Tringgggggggggggg …., da’s de deurbel dus ik open de deur: mogen wij een paar minuten van uw tijd vragen om ……, NEE!!!!! Ik heb geen tijd, ik kom net me nest uit en dan mot ik eerst koffie waarna ik pas aanspreekbaar ben, dus NU EVEN NIET! Twee weken later: tringgggggggggggg …., ik open de deur en: mogen wij een paar minu…… NEE!!!!!Ik heb geen tijd want ik stond net onder de douche en nu sta ik een kou ‘tje te vatten want het tocht.

Hoe relatief is tijd eigenlijk, vraag ik mij af. Terwijl ik dit denk lig ik op de bank en staar naar de hemel; ik laat mijn gedachten hierbij de vrije loop. Het schouwspel van de wind die de wolken voortdrijft en deze snel in andere vormen doet veranderen, zorgt ervoor dat ik langzaam in slaap val.

Er staat iemand tegen mij te praten, wat hij zegt hoor ik in eerste instantie niet. Dan dringt langzaam tot mij door wat er gezegd wordt: er volgt een dialoog over tijd. Het komt op mij over als hoe ik met mijn tijd om ga; dat ik nergens tijd voor heb of voor mijn part ergens hoe dan ook tijd voor vrijmaak. Haast, haast, haast altijd maar die haast en geen tijd hebben; geen tijd hebben voor niets. Maar beste man, zei de stem, u leeft nu in de tijd dus u hebt nu alle tijd die u zich maar wensen kunt. Niet begrijpend keek ik hem aan. U voert vele nietszeggende argumenten aan om te vluchten in uw denkwereld, zei de stem. Behalve dat tijd relatief is wat kunt u mij nog meer vertellen over tijd? Nou uuhhhhh …. hm … mompel, verder kwam ik niet. En dat bedoel ik nu: u bent verblindt door uw eigen visie, vakblind bent u. Het wordt tijd dat u uw tijd opnieuw leert waarderen.

Een enorme grote knal maakte mij wakker. Ik was van de bank gelazerd en lag beteuterd omhoog te kijken hoe ik als niemendal hulpeloos hier op de grond lag. Inmiddels waren er donderwolken zichtbaar en de regen viel met bakken uit de hemel. Een hemel die ik zojuist nog de hemel in prees.

Mijn grijze cellen begonnen te evalueren en bevonden dat ik inderdaad in de tijd leef en de tijd heb; zelfs meer tijd dan ik mij wensen kan. Immers: hoeveel seconden leef ik al, hoeveel minuten, hoeveel uren, hoeveel jaren? Zou ik dan binnen dit gebeuren niet een paar minuutjes kunnen vrijmaken voor een ander, voor een medemens? Nu heb ik de kans, ik ‘heb’ nu de tijd. Als ik straks de pijp uit ben, dan pas heb ik geen tijd meer; dan ben ik eeuwig.

Het wordt tijd dat ik ga leven ondanks dat ik al 58 jaar leef.

Categorieën: Verhalen

8 reacties

Mosje · 31 augustus 2006 op 19:22

Prezwalsky, degene die aan jouw deur belt is een bleke geloofsverkoper in een fout pak en met een bruine aktentas. Die wacht wel even tot jij wakker bent.

DreamOn · 31 augustus 2006 op 20:20

Sorry, ik heb geen tijd om op deze column te reageren! 😀

Eddy Kielema · 31 augustus 2006 op 20:38

[quote]Het wordt tijd dat ik ga leven ondanks dat ik al 58 jaar leef.[/quote]

Wat zie je er dan nog goed uit, man! Of is die foto al 10 jaar oud? 😉

WritersBlocq · 31 augustus 2006 op 22:46

In het NU leven, ja, dat is de kunst. Mooi verhaal Peter.

Li · 31 augustus 2006 op 22:50

Jij wordt vast een goede klant van call centers, Jehovagetuigen en huis-aan- huisverkopers.:-D
Dat levert smeuiige columns op, vermoed ik.

Li

KawaSutra · 1 september 2006 op 02:42

Prachtig verhaal Peter, gewoon doorsturen naar de buurvrouw, die heeft tijd zat, en dan heb jij ook weer tijd!

Ma3anne · 1 september 2006 op 16:56

Kijk, daar is ie weer, de Pierlewiets die ik echt graag lees. Achter de branie gaat een filosoof schuil. 😉

Kees Schilder · 1 september 2006 op 17:23

Klasse weer Peet

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder