Toen ik de zilte lucht van de zee rook en jij naast me zat, waren we nog zo onsterfelijk.
Wat leek het paard groot waarop de agent gezeten was, die pardoes op de rand van onze duinpan had gestaan. Wat was je kwetsbaar nadat ons tweede kind uiteindelijk naar gene zijde ging.
Wat stond het zwart je goed toen we opa wegbrachten en ik mij schaamde voor de gedachte van dat moment.
Wat waren we gelukkig met het huis dat wij uiteindelijk betrokken.
Wat waren de beelden helder toen ons enigst kind tot advocaat werd beëdigd en ik in gedachte zijn navelstreng nog doorknipte.
Nu lig je naast me, het is zondagochtend.

En weet je wat zo ontzettend mooi meegenomen is?

Dat je geen ontiegelijk onophoudelijk op niks af kletsende trut bent geworden.
Dat we de deuren waarachter de ruïnes liggen, dichtgesmeten hebben, zonder ook maar één geitenwollensokken breier te hebben geraadpleegd.
Dat we onze beschadigingen gewoon hebben geaccepteerd.
Dat jij niet in een of andere sportschool bent omgetoverd tot Wehkamp scharminkel en dat ik nog steeds mezelf mag zijn.

Maar bovenal

Ik hou van je.
Ik hou je.

Of ik koffie zet?

Ja ik wil.

Categorieën: Vervolg verhalen

4 reacties

arta · 23 september 2008 op 09:01

Normaal houd ik niet zo van kwijlerige stukjes, maar deze heeft iets. Een heel leven in twintig zinnen…
Ja! Mooi!
🙂

Dees · 23 september 2008 op 09:10

Het grijpt me aan, de heftige ingrediënten zo losjes verwerkt in een ode aan. Pretentieloos en echt. Brok in de keel en kippenvel op de huid. Mooi.

lisa-marie · 23 september 2008 op 09:18

Het ontroert mij zo, een glimlach om mijn mond en en tranen in mijn ogen vooral door de laaste zes zinnen.

Ontzettend mooi. :wave:

pally · 23 september 2008 op 15:41

Een ode aan de liefde. Zonder opsmuk geschreven en daarom juist ontroerend. :wave:

groet van Pally

Geef een antwoord