De maan was helder en zo groot dat hij bijna tastbaar leek. Leunend tegen het huis van illusie in mijn zwarte, met kant afgewerkte mantel keek ik geamuseerd toe hoe de nachtvlinders in al hun trotse kleuren voorbij paradeerden. Binnen in het huis was het warm, heet zelfs, en zijn dreunende muziek lonkte zonder blikken of blozen naar meer gasten om zich aan op te hitsen. Het was vrijdag. De dag van verwachting. De dag waarop genot eindelijk zonder te kloppen deuren kon openen, en iedereen die daarvoor in was zich tegoed liet doen aan zijn zoete smaak en zijn bronstige lijf. Er hing een nerveuze vrolijkheid in de lucht, een vreemd soort enthousiasme dat ook mij aanzwengelde om haast te maken, te zien, te ervaren en om vooral niets van het feest dat zich binnen voltrok te missen.

Ik scherpte mijn tanden en groette de portier. Een korte, amicale beet in zijn nek overtuigde hem net genoeg om me binnen te laten en vooral geen vragen te stellen. De danszaal had een lichtroze kleur. Nu en dan schoof er een half ontklede adonis voorbij. De taal hier bestond uit weinig spraak, maar des te meer gebaren. Gebaren die vertelden over seks zonder gene, en genot zonder scrupules.

De gasten hulden zich in tegenstrijdigheden. Of ze leunden nonchalant achterover, het hoofd in de nek en een blik in de verte, of ze dansten als wildemannen, woest en gedreven door iets wat enkel als lust verklaard kon worden. Ook ik was in de stemming voor meer en het duurde niet lang voordat ik me ontdaan had van mijn cape en me in de menigte op de dansvloer begaf. Al snel rolden er tongen, de schijnbare afstandelijkheid doofde en soms voelde het bijna alsof een ieder van ons een paar centimeter boven de dansvloer zweefde.

Twee mannen besloten zich aan mij te vergrijpen en met de echo van de nacht in mijn hoofd, vergreep ik me aan hen. Nu en dan joegen de spotlichten schaduwen over onze lichamen, en de muziek schreeuwde een luidkeels “vrijheid”. Gewillig gaf ik aan haar oproep toe, en beantwoordde haar door al dansend zoveel mogelijk zweet en speeksel met dat van mijn tijdelijke aanbidders uit te wisselen. Het fletse licht deed onze gezichten lijken op bleke doodsmaskers, en ik bedacht me dat als de dood net zo wonderbaarlijk zou zijn als dit bijna onwerkelijke deel van het leven, ik ook hem maar al te graag zou verorberen.

In de verte zag ik de balustrade waarop de ‘loungers’ onze voorstelling hadden aanschouwd. Stuk voor stuk staarden ze nu naar de ingang van het huis der illusie, waar zich het silhouet van een klok aftekende tegen de hemel, die kleurloos was door de al opkomende zon.

En daar, temidden van de ingang stond Troy. Triomfantelijk staarde hij me aan, met in zijn ene hand zijn zwarte gleufhoed en in zijn andere hand zijn vertrouwde filtersigaret. Hij wenkte, op die subtiele en tegelijkertijd dringende manier waarop alleen hij dat kan. Met een vluchtige beweging wees hij vervolgens naar de klok, en het was op dat moment dat alles vervaagde en alleen ik nog bestond.

Ik, een eenling die alleen nog hem kon vertegenwoordigen.

[i]“ Ik ben lang weggeweest, maar het is weer tijd voor ons om te schrijven” hoorde ik hem zeggen.[/i]

Categorieën: Fictie

4 reacties

Avatar

DriekOplopers · 12 juli 2007 op 22:24

Heel benieuwd naar wat komen gaat…

Avatar

arta · 13 juli 2007 op 10:39

Ik heb eerst even [url=http://examedia.nl/columnx/modules/news/article.php?storyid=4758][b] Troy’s terugkeer [/b][/url] gelezen, die absoluut erg mooi was, net als deze.
Heel mooi de spanning opgebouwd naar de letterlijke terugkeer van Troy:
[quote]En daar, temidden van de ingang stond Troy. Triomfantelijk staarde hij me aan, met in zijn ene hand zijn zwarte gleufhoed en in zijn andere hand zijn vertrouwde filtersigaret.[/quote]

Avatar

bert · 21 juli 2007 op 00:13

Zojuist bij het lezen van prei dacht ik al dat jouw volgende schrijfsel duivels zou worden. En dat is die !!!!!!
Op naar Deel drie en ook nog even terug naar Deel één.

Avatar

Troy · 3 augustus 2007 op 13:22

Hey Bert,

Nog vriendelijk bedankt voor je reacties op mijn schrijfsels. Ik zag ze net pas. Hoe gaat het met je en schrijf je zelf ook nog wel eens wat? Ben benieuwd.

Groetjes,

Troy

Geef een antwoord