Laat maar zitten

Het zal je maar gebeuren, zeg: je komt je buurvrouw Els tegen, ze straalt van geluk en als je vraagt waarom ze er zo stralend uitziet, dan zegt ze: ‘Karel is in verwachting’.
Karel, de man waarmee je gaat vissen, waarmee je de voetbalwedstrijden van Heerenveen bezoekt en die zijn mond vol heeft van ‘lekkere wijven’. Dan heb je toch de neiging om op ouderwetse wijze naar Franeker te bellen om daar een plaatsje in een dwangbuis te reserveren voor die buurvrouw.

“Alles is (o)vergankelijk!”

Stomverbaasd kijk ik mijn huisarts aan. “Wilt u dat nog een keer herhalen alstublieft?” De man die me net heeft verteld dat mijn leven bijna ten einde is kijkt me verbouwereerd aan en zegt “Aan uw oren mankeerde u bij het laatste onderzoek nog niets hoor mevrouw. U zult zich er bij neer moeten leggen, het bloedonderzoek laat geen twijfel bestaan over de uitslag.”

Doet u de mond maar wijd open – Deel 2 (slot)

‘We gaan eerst maar eens even meten hoever het tandvlees is opgekropen’, zegt ze wilskrachtig.
‘Meten mag, ik kan me nauwelijks voorstellen dat mijn tandvlees, omspoeld door alle lekkernijen die ik naar binnen werk, daar met een terugtrekkende beweging op zou reageren, dat doe ik zelf immers ook niet.

Leergierig

De nieuwe tijd komt eraan. Vreemd maar waar. Nu nog een maatschappij met individualisten, staan de meeste mensen niet meer voor elkaar open. Waar is het toch fout gegaan, niemand kan zonder een ander, want mensen kunnen niet zonder elkaar. Zelf al zijn er een hoop die zeggen van wel.