Koppijn met Nawijn

Even met advocatenkantoor Nawijn, Nawijn, Nawijn en Nawijn gebeld: “Goedemorgen, Oplopers hier, Hilbrand in de buurt?” Ik werd even in de wacht gezet, en waar doorgaans dan een lullig muzakdeuntje klinkt, werd ik hier getrakteerd op de altijd vrolijke klanken van het Horst Wessel-lied. Altijd leuk, en goed passend bij de corporate identity van het kantoor. Na enige tijd kreeg ik de gemankeerde jurist aan de lijn. Hilbrand overlaadde mij met excuses, want eigenlijk was het zijn gewoonte niet om cliënten te laten wachten. Maar ja, dringend bezoek aan de logopedist, want de aanhoudende kritiek op zijn stem wilde maar niet verstommen.

Me Zuster!

‘Me zuster!’ Tja, dat klinkt een beetje als ‘Mijn tante op een bakfiets!’ Maar de combinatie tante en bakfiets is absoluut ondenkbaar, althans in mijn familie. Niet alleen stammen mijn tantes uit de tijd dat bakfietsen nog slechts met de bakkersknecht en de scharensliep werden geassocieerd, ook fysiek is de combinatie schier onmogelijk. De uitroep ‘Me zuster!’ is hier dus wel degelijk serieus bedoeld!

Van Gogh, Moslims en zelfcensuur

“De klanten bij de Dirk van den Broek zijn wel een stuk lelijker dan bij de Albert Heijn”, was een zinsnede uit een artikel dat een krantenjournalist had geschreven over het succes van de eerstgenoemde prijsafbraaksupermarkt. Ik kom behalve bij de Albert Heijn ook regelmatig bij de Dirk, dus ik voelde mij danig op mijn pik getrapt. Maar toen ik de eerstvolgende keer bij de prijsvechter in kwestie mijn boodschappen deed, keek ik eens kritisch om mij heen. En verdomd, die journalist had wél gelijk. De klanten hadden voor het merendeel iets armoedigs, de vakkenvulsukkels maakten een slome indruk en de kassaneuksters, eh, ik bedoel caissières, blonken uit door hun fletse, dommige uitstraling.

Bromsnor en de Black Bandana Crew

Even met de politie gebeld: “Goedemorgen, Oplopers hier. Hoofdcommissaris Meijboom in de buurt?” De telefoniste vroeg mij, wat ik van deze gezagsdrager wilde. Ik antwoordde haar dat ik een vertrouwelijke kwestie met hem wilde bespreken, waarop de vriendelijke jongedame in hysterisch gelach uitbarstte. Ze vroeg mij of ik wel besefte dat ik mij bij de politie op erg glad ijs begaf als ik een vertrouwelijke kwestie aan de orde wilde stellen. Goedgemutst antwoordde ik: “Jazeker, dat is nou precies de reden dat ik even bel. Ik weet dat alles wat ik tegen jullie zeg waarschijnlijk vandaag nog op straat ligt, zelfs als je met Meld Misdaad Anoniem belt. Ik houd daar goed rekening mee, dus mij kan niets gebeuren.” Prompt werd ik doorverbonden met de hoofdcommissaris.

“Nu stop ik écht!” (12)

Zenuwachtig loopt Pien voor de zoveelste keer naar het raam. Ze snap er niks van. De jongens hadden al lang thuis moeten zijn. Meestal zijn ze er al als zij uit haar werk komt. Het eten staat te verpieteren, en als ze voor de zoveelste keer de jongens op hun mobieltje probeert te bereiken krijgt ze alleen maar hun voicemail. Die heeft ze inmiddels al een paar keer ingesproken. Het is toch woensdag? Ja, het is woensdag, ze vergist zich echt niet. Uiteindelijk besluit ze met veel tegenzin toch maar Rob op te bellen. De laatste tijd verloopt het contact tussen haar en haar ex-man stroever dan ooit, maar ze ziet geen andere mogelijkheid.