Wij hebben een ‘schijthuizenschoonmaakster’ in dienst. Eentje die elke werkdag steevast om half vier komt aanschijten op haar hallelujafiets. Een oudje van tachtig jaar zou het, qua tempo en met rolator, met gemak van haar kunnen winnen. Wat fietssnelheid betreft dan, maar dit even terzijde. Zij trapt met regelmaat haar trappers rond op een manier dat je zou denken aan een ouderwetse bakker met bakkerswagen, zeer moeizaam; alsof zij de Couberg bestijgt. Maar dan zij hierbij opgemerkt dat zij voor haar doen haar bochten wel erg scherp aansnijdt: heel strak langs de linkerkant peddelt zij de bocht om. Een bocht die ik met hoge snelheid pleeg te nemen als ik bij toeval vroeg naar huis kan en haar daarbij in het verleden een keer helemaal te pletter zou hebben gereden. Ware het niet dat ik altijd goed oplet op het overige verkeer; dat was haar redding.

Sinds de dialoog die hieruit ontsproot is onze relatie danig bekoeld: zij praat niet meer tegen mij. En ach: het had minder gekund. Nu is het wel zo dat ik dagelijks mijn behoefte blijf doen op de door haar gereinigde sanitaire voorziening, en met mij vele anderen. Maar aan de andere kant: wat zou zij schoon te maken hebben zonder mij? In die hoedanigheid ben ik als het ware ook haar werkgever. Toch?

Vandaag deed zij wederom statig haar entree in haar biotoop, namelijk: de schijthuizen! Vrijwel meteen rende zij weer naar buiten en begon tegen de eerste die zij tegenkwam te brullen. Geheel toevallig liep ik door de gang dus viel mij de eer te beurt.
“Heb jij over de rand staan zeiken?”
“Nee hoor” zei ik, “ik pak altijd die boom die voor de ingang staat.”
Vergetend dat wij ooit nog enige dialoog konden voeren ging zij dieper op de materie in en sleurde mij mee naar binnen om aan te tonen dat zij een punt had.

“Dat kan ik nooit geweest zijn,” opperde ik. “Als ik hier kom dan probeer ik meestal de bovenste rij tegeltjes te raken maar ik zeik er nooit naast.”
“Rot toch op man, jullie zijn allemaal hetzelfde; elke avond hetzelfde liedje hier.”
“Jullie? En dat terwijl ik juist zo netjes ben?” Maar zij reageerde niet meer op mijn verweer en verdween in het spelonk dat speciaal is ingericht voor rokers. Mooi, daar had ik dus geen last meer van.

Toen het tijd was om naar huis te gaan bezocht ik nog eenmaal haar sanitaire voorziening. Tevreden mijn plasje doend keek ik uit over de zojuist gereinigde vloer en zag een heel klein druppeltje water naast de pot liggen, hoogstwaarschijnlijk het restant van haar ijverige schoonmaakwerk.

Bij het naar buiten gaan meldde ik haar dit voorval en zei dat er weer een hele plens water naast de pot lag. “Maar ik ben het niet geweest hoor,” voerde ik nog aan.
“Waaaaaaaaaaat …., je ben toch niet bedonderd?” En meteen stormde zij de door haar zo juist gereinigde plee binnen om de zaak te onderzoeken. Had ik mooi de tijd om afmars te plegen.

Even denk ik er aan om morgen vrij te nemen. Voor de safety.

Categorieën: Verhalen

6 reacties

lisa-marie · 3 juni 2009 op 17:14

ik heb het geheel met een zeer vette grijns gelezen 😀

trex01 · 3 juni 2009 op 18:06

Ik kan er niks aan doen, maar ik vind dit gewoon geen leuk stukje. Hoe kun je iemand nu een schijthuizenschoonmaakster noemen? Wees blij dat er mensen bestaan die jouw viezigheid op willen ruimen. Denigrerend. Wat mij betreft mag je morgen vrij nemen.

LouisP · 3 juni 2009 op 19:02

Prlwyt,

hee, wij hebben ook een interieurverzorgster!
En weet je wat die doet? Die maakt schijthuizen schoon!
Ik heb ooit in een reactie gelezen dat er in een column best mag worden overdreven, in alles.
En er zit toch weer een beetje zelf spot in vind ik, die het smeuig maakt.

groet,
Louis

arta · 3 juni 2009 op 19:27

Niks mis met schijthuisschoonmaaksters. (=geweldig scrabble-woord) Ik doe het zelf ook regelmatig (thuis) 😀
Dit is gewoon een lekker vet aangezette kwajongenscolumn op zijn Prlwyts’! 😀

Mien · 5 juni 2009 op 01:36

Prlwytskvsky … is dat niet het geluid dat je hoort als ie eruit glijdt, au moment surpreme! 😆

Mien (heeft overal schijt aan maar smeert dat nergens uit)

Darluz · 9 juni 2009 op 13:45

Wat is humor toch altijd heerlijk om te lezen! Het leest als een tierelier, heeft tempo en de stijl is onopgeschmuckt. Zonder overvloed aan woorden is het stuk toch vol detail, vol sfeer. Het neemt me moeiteloos mee in de situatie en ik blijf tot het eind gretig en gulzig naar nóg meer vermaak, nóg meer observaties, nóg meer beelden, nóg meer schijthuizenschoonmaakster en naast het toilet pisserijen.

Darluz

Geef een antwoord