Loterij

Ooit in een zwak moment heb ik me een postcodeloterijlot aan laten smeren. Dat was in de tijd dat er een mevrouw tegen de loterij procedeerde omdat zij de honderdduizenden euro’s was misgelopen die haar buren wél gekregen hadden, omdat die loten hadden gekocht en de mevrouw niet. Zij vond dat zoiets als psychische mishandeling. Ze kon haar buren, die in een keer boven Jan waren, niet meer onder ogen komen en eiste compensatie. Juist in die dagen viel er een enorme envelop in onze brievenbus met daarop:

Ziekte in Fabeltjesland

Ik moest lachen. Onbedaarlijk hard lachen. Naar mijn idee had de NOS in samenwerking met een dierenkliniek uit Utrecht een erg sterke 1-aprilgrap uitgehaald. Net na een item over de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen, maar vóór het laatste nieuws over de aanslagen in Moskou bracht het Journaal een opmerkelijke reportage. De camera toonde een sullig stel met een hond in een wachtkamer. Waar je zou verwachten dat het item zou gaan over het wel en wee van psychiaters in Nederland, bleek juist de hond het onderwerp.

Aanmoederen

Ik weet niet hoe hij het voor elkaar krijgt, maar als zoon buiten speelt en ik achter de laptop kruip, gebeurt het. In de korte tijd welke mijn laptop gebruikt om op het Internet in te loggen, zendt ze aardstralen uit waarmee ze ook een onzichtbare verbinding lijkt op te roepen met mijn zoon. Digitaal verkeerd verbonden.

Mijn naam is Haas!

Het opperhoofd van de Roomse schijnheiligen maakte op Goede Vrijdag geen woord vuil aan de Roomse vuiligheid die nu aan de oppervlakte verschijnt. Hij liet zich voorafgaand aan de heilige mis zelfs schaamteloos bejubelen door een kardanaal met een bruin armpje die graag een wit voetje wilde halen. Ik zou dus liever spreken van een heilige misser. Terwijl de ene na de andere drol komt bovendrijven verandert Vaticaanstad in een stinkend riool waar het krioelt van de ratten. Niet zo verwonderlijk als je weet over welk opperhoofd ik het heb. It’s all in a name.

Boekje2

Ik mag mijn boekje in de grootste boekhandel van de stad neerleggen. Om te verkopen.
Tot mijn verrassing reageert de baliemedewerker welwillend en gematigd enthousiast als ik naar die mogelijkheid informeer.
Ik moet er namelijk wat mee, met dat boekje. Het is een selectie van 60 van de leukste stukjes die ik de afgelopen anderhalf jaar geschreven heb.
Iedereen die het leest is laaiend, zelfs een vrouw die als gevolg van een gecompliceerde bevalling met concentratiestoornissen kampt, leest het in een adem uit.