Eerste puntje: Het is niet zó een goed idee een column te schrijven die aan de tijd gerelateerd is. Grootste nadeel, laat men die een paar weken liggen, zoals nu in dit geval als het dan al vol zomerweer is, dan is muisklikken richting vuilbak het enige dat men nog kan doen met enkele uren zweet en vechten tegen het klavier.
Er schuilt optimisme in de aanhef van deze column!

Tweede puntje: Er is al weken lang slecht weer. Mede daardoor is er pessimisme bij de mensen. Wil je dat je column gelezen wordt, zwijg dan over dat weer. Meer nog, zoek naar een thema dat aanzet tot lachen. Zwijg ook over voetbal. Alhoewel, bij de aanhef van dit schrijven op deze vroege zondagmorgen hebben de Nederlanders nog een waterkansje om door te gaan naar de tweede ronde.
Tijdsgebonden schrijven? Niets waard!!!

Dus, optimistisch schrijven is mijn doel en dat doe ik met twee waargebeurde verhalen. Eentje van een twintigtal jaren terug en eentje van vorige week. Terrasjesverhalen, echt gebeurd maar hier en daar een beetje aangedikt, dat wel.

Wij zaten, en nu gaan we dus wel naar de tijd toen ik nog met weelderige haardos en pezig afgetraind lichaam de wereld bestormde, op een terras. Gewoon, een pintje drinken en wat voor ons uitstaren, een beetje last van de warmte, ook dat nog, onder de parasol van een biermerk dat ik nu al vergeten ben.

Een vrouw kwam met lichte zelfverzekerde tred tussen de tafeltjes gelopen. Verkeerde aanhef van deze alinea. Een verschijning! Groot, slank, mooi kleurtje, haren kort en nat tegen de kop gekamd, gratie, dat overkwam ons, mannen daar aanwezig al dan niet trouw aan de wederhelft.
Haar minirokje, wit met donkerblauwe bolletjes, flaterend van onder een strak bloesje rond een stel benen waar geen eind aan kwam. De schoenen met hoge hakken gaven nog meer accent aan wat het is om als vrouw door de wereld te stappen. Iedereen keek, zij genoot, de wereld was in de ban van haar stoute blik. Met het gezag van een dictator bestelde ze iets aan de stuntelende garçon en nam plaats aan een tafeltje even verderop. Toen pas vond ze de tijd rijp om vanuit een torenhoge trots het gepeupel te overschouwen dat van achter camouflerende zonnebrillen in het geniep naar haar keek.
Zucht… Wat een vrouw, heeft Clouseau indertijd bij een dergelijk tafereel zijn inspiratie opgedaan voor “Daar gaat ze?” Zou kunnen.

Ik draag geen zonnebril.

Wat men verder zou verwachten is dat de vrouw zich in de typische vrouwenhouding, en daarmee bedoel ik “één been over het andere” zou zetten maar dat deed ze niet. Nee, nee, ze plaatste de schoenen met hoge hakken net voor het stoeltje en daar we het hier hebben over lange benen, en ze bovendien geen enkele moeite deed om de knieën tegen elkaar te knijpen, gaf dit direct voldoende inkijk in het meest verborgene geheim dat zoals te verwachten, luttele seconden later geen geheim meer was. Een wit broekje met donkerblauwe bolletjes zorgde voor de wettige zedigheid.

Een cocktail met zuigrietje kreeg een plaatsje naast het handtasje van een duur merk en het pakje Marlboro en de vergulde aansteker op haar tafeltje. Zonder echt naar iemand te kijken speurde ze de omgeving af alsof ze een prooi zocht. Plots boorden haar gitzwarte ogen zich in de mijne en was het aan mij om een dergelijk gebeuren met gepaste mannelijke zelfzekerheid te beantwoorden. Een kleine beweging zorgde er voor dat het broekje, in de zin van “kijk eens hier” als het ware voor mij alleen bestemd was. Toen ze dan ook nog, doelende op het rokje en het broekje “á sortie” liet liplezen was dit alsof er puntjes op de i geplaatst werden in een situatie die voor mij al lang onhoudbaar geworden was. Hoog tijd om eens van mijn biertje te drinken!

Tweede verhaal

Hier heb ik enige medewerking van de lezer nodig. Om direct in de goede sfeer te komen vermeld ik even het Unox meisje Luca Prins dat enkele jaren terug in zo wat elke Nederlandse krant gestaan heeft. Nochtans had ze enkel deelgenomen aan een frisse Nieuwjaarsduik in de Noordzee maar een gevoelige lens maakte toen wereldnieuws van een veel te kleine bikini.

Vorige week waren mijn vrouw en ik in de streek van Dessel en Postel wat aan het fietsen via de o zo gemakkelijke fietsknooppunten. Die brachten ons bij een, uitzonderlijke, overwegend blauwe lucht, reeds op Nederlands gebied tot een taverne die luisterde naar de naam “Tuinterras Kapellenhof.”
Leuk, fietsen aan de kant en eventjes in de moedige zon genieten van de terrassfeer in deze groen omgeving leek ons een goed idee.

Bijna gelijktijdig met nog een koppel van onze leeftijd namen we plaats aan een tafeltje met zicht over de tuin en de verder gelegen open polder. Een meisje, type studente die op de vrije dag nog wat bijklust kwam reeds met een half natte doek nog vlug even de beide tafels afstoffen om dan verder een kaart af te geven waarop geschreven stond wat er zo allemaal te verkrijgen was. Vriendelijk kwetterde ze in haar dialect over het mooie weer en stelde ze ons gerust dat we maar rustig onze keuze moesten maken. Even verder kon ze nog enkele glazen afruimen, weg was ze.

“Hier is ook nog een plekje!” riep ik stilletjes met een verlangend hees stemmetje, wijzend naar de tafel voor mij. Ik zocht steun voor mijn humor die deze zin inhield maar zag al direct aan mijn buurman dat hij me totaal niet begreep. Nochtans had de dienster met dezelfde intentie ook zijn tafeltje stofvrij gemaakt. Het openstaande bloesje en de voorovergebogen houding toonden voor ons mannenogen DE perfectie van moeders natuur. Haar heen en weer wrijvende armbeweging werd met tegenzin gevolgd door de joekeltjes, gevangen in een moedige bega. Zucht… Hij had dit blijkbaar niet bemerkt.

Mijn vrouw kent me en weet dat ik dergelijke taferelen wel opmerk. Mede daardoor verstond zij wel mijn humor en beaamde dat het inderdaad mooi gerief was.
Enkele minuten later bestelde mijn vrouw een Hoegaarden-Rosé en voor mij mocht het een gewone Hoegaarden zijn. “Een Hoegaarden zonder Rogé” zei mijn vrouw. Daarmee doelde ze dat Roger, de in Vlaanderen veel voorkomende mannennaam uitgesproken als Rosé er niet moest bij zijn. Ook deze humor werd niet begrepen.

Van mij mag het mooie weer eraan komen!


Meralixe

Er is een smaak, gewoon, een manier van het door het leven gaan, die zo verschillend is van mens tot mens, dat we mogen besluiten dat het eigen gelijk niet bestaat en dat respect voor de andere mening belangrijker is...

6 reacties

Yfs · 22 juni 2012 op 13:10

Sjonge Meralixe… ik heb nog niet veel van je gelezen, maar moet zeggen dat je nu toch wel erg verrassend uit dunne hoek komt!Er waren er voor zover ik dat als beginneling kan beoordelen wat lange zinnen bij waardoor ik verdwaalde en naar de weg moest vragen, maar ik heb het gretig gelezen en smakelijk gelachen om de ‘joekeltjes’. Van mij had er nog wel een derde en vierde verhaal bij mogen komen! :klappen: Slechte zomer… Goeie column!!

Sagita · 22 juni 2012 op 13:33

Met veel beeldende details beschrijf je het terras leven vanuit het mannenperspectief. Ik kijk met je mee en zie de taferelen zich voor mijn ogen afspelen.
Genoten van de wijze waarop je schrijft! Genoten ook van de minirok met bijpassende hotpants! Het schijnt weer in te zijn. Dus laat de zomer maar komen. Op naar het terras! :pint:

LouisP · 22 juni 2012 op 14:12

Tof om te lezen, zulke stukjes. De twee verschillende stukken geven ruimte, om er mee te doen wat je wil.

Beeldend M.

“Hier is ook nog een plekje!” riep ik stilletjes met een verlangend hees stemmetje, wijzend naar de tafel voor mij. Ik zocht steun voor mijn humor die deze zin inhield maar zag al direct aan mijn buurman dat hij me totaal niet begreep. Nochtans had de dienster met dezelfde intentie ook zijn tafeltje stofvrij gemaakt.

das gewoon goed..

Mien · 22 juni 2012 op 20:18

Not my cup of tea.
Beetje bejaardenhumor.
Maar allez, wel veel beter als de moppen van nonkel Tinus.
Dat dan weer wel.
Ik wacht liever nog efkes op de zomer.
Met of zonder zon.
En op een handjevol zomersproeten.

Mien

Nachtzuster · 22 juni 2012 op 23:46

Nu snap ik jouw commentaar in mijn column. Over de borstjes enzo. Het leest lekker makkelijk weg en is beeldend verteld. Leuk!

arta · 23 juni 2012 op 16:27

Ik ben het met Mien eens…

Meralixe… Drie alinea’s volschrijven om je verhaal in te luiden? Mij ben je dan al kwijt, hoor.

Geef een antwoord