In de voetsporen van Columbus

Een groepje mensen verlaat hun picknickkleedjes en –mandjes en rent als in slowmotion naar me toe. Hun zorgen en aandacht geven mij nieuwe energie. Met zwaar gehavende knieën en ellebogen strompel ik overeind. Natrillend van de val, blijven mijn skeelers in het gras geboord, terwijl mijn handen voorzichtig steun zoeken bij een boom. De tocht is nog lang, maar ik zal de pijn overwinnen.

Steek een moslim in de fik!

Even met de moskee gebeld. “Goedenavond, Oplopers hier. Mag ik de heer Suhayb Salaam even van u? Ja, ik wacht even.” Het duurde geruime tijd, maar ik kreeg de baardaap in kwestie aan de telefoon. “Zeg, mag ik u een informatieve vraag stellen?” Dat mocht. “U hebt gezegd dat bijbels het beste verbrand kunnen worden, maar dat mogen wij niet als vijandig of beledigend opvatten?”

Ronaldinho, Najib Amhali en Adriaan van Toor

Gillende basisschool kinderen rennen om mij heen en ik word vanachter geduwd en vastgegrepen. Ik draai me om en zie dat het mijn tweedejaars kleuter is. “Wat is er schat?” “Niks, ik rende zo snel als een haas en kon niet meer stoppen.” Mijn zoon rent alweer weg, ik zie hem struikelen, weer opstaan, verder rennen, huppelen en weer vallen. Het lijkt meer op een kreupel konijntje.

Nachtmerrie

Mijn laatste nachtdienst. Nog 2u en ik lig in mijn bed. Iedereen slaapt of maakt zich klaar voor een nieuwe dag. Ik begin aan het rondje, alle patiënten langs om controles te doen. Bloedruk, pols en temperatuur. De vitale functies. Bij patiënt nummer 11 gaat het mis. Niet met de vitale functies, maar de zin. De zin in het leven is er niet meer.