Ik weet niet hoe hij het voor elkaar krijgt, maar als zoon buiten speelt en ik achter de laptop kruip, gebeurt het. In de korte tijd welke mijn laptop gebruikt om op het Internet in te loggen, zendt ze aardstralen uit waarmee ze ook een onzichtbare verbinding lijkt op te roepen met mijn zoon. Digitaal verkeerd verbonden. Daarnet heb ik–nadat ik de boodschappen heb aangevuld met een lijst vergéten boodschappen, een was heb gedraaid èn opgehangen- mij achter Lep geïnstalleerd en er borrelt direct al een stukje proza in mij op. Uit ervaring weet ik dat het schrijfsel dan direct opgeschreven moet want anders komt er weer iets tussen. Als ik ervoor ga zitten krijg ik namelijk nooit een goede inval. Midden in een grammaticaal briljante zin stormt zoon binnen.
“Mamaaaah, vriendje wil niet meer waveboarden en ik wel, wat kunnen we nu nog meer doen?”

Van binnen, heel diep, heel stil, denk ik allerlei narigheden maar die slik ik in. Mijn briljante schriftelijke zin moet even wachten, mijn belangrijkste baan als moeder gaat voor. “He lieverd, wat jammer nou, misschien kunnen jullie samen nog even naar zolder”, opper ik.
“Daar liggen nog resten legotrein, soldatenkasteel, racebaan en restjes Knex te wachten.” Ik besluit ze lekker te maken onder het mom dat ze niet op hoeven te ruimen: “weet je wat: we doen eens gek, gaan jullie lekker uit je dak daarboven; bouw je suf en laat alles maar liggen, zien we morgen wel weer”.

Niets daarvan, Lego is zwaar uit en naar het schijnt Knexxen ze sinds groep 5 van de basisschool niet meer. Zoon gaat uit zijn dak maar natuurlijk niet op zolder. Als jongeman van bijna elf moet je ook geen idee van je moeder uitvoeren, zelf bedenken is altijd beter. Ik besluit me voorlopig Oost-Indisch doof te houden en ik probeer stug door te tikken. Dat van die doofheid doen de mannen namelijk ook regelmatig wanneer ik iets vraag of vertel.

Net als ik mijn proza lekker loopt en ik opschiet, komt meneer Ontwikkeling briesend binnen. Vanmiddag heeft hij lief en enthousiast fietsspullen voor mijn oude tweewieler gekocht om te repareren, maar mijn Peugeot, rijkelijk versierd met namaak voorjaarsblommen, blijkt toch niet standaard te zijn, als gedacht. Balen, vervelend, niks van het gekochte spul past en nu moet hij op een draf alles terugbrengen. En dat om 16.40 uur, met een winkelsluitingstijd van 17.00 uur en een rijtijd van zeg een kwartier. Want wij mogen immers slechts 30 km per uur in onze wijk.
Ik voel me schuldig en baal flink mee.

Lief verdwijnselt in mijn knalblauwe Paolo Cinquecento richting winkel en de rust keert even terug want niet veel later zie ik het hoofd van zoon enthousiast op en neer wippen voor het raam. Wat nu weer. Deze keer beweegt hij zich op de Pogostick, een hobbelstok voor springveren in de dop. Eindelijk kan hij meer dan 20 keer op en neer hippen met dat ding. Trots supporter ik hem vanachter glas met “goed man” waarop hij het volgende moment keurig van zijn stokje gaat en op zijn achterwerk terecht komt.
“Leuk hoor” zegt hij. “Jij ook altijd met dat aanmoedigen”.

Tussendoor vorder ik voor geen meter verder want weer wat minuten later wordt er weer op het raam geklopt, maar ditmaal op het raam aan de voorzijde van het huis. Er wordt gebonkt mag ik wel zeggen. Enthousiast blaffen onze dames van Tuttenhove eventuele indringers tegemoet, maar de indringer blijkt zoon en zijn vriendje te zijn, die liefdevol op het raam kloppen. Ze gaan met het waveboard door de steeg en op de stoep. En ja mamaaah! Ze zullen voorzichtig zijn en nee mamaaah! De motor van papa in de steeg zal heus niet omvallen.

In stilte hoop ik er het beste van, in gedachten check ik mijn verzekering. Aanmoederen is vandaag het woord van de dag geworden. Ik sluit de Lep af, morgen ga ik verder. Het nieuwe woord voor morgen is ongetwijfeld aanmodderen.


Odette

Overtuigd twijfelaar. Boetseert woordjes tot sprekende beelden.

6 reacties

Dees · 6 april 2010 op 19:14

Ik lees misschien impliciet wat irritatie, of was je toch gewoon sereen en opofferend bereid om alle gezinsleden en viervoeters van Tuttenhove voor je eigen behoefte van die dag te laten gaan? Het is me niet helemaal duidelijk en (daardoor?) een wat wonderlijk stukje. Ofzo.

Ontwikkeling · 6 april 2010 op 19:49

Dees, dit was achteraf gezien zo’n stukje waarvan de Lama’s zouden zeggen: beter niet.
Ofwel berouw… komt na de zonde.

Had redactie gisterochtend al een mail gestuurd met wat aanpassingen. Ik had er achteraf na in sturen toch niet zo’n goed gevoel bij. De redacht heeft de mail iets te laat gezien, maar desondanks de tekst nog aangepast, zodat het -vond ik- iets aardiger werd.

Dees · 7 april 2010 op 08:22

Nou, zo erg was het ook weer niet. Ben best jaloers op je creatieflow trouwens 😉

Ontwikkeling · 7 april 2010 op 08:34

Dees, wat bedoel je met creatieflow? (ken ‘t woord niet… :oeps: )

Dees · 7 april 2010 op 10:02

Gewoon dat je zo enthousiast en veel aan het schrijven (creëren) bent, alsof er geen einde is aan je schrijversinspiratie 😉

Ontwikkeling · 7 april 2010 op 11:32

Aha, in dat geval… is de creatieflow te danken aan mijn hoofd, dat vol zwerfvuil zit…. 😀

Geef een antwoord