Doe Maar één Rosso voor mij
Het veld ligt buiten te genieten van de regendruppels die gestaag uit de hemel komen vallen. Binnen is het rood en roze.
Het veld ligt buiten te genieten van de regendruppels die gestaag uit de hemel komen vallen. Binnen is het rood en roze.
Ik zal deze column eindigen met een liedje van Raymond Van Het Groenewoud met als tittel, hoe kan het anders, ’gelukkig zijn.’ Voor alle duidelijkheid, ik hoor het hem niet zó graag zingen. Ik gebruik het enkel om mijn visie, mijn filosofie, mijn reis rond dat grote woord ‘geluk’ af te sluiten.
Sinds mensenheugenis is het erotische samenspel tussen 2 geliefden, verweven met het algehele overlevingsinstinct afkomstig van de oermens. De noodzaak om gevoed te worden, en daardoor te overleven, gekoppeld aan de daarvoor noodzakelijke jacht, is heden ten dagen verdrongen door de consumptie maatschappij.
De drang om te jagen en veroveren heeft zich daarom verplaatst naar het ingewikkelde spel tussen personen genaamd: de liefde.
Nu de spreekwoordelijke loodjes als lijm aan mijn lichaam kleven, vertraag ik mijn pas onvrijwillig en merk ik dat het moeilijker wordt om vooruit te kijken. Mijn toekomst ligt daar nog steeds, maar soms twijfel ik of mijn keuzes de juiste zijn geweest en kijk ik terug op de lange weg die dat heeft opgeleverd. Ik weet dat ik de juiste beslissing heb genomen mijn toekomst zeker te stellen door de aanval te kiezen, maar vraag me weleens af of ik de lat voor mezelf niet te hoog heb gelegd.
Ik hoor je zuchten en kreunen, met de precisie van een Zwitserse klok. Je klanken zwepen mijn lichaam op tot een ritme, waar de centrifugeerstand van een wasmachine een puntje aan kan zuigen. Hard en ritmische en daarna weer loom en onsamenhangend zweep je mij op tot meer.