Een van de dingen die ik heb verleerd toen ik in het ziekenhuis ging werken, is reizen met de bus. Laatst had ik – wederom – afgesproken met oud-collega´s uit de papieren wereld, die intussen allemaal in weer andere papieren werelden terecht zijn gekomen. Een carrière in de verzekeringen is als een bankbiljet, je kunt werkelijk overal terechtkomen. In de bus viel het me op, dat er tegenwoordig veelvuldig getelefoneerd wordt met in mijn ogen volkomen nutteloze boodschappen. “Ik zit in de bus”. “We gaan nu de tunnel door”. Erna volgde een kleine stilte die werd onderbroken door de opmerking: “Dat zei ik toch, die tunnel, je valt weg”. Een andere bron van irritatie is de muziekspeler: niets zo hinderlijk dan een ingeplugde buspassagier, opgesloten in zijn eigen muziekwereld. Zijn wereld wordt automatisch mijn wereld; meestal staan de oortelefoontjes op stand kolereherrie.

Ons clubje had dit keer afgesproken zo rond het Centraal Station te Amsterdam. Werkelijk een fantastische plek om mensen te bekijken. Ik moest nog wel even zoeken naar de nieuwe vertrekplaats van mijn bus terug die avond. Het scheen dat de standplaats was verhuisd naar het IJsei. Wellicht dat als ik met de bus héén ging, ik ook automatisch wel op dat IJsei zou belanden; dan zou ik meteen weten, hoe ik ’s avonds terugmoest.

Natuurlijk stopte die bus niet op het IJsei, want onze buurtbusvervoerder is een beetje eigenwijs en staat dus ook ergens anders. Ik besloot om zelf maar te gaan zoeken naar dat IJsei, achter het CS. Een ding had ik over het hoofd gezien: de dagelijkse portie hoeveelheid mensen die deze plek dagelijks te verwerken krijgt.

Als “drukkerdje” kan ik best druk zijn en druk doen maar een hoeveelheid mensen van ongeveer 150 per minuut wordt zelfs mij teveel. Toch zette ik door, terwijl ik onderwel in mijn hoofd zocht naar de ademhalingsoefeningen van mijn mentalcoach. Hoewel er altijd weleen pluk zwerfvuil in mijn bovenkamer hangt, kon ik die ademhalingsoefeningen natuurlijk niet terug vinden.

Dapper haalde ik ter hoogte van de poortjes in het CS mijn OV kaart tevoorschijn en daar had ik mijn eerste overstap te pakken. Het was niet nodig geweest want de deurtjes stonden open. Daar ging ik dan, op weg door de hal naar de achterkant van het Centraal.

Gaandeweg begon ik het leuker te vinden. Onderweg geurde het naar pizza, kroketten en zure yoghurt, vermengd met verschillende soorten parfum en ongewassen haar. Er was een grote verscheidenheid aan mensen en van kleurige rugzakken. Aan het eind gekomen weer de poortjes door –uitgecheckt van niet genoten reis- en rechtsaf de roltrap op. Deze werkte niet, dus voorzichtig geklommen, ik heb nogal de neiging te struikelen en dat is als provinciaal die ik in de loop der tijd geworden ben, niet de bedoeling. Boven aangekomen had ik uitzicht op het buseiland en een fenomenaal uitzicht over het IJ.

Met de geur van Amsterdamse namaakzee, een troep zwervende en krijsende meeuwen, verschillende pontjes die heen en weer voeren en de hoeveelheid bussen die af en aan reden, kwamen mijn jaren als acceptant bij een Amsterdamse verzekeringsmaatschappij aan het IJ weer bovendrijven. Als midtwintiger heb ik daar de zeven meest geweldige jaren uit mijn werkbare leven gehad. Hoewel het gebouw intussen een andere gebruiker heeft, staat het er nog steeds. Toen ik laatst tijdens een ziekenhuisuitje met de pont langs datzelfde gebouw aan het IJ vaarde, moest ik spontaan huilen.

Mijn baan als acceptant hebben mij mede gevormd tot wie ik nu ben. Elke vijf jaar hadden we Sail Amsterdam en de collega’s die aan de waterkant zaten, waren dan natuurlijk je favoriete collega’s. In elk geval tot na de Sail.
Het was een tijd waarin we als jonge twintigers werden vrijgelaten in het bedenken van nieuwe verzekeringsproducten. Wanneer het fout ging, dan was de enige “straf” dat je je zelf wel voor je hoofd kon slaan; altijd mocht je het opnieuw proberen. Dat is in deze tijd en in andere, nieuwe, gefuseerde en beursgenoteerde papieren werelden, anders geworden.
Al veranderen sommige zaken nooit.

Het weerzien met mijn oud-collega’s uit die tijd, daar op het stationsplein, voelde als vertrouwd en als vanouds. Nooit vallen er stiltes en als we elkaar zien, is het alsof we gisteren nog bij elkaar waren. We hebben heerlijk Indisch gesmuld, gegierd van het lachen en oude herinneringen opgehaald, opgeleukt met geacteerde anekdotes over andere oud-collega’s -die er natuurlijk niet bij waren.

Sommige zaken veranderen nooit. Dat bleek bij de tram toen we terug reisden naar het CS. Sommigen van ons hebben nog steeds moeite met poortjes en hekjes, ook al hebben ze er dagelijks mee van doen. Een nieuwe –gefuseerde of zelf gekozen- werkgever in de papieren wereld betekent ook vaak een nieuw toegangspoortje met dito pasje. Hoewel het met onze OV-pasjes in de tram op de heenreis goed ging, hadden we als nieuwbakken oudjes ’s avonds, in het donker, over het hoofd gezien, dat de ingang van de tram niet meer hetzelfde is als vroeger.

Om de enkele deur mag je naar binnen, er staan ook bordjes die je daarop wijzen. Aangezien we allemaal –op een na- de veertig zijn gepasseerd en in het donker onze ogen niet meer zo werken als vroeger wanneer we uitgingen, hebben we die bordjes over het hoofd gezien. Tot twee keer toe sloten de tramdeuren voor enkele neuzen. In setjes van twee kwamen we, gierend van het lachen om het uiteengevallen bejaarde zootje, weer terug op het Centraal Station.

We herhalen het clubfeest in juni want dan is het langer licht.

Categorieën: Verhalen

Odette

Overtuigd twijfelaar. Boetseert woordjes tot sprekende beelden.

10 reacties

Emiliever · 10 april 2010 op 19:13

Goed verteld, want het was net of ik erbij was. Het is voor mij dan ook wel heel herkenbaar…ik ga soms niet eens naar Amsterdam omdat ik opzie tegen de drukte en het ‘gedoe’. Daar schaam ik me dan eigenlijk wel voor, want zo bejaard ben ik nog niet.
Vanavond was ik er dus weer even….achter het CS!

Anne · 10 april 2010 op 19:48

Uitsmijter is erg leuk. Wel graag gelezen, maar mede omdat ik zelf regelmatig door het station ga, van voor naar achter dus. Maar je stukje heeft net te veel info. Niet nodig voor het geheel . Meer is minder. Hoe? dat is aan jou. Instrakken vind ik, hoewel ik begrijp dat er verbanden zijn tussen de lol vandaag en die van gister.
Trouwens, erg mooi de beelden over papieren werelden.
Stukje vanuit de bus, met betrekking tot non-info rondom mobieltjes: is apart stukje waard.
Kortom: materiaal voor meerdere teksten.

Ontwikkeling · 10 april 2010 op 20:30

Het is ook in tweeën geboren 😉 Enerzijds ergerde ik me kapot aan het mobielgebruik en nutteloze gesprekken, tot ik op het IJsei affiveerde (het woord alleen al). Toen kwam het tweede verhaal….
Stof genoeg om verder te borduren 😉

Ontwikkeling · 10 april 2010 op 20:31

Er waren zo verschrikkelijk veel mensen Emiliever, dat ik het Spaans benauwd kreeg. Kun je nagaan, jaren heb ik er in de buurt gewerkt en er geen last van gehad. Blijkbaar ben ik de drukte gewoon ontgroeid. 😉

pally · 10 april 2010 op 22:12

Iets te breedsprakig verteld naar mijn smaak, Ontwikkeling.
Ik kan me wel voorstellen dat je die uitgebreide herinneringen echt hebt, maar ik denk dat je een vertaalslag moet maken voor een column.
Dat betekent schrappen, maar niet de essentie eruit halen. Best moeilijk, trouwens.
Het is op zich wel leuk geschreven.

groet van Pally

Avalanche · 10 april 2010 op 23:32

Goed stuk, maar inderdaad wat lang, zoals ook al door anderen opgemerkt.

Dees · 13 april 2010 op 11:20

Zeg eens mevrouw O, ik snap dat het lente is en je de schoonmaakkriebels hebt, maar niet teveel zwerfvuil in een keer aan de straat zetten. Ik lees inderdaad drie stukjes hier, vier ook nog met gemak… Maar het si wel leuk geschreven.

Ontwikkeling · 13 april 2010 op 11:53

Dat ligt aan de plaatsing 😉 Sommige stukjes had ik 24 mrt gepost 😉 Na 1 april beleefde ik een soort van plaatsingsbom….. 😉
Ben ook soms woordeloos hoor. Kijk maar eens op mijn site…

Dees · 13 april 2010 op 12:35

Dat bedoel ik niet+ ik bedoel dat je in dit stukje drie tot vier tegelijkertijd aan de kant van de weg hebt gezet 😉

Ontwikkeling · 14 april 2010 op 08:28

😀

Geef een antwoord