Wij hadden een ‘juf’ op de lagere school, op de Prinses Marijke school in Schiedam. Een lekker ding, zo beoordeelden wij haar destijds als negen jarige mannen al. Riek Visser heette ze, en zij woonde in de Loefstraat op kamers. Ooit ben ik eens bij haar geweest op dat kamertje. Een glas limonade schonk zij voor mij in en zij praatte tegen mij, tegen dat kleine Prlwytskovsky’tje. Het was een warme zomerdag in 1956 en haar balkondeur stond open. Een bed en een bureau stonden er, meer ruimte had zij niet daar op dat kamertje; in de Loefstraat. Vanaf de Mgr. Nolenslaan genomen het eerste portiek aan de rechter kant, op de derde etage links. En vanaf de Burgermeester van Haarenlaan gemeten in het laatste portiek, links welteverstaan. Maar dat zal de gemiddelde lezer toch een worst zijn.

Zij stond voor onze vierde klas en zij kon vertellen jongens ……: heerlijk!
Met open mondjes zaten wij aandachtig te luisteren en te kijken hoe haar rood gestifte lippen bewogen om woorden te formuleren die zij uitsprak als zij voorlas uit Pietje Bel. En denk daar niet te min over hoor, want wij zaten destijds met 41baldadigen in haar klas en die waren alle 41 doodstil. Groot compliment voor Riek dus.

Maar dan breekt er een moment aan dat er klasgenootjes een tijd lang van school af gaan. Waarom? Vroegen wij ons af. Riek legde dit haarfijn aan ons uit.
“Kijk”, zei ze: “er zijn kinderen die extra voeding nodig hebben en daarom gaan zij naar een kolonie om aan te sterken. Veel extra- en gezond eten om gezonder en sterker te worden, en om er niet meer zo magertjes en doorschijnend uit te zien.”

Wij begrepen haar.

Zo’n kolonie duurde wel zes weken en sommige klasgenootjes kwamen nooit meer terug. Waren hun ouders verhuist of wat…? Riek wist dit ook niet.
Wat Riek wel wist was dat zij je het gevoel kon geven, en kon uitleggen dat een kolonie fijn was, iets moois was; iets fenomenaals. Zij vertelde het op een manier dat wij ook naar een kolonie wilden. Thuis zeurde ik mijn moeders kop gek omdat ik dat ook wilde, maar nee: ik was te gezond zei ze. “Dat is alleen voor kinderen die honger hebben.”
“Maar ik heb ook honger.” Probeerde ik nog maar helaas …

Opmerkelijk dat ik vandaag op Twitter het item ‘Kolonie’ voorbij zag komen en daarom terugdacht aan die tijd, aan mijn schooltijd, aan juf Riek en aan het aantal Peter ’s die in onze klas zaten.

Daarom deze ode aan onze juf Riek Visser, aan mijn vriendjes en naamgenootjes Peter Loekemeijer, Peter van der Wel en alle klasgenootjes van de vierde klas van de lagere school.

Categorieën: Verhalen

4 reacties

Yfs · 13 december 2012 op 12:10

Baldadig… doch doodstil gelezen!! 😉

schoevers · 15 december 2012 op 08:39

Mooie column. Ik herinner mij ook de klasgenoten die naar ‘de kolonie’gingen. Ze kwamen terug met verhalen over ‘elke dag pap’ en ‘elke dag precies op tijd naar bed’.
Het was voor ons een schrikbeeld, maar wij hadden geen Riek.

arta · 15 december 2012 op 10:50

Mooi, hoe bepaalde herinneringen getriggerd worden door een simpel woord, een simpele geur, etc…

Ferrara · 15 december 2012 op 14:01

Ik zag weer dat hokje met glas in de voortuin, ergens in onze straat. Dat meisje kon niet naar de kolonie i.v.m tbc. “Zo zielig” vonden wij als kinderen.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder