Als ik klaar ben met dat kleine beetje boodschappen haast ik mij naar de kassa en ondanks de drukte is er maar één kassa open van de zes die er in de supermarkt staan. Lekker dan, iedereen met volle karretjes, ik met mijn vier produkten en voor mij staat een dame met een ontbijtkoek en een pak melk. Meer niet. Maar vóór haar staat een echtpaar die geheid het komende weekend alvast voor de Olympische Spelen aan het inslaan zijn. Een volle wagen opgehoopt met chips, pinda’s, blikjes en pakjes limonades, bier onderaan het wagentje, kortom afgeladen kar met boodschappen en paps legt in een tempo van een schildpad allles op de lopende band, die niet loopt want de cassiere wacht rustig totdat er genoeg is, of totdat het karretje leeg is. Moeder wacht geduldig af en met een genoeglijke blik legt zij de meeste producten van zichzelf netjes recht en op gewicht. De zware eerst en daarna de breekbare dingen. Ik draai mij om en zie de rij wachtenden en zuchtenden langer worden.

De rest van de kassa’s blijven gezellig gesloten. De chef vind het zeker nog niet nodig dat de rij achter mij steeds langer en ongeduldiger wordt. Ondertussen sta ik met mijn mandje met bijna niets, achter een vrouw met twee gevulde handen, een met twee boodschapjes en de andere gevuld met haar portemonnee en zéér ongeduldig aan het worden.

“Mag ik dit eerst even afrekenen?’’, vraagt de vrouw voor mij aan devrouw daar weer voor.
“Nou u ziet toch dat wij nog bezig zijn met onze spullen!”, klinkt het verontwaardigd en vrouw veelboodschapperij draait nijdig haar gezicht richting man die rustig verder gaat met uitpakken. Ik zie de stapel hoger komen en de cassiere pakt er een nagelvijltje bij om haar nagels maar even te doen, àch het scheelt weer in de pauze.

“Moet je zien wat u heeft, ik heb hier maar twee items, ben zo weg hier”, probeert dame voor mij nog.
“Nou sorry ieder op zijn beurt hoor, iedereen moet wachten, die dame achter u heeft toch ook niet veel die heeft ook het geduld om netjes op haar beurt te wachten!”. En daar maakt die muts me daar toch een fout. Ik sta mij te verbijten van nijd om zoveel egoïsme van die twee egotrippers die ons niet even voor wil laten gaan bij de kassa.

“Hé schiet eens op meneer”, hoor ik een brul uit de rij achter mij. Ik kijk op en zie ondertussen dat de mensen al bij de vrieskist achter staan met hun karretje vol met boodschappen. En de chef? Was er uberhaupt wel zo een figuur in het pand?

“Gaat het nog lang duren?” vraagt nu ook de cassiere die al om zich heen kijkt om een ander leeg wagentje alvast te vullen, want de band is nu boordevol.

Mijn geduld is altijd eindeloos en meestal laat ik zelf mensen voorgaan die weinig boodschappen hebben en ikzelf een volle bak. Alle tijd om te winkelen, moet je ook even tijd maken om mensen een drie minuten weg te geven om die even voor te laten gaan. Dat heb ik in ieder geval van mijn moeder geleerd. Maar je hebt er van die dropfiguren bij die alleen aan zichzelf denken. En twee van die trekdroppen stonden voor ons. Ik baal als een stekker en vraag mevrouw voor mij of ik er even langs mag. Zij glimlacht en kruipt over de boodschappen van de familie Drop heen om mijn lichaam niet in het sigarettenrek van kassa 2 te laten duiken. Ik loop langs de egotripper van een vrouw en schilpad man en leg mijn vier items bij de kassa en gelijk een briefje van 20 euro.

De cassiere kan niet anders doen dan afrekenen.
“Kijk mevrouw, zo doe je dat gewoon, als netjes vragen niet helpt, doe je gewoon net zo a-sociaal als deze twee duikeenden”, zeg ik nog tegen die vriendelijke dame terwijl ik mijn wisselgeld opberg.

Terwijl ik de winkel uitloop zie ik dat de vrouw mijn raad opvolg en zo snel als zij kan langs de vrouw en man schiet en haar twee items plus geld bij de cassiere deponeert en een overwinnelijke glimlach is haar deel. Het is haar gegund.

Ik loop de winkel uit en zie nog net dat er meer mensen de twee trekdroppen opzij duwen en hun boodschappen voor de cassïere neerleggen.
O jee, dat was niet echt mijn bedoeling.

Later las in in de avondkrant dat er een gevecht in een supermarkt bij de kassa was uitgebroken tussen klanten en dat er met allerlei boodschappen is gesmeten.

Ik zag de suiker, de rijst, de meel en de chocoladehagelslag, al die produkten waar je lekker mee kon knallen al over de klanten en over de winkelvloer gaan. De aanleiding was niet bekend stond er nog.

En ik? Ik had in ieder geval veilig mijn boodschappen in huis, maar wist dat ik de volgende keer toch maar een andere winkel op zou gaan zoeken. Voorlopig zagen ze mij daar niet meer.


klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

10 reacties

DACS1973 · 26 februari 2010 op 12:54

Het is waarschijnlijk niet het commentaar dat je wilt lezen, maar ik vind dit stuk veel te slordig geschreven. Verleden en tegenwoordige tijd door elkaar gebruikt, taalfouten, zinnen die niet lopen, slechte interpunctie… Een nauwgezettere controle van de tekst vóór plaatsing had ik als lezer zeer op prijs gesteld.

LouisP · 26 februari 2010 op 12:56

Klaproos,
wel aardig om te lezen….’k had op een iets pittiger einde gehoopt…

groet,

Louis

Ontwikkeling · 26 februari 2010 op 14:31

[quote]De rest van de kassa’s blijven gezellig gesloten[/quote].
Leuk gevonden! Want zo gaat het meestal..Ineens is het koffietijd en zijn er vier cassieres én een bijpassende chef verdwenen.

klapdoos · 26 februari 2010 op 15:25

Louis P misschien heb ik je teveel verwend met de verkeerde clou neer te pennen??? Dit was even een tussendoortje hoor, 😉
groetjes van leny 😉

Prlwytskovsky · 26 februari 2010 op 17:29

Is mij ook wel eens overkomen. Ik heb mijn drie artikelen, inclusief mandje, in het mandjesrek gezet en ben weggelopen met de mededeling: ik ga wel naar de concurent!
Zoals jij beschrjift gaat het maar al te vaak.

Ingrid · 26 februari 2010 op 18:09

Wanneer ik een kar afgeladen vol heb, wat regelmatig gebeurt met een groot gezin, laat ik iedereen voor met een mandje. Nadeel is wel dat er vaak heel veel mensen zijn met een mandje en ik daardoor zelf weer heel lang in de rij sta. Maar ach, wat kan het schelen, ik heb op dat moment geen haast en heb daarna vaak alle tijd om met de cassiere te kletsen die bij onze supermarkt al ruim 20 jaar achter de kassa zit en mijn kinderen heeft zien opgroeien. Iedereen blij. Neemt niet weg dat ik me ook suf erger aan die mutsen die alle tijd nemen wanneer ik dat niet heb. :hammer:

DreamOn · 26 februari 2010 op 19:17

Het verhaal begint veelbelovend, maar gaat als een nachtkaarsje uit…
Geloofwaardig en herkenbaar, dat wel, alleen het vijltje vind ik een beetje over de top.
En slordigheidsfoutjes… niet lullig bedoeld, maar dat zijn we van jou gewend! 😀

pally · 27 februari 2010 op 10:32

Leuk begin, Klapdoos, maar te breed uitgemeten, naar mijn smaak. Het geeft wel goed de verveling weer die je voelt als je staat te wachten. ja, dat dan weer wel… 😀

groet van Pally

Trukie · 1 maart 2010 op 22:47

Ik vind het een heerlijk smeuiig stukje. Wel wat taalkundige schoonheidsfoutjes. Maar juist het toepassen van spreektaal i.p.v. schrijftaal maakt deze situatie zo voelbaar. Het gebruik van tegenwoordige en verleden tijd vind ik heel logisch. De verleden tijd wordt toegepast als achteraf wordt teruggeblikt tijdens het lezen van de krant. Als journalusten kunnen overdrijven, mag de collumniste toch alvast een aanzet geven :eh:

klapdoos · 2 maart 2010 op 11:45

Trukie ik kon het echt niet beter verwoorden, dat is steeds wat ik bedoel in mijn schrijven, je kunt niet alles in het heden schrijven omdat een stukje verleden altijd langskomt in elk verhaal. Dank voor je reactie, ook de andere bedankt voor jullie reacties, zolang het opbouwende kritieken zijn kan ik er iets mee en doe ik dat ook. Groet van leny

Geef een antwoord