De dood in cadeauverpakking (wasstraat deel 9)

‘Lieveling,’ fluistert ze in mijn oor. Haar tong strijkt langs mijn oorlel en onwillekeurig ril ik van verrukking. Dit gaat fout. Ik staar naar de gesloten deur achter haar. Ik moet haar kwijt. Mijn verstand gilt dat ik haar hardhandig het hotel uit moet gooien. Ze strijkt door mijn haar en ik staar in haar wijd geopende pupillen. Ze zoent me. Haar tong dwingt mijn lippen uit elkaar. Het begint bij mij te kriebelen, mijn bloed begint te koken en dat kleine stemmetje in mij dat roept dat ik moet vluchten, rennen voor mijn leven, wordt alsmaar kleiner en kleiner en zachter. Onze tongen vinden elkaar en beginnen een wilde balts. Ik laat alle remmen los, streel met beide handen de rondingen van haar billen en we verliezen ons in wilde passie.

S U P E R H E T E R O!

Mijn vriend Bert heeft een probleem, niet met zijn eigen dekdel of zo maar met zijn buurman. Zijn buurman is volgens hem, een ranzige aambeienschoffelaar, anusbuisvergruizer en reetridder, in normale taal zouden wij zo iemand een homoseksueel noemen.

En de kat…hij bleef

Net een scheiding achter de rug; bedrijf naar de klote. Op zich al genoeg ellende om een boek over te schrijven. En dan staat daar mijn dochtertje met een vriendinnetje. Omdat het wel erg zielig is, zo alleen in een groot huis. En ze heben daarover nagedacht en besloten dat een kat wel aardig gezelschap is dan. Uit het meegenomen mandje begrijp ik dat ze ook maar vast tot de aanschaf zijn overgegaan.