Laat maar zitten
Het zal je maar gebeuren, zeg: je komt je buurvrouw Els tegen, ze straalt van geluk en als je vraagt waarom ze er zo stralend uitziet, dan zegt ze: ‘Karel is in verwachting’.
Karel, de man waarmee je gaat vissen, waarmee je de voetbalwedstrijden van Heerenveen bezoekt en die zijn mond vol heeft van ‘lekkere wijven’. Dan heb je toch de neiging om op ouderwetse wijze naar Franeker te bellen om daar een plaatsje in een dwangbuis te reserveren voor die buurvrouw.
