aan doen. Ik had ontelbare malen gespeeld met het idee ’t Hoekje te bellen en naar Willem te vragen. Maar ik was bang dat ik iets wakker zou roepen. Dat Willem meteen zou weten wie er belde. Dat was onzin natuurlijk. We hadden ook vaak gepraat over terugrijden en aanbellen. Gewoon doen. Kijken naar zijn reactie. Als hij ons te lijf wilde moesten we maar weer gaan. Als hij wilde praten zouden we wel zien. Het had ook te maken met de stille angst dat we ooit John of Alex aan de deur zouden krijgen.
De eerste dagen na de vlucht hadden we ons suf gepeinsd of het mogelijk was achter dit adres te komen. We hadden besloten dat het kon. Als je erg ver ging. Want behalve een paar collega’s wist niemand het. Toch waren we er niet gerust op. Maar terugrijden en aanbellen durfden we voorlopig niet.
Ik was erin geslaagd mijn oude baan op te zeggen. Dat had heel wat voeten in aarde gehad. Ik was gedwongen geweest me ziek te melden. Maar ik had hier weer werk. Het was niet zo’n geweldige baan maar ik had me er bij neergelegd. Connie had ook werk gevonden. Ons ouwe huis stond te koop. We hadden een makelaar verteld dat het speciale omstandigheden waren. Het ging veel geld kosten.
En er was de angst. Elk telefoontje, elke keer als de deurbel ging, als we boodschappen deden en iemand hoorden roepen, of zelfs een raar geluid in huis, had ons de eerste week verlamd. We waren er nu wat aan gewend. We wisten dat we nooit die foto’s hadden moeten insturen. Er moest op het oude adres een briefje liggen dat er een leuke camera kon worden afgehaald. Maar er waren meer dingen die vreselijke jammer waren zoals de voortuin, het laminaat, de badkamer waar ik mijn ziel had ingelegd.
En er was de twijfel. Was het wel nodig geweest weg te vluchten? Was onze fantasie niet met ons op de loop gegaan? Maar als we alle feiten op een rij zetten, bleek vluchten de enig juiste mogelijkheid. Verder waren we vreselijk geschrokken en het kost tijd zoiets te vergeten.
Ik was nu bezig met een drama. Precies, het ging over Willem en zijn vrienden. Hoe hij ons had ingezet om die oude auto op te knappen. En hoe het vervolgens door die foto’s was spaak gelopen met Spicht. Ik wist precies hoe het moest. De sypnosis was al klaar.
En zo probeerden we te vergeten wat was gebeurd. We hadden heel andere buren. Aan de ene kant een jong stel met een baby. Aan de andere kant een wat oudere man en vrouw waarvan we nog niets wisten. We hadden besloten geen contact te zoeken. Dat hoefde ook niet. Een van de buren zocht contact met ons.


0 reacties

Geef een antwoord