Het Grote Kerstlied

Ik heb geen last van najaarsdepressies. Ik ben geen man van winterdipjes, aan die trends doe ik niet mee. Ik heb het te druk voor burn-outs en bij the Night of the Proms kan ik alleen maar huilen vanwege het trieste aanbod van muziek. Maar gelukkig heb ik wel gevoel. En zo gebeurt het elk jaar opnieuw dat ik geconfronteerd wordt met een puur gevoel van melancholiek. Tijdens een kerstnummer nog wel.

Hij en Zij

Hij heeft twee ringen in zijn linkeroor. Drie in zijn rechter. Zij zes in elk. Eentje in haar tong ook ,zie ik later, als ze gaapt..
Ik zit nog steeds in de trein, ergens bij Brussel, in ieder geval in België want het publiek is vriendelijker. Gemoedelijker, beschaafder.
Behalve hij en zij. En ik natuurlijk. Wij komen uit Nederland.

Parasiet

Het begon allemaal heel onschuldig een trekje van een jointje hier een half pilletje daar. Maar al snel werden het hele dagen van blowen, slikken en basen. Dat laatste is het roken van cocaïne, het beste is dat te vergelijken voor de leken onder ons met Crack uit de films. Je krijgt er een korte maar zeer heftige rush van. Deze duurt zo kort dat je meer wilt en meer dope kost geld bakken met geld. Nu is het niet erg dat je je eigen leven vergooit door drugsgebruik want dat is je eigen domme keuze, maar als je daarmee ook het leven van je ouders hebt verkankerd, ben je in mijn ogen lager dan de stront van Osama.

Gegroet broeders en zusters

Ik mompel nog half slapend ‘shona shim’ tegen mijn gastmoeder die mijn zusje probeert te overhalen toch haar rijst op te eten. 45 minuten later sta ik fris gewasen in de straten van zuid-korea, een klein meisje wijst ‘onji kabang'(grote zus, je tas). ik bedank haar en rits mijn rugzak dicht.