Terwijl alweer een andere Los Angeles zomer onmerkbaar geslopen is een herfst die zich nauwelijks als zodanig presenteert, en terwijl deze zomer-gelijkende herfst zich op haar beurt voorbereidt op de overgang in een andere, milde, subtropische winter, blijft het leven ons overkomen: niet slechts voor de bewoners van deze wereldstad, maar voor de ingezetenen van vrijwel elk gebied op de aardbol. Mensen sterven en anderen worden geboren; revolutionaire geneesmiddelen worden ontwikkeld voor lang-gevreesde aandoeningen, om slechts opgevolgd te worden door de uitbraak van weer andere ziekten die weer voor ettelijke jaren op revolutionaire doorbraken zullen moeten wachten voordat ze getest en toegepast kunnen worden op een mensheid, die intussen alweer een aantal zielen zal hebben verloren aan deze mysterieuze ziekte tegen die tijd. Het is misschien wel een der balans-mechanismen die Moeder Natuur ingebouwd heeft als uitstel voor de zelfvernietiging waar onze beschaving vol overtuiging en geestdrift op afstevent met haar belachelijk tegenstrijdige regels. Knap van Moeder Natuur, vindt u niet?

Het film kanaal waar mijn televisietoestel willekeurig op is afgestemd vertoont wederom een andere antieke film, waarschijnlijk daterend uit de veertiger jaren toen akteurs nog echt akteerden op het beeldscherm: de meesten van hen spraken op manieren en met stemmen die gedrenkt waren in onnatuurlijkheid. En ik vraag mezelf af terwijl ik met een half oor luister: Waarom blijven ze deze oude plaatjes vertonen? Is het omdat ze zo goed geacht werden? Of omdat ze nostalgie vertegenwoordigen voor een bepaalde categorie teevee-kijkers? Of is het opdat we ons trots kunnen voelen over de vooruitgang die we sindsdien hebben geboekt? Het is niet aan mij gelegen om dat te weten, natuurlijk. Ik ben uberhaupt geen grote televisiekijker. Ik kan in feite nauwelijks de ene akteur van de andere onderscheiden, wat fortuinlijke uitzonderingen hier en daar nagelaten.
Terwijl de zon nu in volle vaart zinkt in avondrood, begint mij een gevoel van nutteloosheid en hopeloosheid te bekruipen betreffende mijn doel in dit leven. Misschien herkent u dat gevoel? Hoe het ook zij: ik begin dus dit artikel te schrijven. En het gaat eigenlijk nergens over: net zoals ze de sitcom Seinfeld beschrijven: een show over niets speciaals. Dit is dus een schrijven over niets speciaals.

Buiten komt een ziekenwagen, of misschien een brandweertruck, met gierende remmen tot stilstand voor de poorten van een der twee bejaardentehuizen die gevestigd zijn in de dwarsstraat tegenover mijn apartement. Waarom rukken deze noodwagens toch altijd uit in deze richting? Sterven deze oudjes nou werkelijk zo frekwent, of sluiten ze zich in uiterste balorigheid, uit pure kwaadaardigheid, of uit absolute levensmoeheid soms gewoon op teneinde een lekkere opschudding te veroorzaken? Maken ze afspraken misschien? Zo van: morgen doet meneer Armstrong het, en overmorgen sluit mevrouw Glenn zich op, waarna het meneer Aldrin’s beurt is, en daarna zien we wel verder.

Maar alle grappen terzijde: heeft u zich ooit afgevraagd of u later ook zou willen wonen in een bejaardentehuis? Zo op de leeftijd wanneer uw kinderen het te riskant achten om u in uw eigen vertrouwde omgeving te laten, maar het te druk hebben om u bij zich in huis te nemen? Op zonnige dagen, wanneer de lucht helderblauw lijkt en de bergen klaar, vind ik het best een aardig idee, zo’n bejaardentehuis. Je kunt tenminste in zo’n ouden-van-dagen tehuis praten met mensen van je eigen leeftijd, en je voelt je dan misschien niet zo uit-de-tijd, omdat iedereen daar samen met jou uit-de-tijd is. Behalve misschien de verzorgers, de keuken- en de schoonmaakploeg. En natuurlijk die brandweerlieden, politie-agenten en eerste hulp werkers die dagelijks komen opdraven. Maar dan zijn er van die dagen ? die grijze ? waarin ik langs zo’n bejaardentehuis met 20 etages rijd en al die kleine Amerikaanse vlaggetjes zie wapperen op de balkonnetjes. En het ziet er zo stereotyp uit, en zo troosteloos: als een laatste station voor het graf. Vooral als je op de 18e verdieping komt te zitten en je bent niet meer zo mobiel als je was in de glorie-dagen van je jeugd. Ja, rijpen heet een gratie te zijn, maar het kan ook deprimeren. Ik denk dat het ligt aan hoe je het wilt bekijken, en vooral ook: hoe fortuinlijk, beweeglijk, en geestelijk alert je nog bent tegen de tijd dat het jouw beurt is.

Ach, ik heb nog wel wat jaartjes voor de boeg voordat het voor mij bejaardentehuis-tijd is, dus waarom zou ik me daar nu druk over maken? Er is bovendien een grote kans dat ik die leeftijd helemaal niet haal! Los Angeles zou bijvoorbeeld eindelijk kunnen afbreken van de rest van het Amerikaanse vasteland en de zee intuimelen zoals zovele helderzienden dat in de afgelopen eeuwen hebben voorspeld. Of ik zou een fatale hartaanval kunnen krijgen een dezer dagen. Maar ik realiseer me wel dat het leven ook voor mij voortgaat, met of zonder drama’s. De dagen kruipen niet meer voorbij, zelfs niet als ze hun toppunt van saaiheid hebben bereikt. Verdorie: elke avond als ik mijn rituelen uitvoer: de kat haar pil geven, de kattebak schoonscheppen, vers water en voedsel inschenken, denk ik bij mezelf: is het nu werkelijk alweer 24 uur geleden dat ik dit voor het laatst deed?

Dus veronderstel ik dat, naarmate we ouder worden, het leven voorbijglijdt in een constant toenemende vaart. Ik heb ergens gelezen dat, als je je ooit wilt drukmaken over de vaart waarin je dagen voorbij razen, je je moet inbeelden hoe het aanvoelt voor iemand die 80 of 90 jaar oud is: die heeft het grootste deel van zijn of haar leven achter zich liggen, en beziet elke dag als een minuscuul deeltje in een enorm geheel. Van een positieve kant bezien betekent dat dan dat we, theoretisch bekeken, op onze ouwe dag nimmer verveeld zouden moeten zijn, omdat onze vertraagde bewegingen en gedachten, gekombineerd met de hoeveelheid leven die we al achter de rug hebben, een garantie zou moeten zijn voor dagen die zo kort lijken als een minuut…

Conclusie: het leven is goed..en het wordt steeds beter…denk ik.

Categorieën: Maatschappij

1 reactie

Godspeed · 24 oktober 2003 op 14:57

[quote]de kat haar pil geven[/quote]
De kat aan de pil:-? 😕 😕
[quote]Van een positieve kant bezien betekent dat dan dat we, theoretisch bekeken, op onze ouwe dag nimmer verveeld zouden moeten zijn, omdat onze vertraagde bewegingen en gedachten, gekombineerd met de hoeveelheid leven die we al achter de rug hebben, een garantie zou moeten zijn voor dagen die zo kort lijken als een minuut… [/quote]
Ik denk dat deze zienswijze alleen geld als je dementerend bent. Maar of dan de dag zo snel voorbij gaat betwijfel ik, mijn ervaring is dat ze dan ongeveer een geheugen hebben van ca. 5 min. Daarna stellen ze de zelfde vraag weer.

Hoe drukker men bezig is met je werk en hobby’s hoe sneller de dag omgaat en de weken omgaan en daarmee ook de jaren. Geloof mij ik heb enkele jaren in voor mijn gevoel weken geleefd, opeens deden de kinderen de communie(8 jaar), terwijl de laatste opname op de videocamera de 2. verjaardag was.

Nu kies ik ervoor om veel bewuster te leven, en vooral met een stelregel. Vindt je het niet leuk, dan moet je het ook niet doen.

Een alom bekende vraag over de kwaliteit van leven op oudere leeftijd is dan ook: Als je later oud bent, heb je dan liever Alzheimer of Parkinson? 😕 ( het liefst natuurlijk geen van deze ziektes)

Doe mij maar Alzheimer, je kunt beter vergeten je pilsje te betalen dan dat je het elke keer omstoot.:pint:

Godspeed:pint:

aanvulling: [url=http://nu.nl/news.jsp?
n=223403&c=10]Liever dood dan dement[/url]
Jammer dat je dat niet meer weet als dement bent.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder