Het is een mooie warme zomerdag, ik rij in Limburg en soms door Duitsland. Ik draai een smal landweggetje op. Tussen bergen door kronkelt de landweg met ernaast een rustig kabbelend beekje. Een reclamebord geeft aan dat er na 200 meter een wegrestaurant is met mogelijkheid tot tanken en een hartige hap. Dat komt eigenlijk mooi uit want ik lust ondertussen wel wat. Ik loop op het terras af maar zie niet één stoel of tafeltje buiten staan. Binnen gekomen zie ik drie mannen, al pratend aan een tafel, met elk een groot glas bier. Ik neem plaats in een hoek bij het raam en kijk naar de overkant. Een prachtig uitzicht op een berg met onderaan een bos dat begrensd wordt door de landweg. De waard staat zwijgend naast mij, blocnootje in zijn ene hand en een stukje potlood in de andere hand. Doe maar een tapbiertje en een uitsmijter ham-kaas. Zonder een woord te spreken loopt de waard weg en ik verzink in gedachten als ik naar buiten kijk.

Knal …! Ik schrik wakker van het geluid van het glas bier dat op tafel wordt gekwakt. Gelijkertijd komt er een man tegenover mij zitten. Mag ik even bij je komen zitten, vraagt hij? Schichtig kijkt hij om zich heen en begint dan te praten. Mijn uitsmijter wordt geserveerd en ik begin te eten.

Help mij, fluistert de vreemdeling; help mij. Al kauwend kijk ik hem aan en ik kijk naar de uitdrukking in zijn ogen: sterk vergrootte pupillen heeft hij. Drugs misschien? Een dunne gouden ketting met een klein medaillon hangt aan zijn nek. En verdomd: het lijkt wel of die vent op mij lijkt. Hij heeft weliswaar geen snor maar dan toch: ik meen enkele trekken te herkennen. Wat is er, vraag ik, heb je iets uitgevreten? Eerst kijkt hij om zich heen en dan weer vraagt hij: help mij.

Luister, zegt hij naar buiten kijkend en heft daarbij zijn linker wijsvinger op; ze komen eraan. Hoor je ze? Even later hoor ik een gebrom dat luider en luider wordt. Als het geluid dichterbij komt lijkt het op een centurion tank die over kasseien ratelt. De vreemdeling rent in paniek naar buiten en ik luister naar het naderbij komende geluid. Nieuwsgierig geworden ga ik ook naar buiten want ik wil toch wel zien wie of wat deze decibels produceert.

Als eerste zie ik 5 motorrijders, in lederen kleding en met op elke plek zichtbare huid een tatoeage; zij zetten hun motoren op de standaard. Langzaam en dreigend lopen zij met kettingen te zwaaien en de vreemdeling staat machteloos midden op de parkeerplaats. Dan komen er militaire jeeps aanrijden, figuren gekleed in legerkleding stappen uit en nemen direct stelling met een mitrailleur in de aanslag. Het lijken wel Duitsers, maar dan uit vervlogen tijden. In wat voor land ben ik hier, vraag ik mij af. Ik kijk om en zie het restaurantje waar ik net mijn uitsmijter zat te eten; dus ik droom niet!

Dan, zonder aanleiding, barsten de mitrailleurs los in een hels kabaal. Allen gericht op de vreemdeling die bewegingloos ter aarde stort. Het spervuur houdt op en de motorrijders kijken mijn kant op. Als een speer ren ik het restaurant in en verberg mij in een donkere hoek. Dreigend loopt een motorrijder door het restaurant en de hakken van zijn laarzen bonkt hij stap voor stap in de houten vloer.

Ik hoor geen geluid meer en durf eindelijk uit mijn schuilplaats te komen. In het restaurant lijkt alles normaal. Voorzichtig open ik de deur en kijk uit over de parkeerplaats. De zon schijnt en ik zie kinderen spelen met de kiezelstenen van de parkeerplaats.

‘Weet je’ zegt de waard, die ineens naast mij staat: hier gebeuren soms rare onverklaarbare dingen. Wij zijn er ondertussen aan gewend maar voor een vreemdeling als jij moet het raar overkomen; wil je nog een biertje? Krijg je van mij!

Aan mijn biertje slurpend kijk ik weer naar het bos aan de voet van de berg. De landweg ligt er vredig bij en je zou niet kunnen bedenken dat zich hier een schouwspel heeft afgespeeld zoals ik zojuist heb meegemaakt.

Ik reken af en pak mijn pasje dat altijd in mijn linker borstzak zit. Ik voel iets hards dat daar niet hoort te zijn. Als ik het ding uit mijn borstzakje haal zie ik een medaillon met een dunne gouden ketting. Het lijkt op het medaillon dat die vreemdeling om zijn nek had hangen. Nieuwsgierig open ik het medaillon en kijk in het gezicht van een vrouw. Meteen wordt ik gegrepen door haar ogen, als een soort herkenning.

Die ogen, die ken ik; die heb ik meer gezien. Het zijn die ogen en het gezicht van die vrouw die ik al eens al had beschreven en in een filmfragment uit 1934 heb gezien op Discovery-channel. En nu heb ik die vrouw, in een medaillon, in mijn handen. Wie ben jij? Waarom kan ik niet bij je komen? Vragen … vragen … vragen …

Totaal onverwacht opende ik een deur naar een andere dimensie.

Categorieën: Verhalen

12 reacties

Avatar

KawaSutra · 22 december 2007 op 13:09

Ik krijg het er koud van want je hebt het wel heel realistisch beschreven. Ik heb het gevoel dat je hier nog een keer op terug komt, ben benieuwd.

Avatar

vanlidt · 22 december 2007 op 13:51

Het lijkt wel een videoclip van a-Ha…..

Avatar

Grumpy-old · 22 december 2007 op 13:59

Het is een kunst om iemand volledig op t verkeerde been te zetten.

U bent een echte woordkunstenaar :wave: :wave:

Greetz
Grumpy

Avatar

pally · 22 december 2007 op 14:46

Spannend deze column, Prlwt, die deint op de golven van fictie en realiteit en ik als lezer dein mee. Maar behalve spanning roept hij ook ontroering op ,een knappe combinatie!

Fijne dagen :kus: Pally

Avatar

arta · 22 december 2007 op 16:08

Wat een verhaal!
Mooi onder woorden gebracht, Prlwyt!
🙂

Avatar

lagarto · 22 december 2007 op 19:22

Mooi geschreven en spanning opgebouwd. Vragen Ja inderdaad..wie weet ?
Groeten Lagarto

Avatar

KingArthur · 23 december 2007 op 10:10

Mooi verhaal, alsof ik in een aflevering van The twilight zone zit.

Een klein puntje deed me even struikelen: in je derde alinea sluit je af met:”…dan weer vraagt hij: Help mij”. Je formuleert het niet als een vraag. Opvallend.

Avatar

WritersBlocq · 23 december 2007 op 13:33

Potverpeetje, wat schrijf jij lekker! Ik lust er zo nog wel 1.
Biertje?

Avatar

Kees Schilder · 23 december 2007 op 15:57

Erg goed weer, Peet

Avatar

lisa-marie · 23 december 2007 op 16:44

Hartstikke goed. Het was spannend en ontroerend tegelijk.
Ik heb genoten en dat die vrouwelijke ogen je nog maar lang mogen inspireren.

Avatar

Li · 23 december 2007 op 19:25

Ik ben zo benieuwd waar dit allemaal toe leidt.Je schept hoge verwachtingen en gooit hoge ogen met deze serie.:wave:

Li

Avatar

weathergir · 28 december 2007 op 12:58

Kippenvel, P! En een gevoel dat inhangt tussen sidderen en huilen… Kom op met dat vervolg, ik klap uit elkaar als dat nog lang duurt 😉

Geef een antwoord