11 Shell Creek Cave man
Steve’s Ford reed slalommend over een zwaar gehavende brug. Grote gaten in het asfalt deden de laadbak rammelen. Vanuit de zijruit keek ik recht in een ravijn. Hij vertelde dat dit een dam was die in 1920 was gebouwd toen de oorspronkelijke waterbronnen van de streek niet meer toereikend waren geweest voor het groeiende aantal inwoners van Sand Springs. Verder vertelde Steve dat een avonturier met de naam Charles Page begin 1900 een oliebron had ontdekt en met zijn rijkdom een goede daad wilde stellen. Hij liet in de buurt van zijn vondst, op de vlakten rondom de Arkansas rivier zeven tentenkampen voor weeskinderen bouwen. Daarna liet hij herten, antilopen en buffels uit Afrika verschepen en in het gebied uitzetten. Een compleet pretpark werd aangelegd, met carrousels, een reuzenrad, achtbaan en een dierentuin. Huizen vervingen vervolgens de tentenkampen en een tehuis voor alleenstaande moeders werd gebouwd. Later volgde er een spoorlijn, ziekenhuis en allerhande voorzieningen die nieuwe bewoners naar de nederzetting moesten lokken. Het door de dam gecreëerde meer voorzag in de zoetwatervoorziening van de groeiende regio. Terwijl Steve vertelde keek ik hem vol ongeloof aan, het leek mij een ongeloofwaardig sprookje maar hij verzekerde mij dat Sand Springs echt zo was ontstaan. Ik dacht na over de man die al zijn geld had gestoken in weeskinderen en alleenstaande moeders. Wat had hem bezield?
Steve had inmiddels de auto stil gezet. Ingesloten door de overblijfselen van de verwaarloosde dam en een brokkelige rotswand had de plek iets onheilspellends. De kale stakerige takken, de fluitende wind die tussen de pilaren naargeestige tonen vormde, versterkte mijn gevoel van onbehagen.
‘Follow me’, riep Steve en liep voor me uit richting rotswand. Die was niet steil maar het losse gesteente maakte het klimmen lastig. Steun zoekend bij de lage struiken zette hij zijn voeten voorzichtig neer bij elke stap. Ik volgde in zijn spoor. Zo liepen we zeker twintig minuten richting top en Steve had nog geen moment omgekeken. Mijn capuchon beschermde mijn gezicht tegen de snijdende wind. Terwijl ik me voornamelijk richtte op het schuivende gesteente onder mijn voeten begon ik mij af te vragen wat ik hier deed.
Even op adem komend keek ik omhoog en zag hem niet meer.
‘Steve?’ Mijn stem echode terug. Ik luisterde maar het bleef stil. Een lichte paniek maakte zich van mij meester. Sneller strompelde ik door naar boven, mijzelf links en rechts optrekkend aan takken en struiken. In mijn haast striemden twijgen mijn gezicht maar door de kou voelde ik niks. Nogmaals riep ik hem maar ik kreeg geen antwoord. Boven aangekomen kon ik niet ver zien door de dichte begroeiing maar door de bomen heen schemerden nog meer rotsen. Van dichtbij bleek het een overhangende rotspartij waar achterin een nauwe doorgang leek te zijn. Nieuwsgierig wurmde ik me naar binnen en klikte de aansteker aan die ik in mijn jaszak vond. Mijn hart ging als een razende tekeer. Waar was Steve? Na het volgen van een afbuigende gang gaf het kleine vlammetje zicht op een wand van lichte kalkachtige steen. Ik hield de vlam dicht bij de wand en zag een tekening van een man met een speer, zittend op een dier met vier poten in roestbruine verf. Of was het bloed? Langzaam bewoog ik de kleine vlam langs het wandoppervlak en zag nog meer tekens. Het vlammetje haperde en ik bevond mij in totale duisternis.
Ik hoorde iets dat leek op het ritselen van bladeren die door de wind in een kleine tornado werden opgestuwd. Op gevoel schuifelde ik richting het geluid waar ik de uitgang vermoedde. Mijn tastende hand raakte onverwacht iets warms en de gil die ik slaakte galmde waarschijnlijk tot het middelpunt van de grot.
‘Hi kiddo, you found me…’ fluisterde Steve in mijn oor.

9 reacties
troubadour · 27 september 2015 op 20:53
De eerste alinea bevat wel erg veel informatie. Daar eenmaal doorheen is de spanning weer snel te snijden met een Steve die nog geen moment had omgekeken..
Kan het nog wel alle kanten op met hem?
Esther Suzanna · 28 september 2015 op 17:42
Dank je wel Troubadour, het is inderdaad wel even doorbijten. Voor mij was het een oefening in wat ‘droger’ schrijven hetgeen voor mij lastig is. Het verhaal wat ik poog te vertellen is niet alleen een liefdesverhaal. Meer een combinatie van psychologische thriller plus reisverslag.
Mien · 27 september 2015 op 23:07
This is the moment …
Esther Suzanna · 28 september 2015 op 17:45
Haha, Mien…dat hoop ik niet. Dan zou het afgelopen zijn. Finito. Ik ben nog niet uitverteld. Of je nu wilt of niet. *smile*
Mien · 29 september 2015 op 00:05
Niet zo snel opgeven. Naar ieders moment komen er gewoon weer nieuwe toch. Althans dat mag ik hopen. Anders is het inderdaad finito.
Frans · 28 september 2015 op 00:06
Het blijft niet alleen boeien maar is ook benijdenswaardig goed geschreven.
Esther Suzanna · 28 september 2015 op 17:43
*bloos*
Dank je wel Frans. Mooi compliment en nog meer reden om door te schrijven. Ik heb er erg veel plezier in.
arta · 28 september 2015 op 13:09
*Duimpje omhoog*
Klein neuzeltipje: Probeer wat ik-jes te omzeilen. Zeker bij meerdere delen na elkaar lezen valt het hier en daar op.
Esther Suzanna · 28 september 2015 op 17:47
Ik heb het nog eens allemaal achter elkaar gelezen en je hebt helemaal gelijk Arta, en zal er op gaan letten, de zinnen meer zelfstandig zonder persoonsvorm kan ook prima.
Dank je wel. *blij*