Wie is de baas?

Als klein kind verlangde ik al, net zoals andere kleine meisjes graag een pony wilden, naar een hond en het liefst een puppy. Maar mijn ouders waren anti huisdier, althans, zo leek het, want hoe ik ook zeurde en huilde; ik kreeg het niet voor elkaar om een beestje te krijgen. Zelfs een goudvis was al teveel gevraagd. Ik bedoel, een goudvis!; geen smerige haren, weinig voedsel nodig en het maakt zelfs niet het minste geluid.

Neon billen en een instrumentale miniplaybackshow

Zondagmiddag, het is niet te geloven maar ik zit weer in Mestrééch. Door de politie aangehouden en aan de kant gezet, ik mag niet meer verder rijden. Met mij op dezelfde verlaten weg staan ongeveer 10 andere automobilisten vertwijfeld om zich heen te kijken zich afvragend waarom we hier staan. (Althans, dat denk ik) Ik loop naar voren en spreek een meneer aan om te vragen of hij weet waarom we hier staan. De seconde dat hij zijn mond opendoet heb ik al spijt van mijn vraag. ‘Jèh kéénd, ut is de rônde váán áááámstel, wits dich dat néét?’

Osewissewose

“Maar eens dan komt de dag, dan luiden ze de klok.
Dan draag jij witte bloemen, en linten aan je rok“.

Sylvie Meis, de Malle Babbe onder de spelersvrouwen, slaat terug, en hoe. Sylvie droeg een prachtige crèmekleurige, strapless jurk met lange sleep.

Ziek

Ik heb het koud. Spieren voelen alsof er kilo’s lood aan hangen. Mijn maag tolt rondjes en ik weet van voren niet dat ik van achteren nog leef. En dan mijn hoofd. Die voelt aan alsof er een smederij met twintig man personeel aan het rampstampen is. Dit is griep, dat kan niet anders.

Vierkant

Het zweet negerend dat zich traag vanuit mijn oksels naar beneden begeeft, staar ik uit het raampje van de voortdenderende trein.Even overweeg ik aan de andere kant van het gangpad te gaan zitten.Daar dringt de zon zich niet op door het raampje. Toch maar niet. Teveel werk en over een kwartiertje moet ik er toch uit.