In een klein lintdorpje onderin Twenterand hebben de bewoners het naar hun zin. Respectabele bejaarden paffen hun pijpje, vrienden proosten hun pilsje en kinderen worden gevoed met vele normen en waarden op het paplepeltje. Het hele dorp gaat zachtmoedig met elkaar om. Het hele dorp? Nou, de dorpsgekken maken zich wat zorgen om de verhoogde agressiviteit van jongeren. Vroeger was dat toch heel anders in dit knusse dorp Vjenne. Tijdens een rustige zondagswandeling door het dorp zijn er vele bezienswaardigheden. De Leemansmolen aan de Hammerweg, de Peddemorsboerderij aan het Westeinde, het historische kachelmuseum en natuurlijk de dorpsgekken. Op de een of andere manier heten ze allemaal Jan. Zo is er Poet’n Jan, die met zijn pet, pijp en baard, rustig door het dorp beweegt met paard en wagen. Manke Jan heeft acht tellen nodig om ‘hoi’ uit te spreken, wat hij tot het vermaak van de kinderen begint met een hele lage stem en steeds hoger eindigt. Jan op de fiets tref je het meest in de buurt van het hertenkamp. Hij heeft een vaste complimenteuze begroeting. “Hoe ist d’r met? Wat heb je oen haar mooi zitt’n. Bin je bi-j de kapper geweest?” Alleen tijdens het WK voetbal wijzigt zijn begroeting naar “Hoe ist d’r met? Heb je nog voetbal keek’n?” Tot zover de bezienswaardigheden, want wij gaan snel naar onze hoofdrolspeler: Skele Jan.

Skele Jan is een schattige veertiger met een afwijking naar links. Als hij in een woestijn zou lopen, zou hij binnen tien minuten weer op dezelfde plek uitkomen. Hij stemt links, hij draagt ‘m links, zijn IQ ligt links van de intelligentielijn, zelfs zijn ogen staan niet recht. Vroeger werd hij gepest door zijn klasgenoten, maar dat hield vanaf zijn twintigste op. Toen kwamen de kinderen die hem achterna liepen en hem ‘Skele’ noemden. “Loat maar goan” dacht hij dan en het kwam goed, want schelden doet geen pijn, zei zijn moeder elke dag. Maar tegenwoordig heeft hij last van een nieuwe groep pestkoppen. De verveelpubers.

“Vervelende pubers”, denkt Skele Jan elke keer als hij ze vanuit zijn linkerooghoek aan ziet komen. Terwijl hij zo recht mogelijk over straat probeert te lopen, komen hun scanderende stemmen steeds dichterbij. “Skele Jan, Skele Jan, de man die rechts niet goed zien kan!” Jan maakt zich kleiner en versnelt zijn pas. Hij probeert niet te veel naar het midden van de straat te lopen, maar de paniek maakt zich van hem meester. Dan voelt hij een dreun in zijn rug. Een stekende pijn maakt plaats in zijn wervelkolom, waar net nog een fietsstuur zat. “Geet ’t wah, keerl?” Een veertienjarige jongen kijkt hem aan. Jan schudt zijn hoofd. Dan wordt hij overeind gesleurd door drie jongens.

Samen wankelen ze naar een bouwvallig schuurtje. De jongens manoeuvreren hem rechts in een hoek. Skele Jan wordt met een klap op zijn krullen gemaand om te gaan zitten. Hij zakt moedeloos ineen. Hij vraagt zich af of deze groep jongens trendgevoelig zijn. Jan kent namelijk al vele trends binnen de sector zinloos geweld. Vroeger waren het scheldpartijen en schuttingtaal, maar zijn belagers zijn inventief. Jan heeft geschitterd in vele Youtubefilmpjes over happy slapping en ander willekeurig geweld, wat in zijn geval waarschijnlijk wat minder willekeurig was. Seksueel geweld binnen verpleeghuizen is hem ook niet vreemd, maar hij vraagt zich wel af wat hem nu zal overkomen.

De veertienjarige jongen grijpt hem bij zijn keel. Skele Jan probeert hem niet aan te kijken, maar zijn hoofd is zo ver naar rechts gedraaid dat hij hem onwillekeurig blijft zien. Blond haar, een juiste dosering gel en blauwe ogen. Het zou een mooi gezicht kunnen zijn, als hij niet zo wreed keek. “Kiek me niet zo an, klojo”, roept de jongen. “Moet je klapp’n hebben ofzo?” Skele Jan slaat zijn ogen neer. Het heeft geen zin. De jongen en zijn vriendjes slaan hun slag. Gebalde vuisten raken zijn schouders, borst, buik. De Nikes en Reeboks met modderspatten komen in zijn vlees, boven, onder en in de gordel. Het flitsen van een camera wordt steeds sneller en feller. Zijn hoofd klopt. Alles is zwart.

Skele Jan knippert met zijn ogen. De geur van urine, modder en opgedroogd bloed dringt zijn neus binnen en overweldigt zijn zintuigen. Buiten klinken gedempte stemmen. Hij staat voorzichtig op, oriënteert zich rechts van de deur en strompelt naar buiten. Jan op de fiets babbelt daar met twee mensen en kijkt dan op. “Hoe ist d’r met? Wat heb je oen haar mooi zitt’n. Bin je bi-j de kapper geweest?” Jan op de fiets knippert met zijn ogen. Er klopt iets niet. Skele Jan zet nog een stap en zakt door zijn knieën. De twee wandelaars slaken een kreet en bellen de hulpdiensten.

Met Skele Jan kwam het weer aardig goed. Hij geniet van een warm bed op een witte kamer van de eerste soep sinds zijn opname. Zijn bejaarde moeder streelt zijn haar en zoekt met behulp van haar neven en nichten naar een prettig en veilig nieuw onderkomen voor haar zoon. De daders zijn nooit gevonden, maar de sociale controle op de dorpsgekken is flink verhoogd. “Ze hoort d’r bi-j, dus doar blief je met de poot’n vanaf,” is het nieuwe motto van de inwoners. En zo leven Poet’n Jan, Manke Jan en Jan op de fiets nog lang en vredig verder in het pittoreske dorp Vjenne.


7 reacties

Avalanche · 3 december 2009 op 17:28

Is Skele A. even blij dat ze niet in Vjenne woont!

Emiliever · 3 december 2009 op 19:10

Deze is wat minder lollig, maar daardoor misschien juist mooier. Erg hè, dat er (jonge) mensen zijn die er gewoon lol in hebben een ander pijn te doen…

LouisP · 3 december 2009 op 19:31

Neusk.
‘k vind dit de beste van de vier. Triestig, dat wel maar al die linkse ‘afwijkingen’ertussen geweven zijn wel komisch..
dialect is trouwens leuk om te lezen..
Louis

SIMBA · 3 december 2009 op 19:37

Ik vind deze echt heel erg goed Neus!
Heel beeldend, heel triest maar ook heel erg realistisch (denk ik).

arta · 4 december 2009 op 16:50

Dit is de eerste die ik lees van de delen, maar ik vind hem erg mooi geschreven. Heerlijk ook, dat dialect!
🙂

Neuskleuter · 4 december 2009 op 20:35

Mooie reacties. Van dit verhaal bestaan alle ‘dorpsgekken’ echt, behalve de hoofdrolspeler. Ik weet niet of zoiets daadwerkelijk gebeurt, maar het kan zeker gebeuren, overal. Het zou mij niet verbazen, maar ik zou het wel heel treurig vinden.

KawaSutra · 5 december 2009 op 01:56

Ik moest opeens aan de boekenreeks van Merijntje Gijzen denken. Kan ik iedereen aanraden. Begint als een streekroman maar zodra Merijntje volwassen wordt lees je een aanklacht tegen het onrecht, ook toen al.
Mooi Neus, en moeilijk ook om zoiets vorm te geven. Ik doe het je niet na.

Geef een antwoord