Nog bijna slapend hijs ik me in mijn zwarte kledij: 7/8 broek, iets te wijde leren laarzen en een truitje. Als ik even ga zitten piept er aan beide kanten een stuk blote knie tevoorschijn, in een belegen al flink verschoten zomerbruin. Wel wat frivool voor de komende ernstige happening. Het is zaterdagmorgen half acht. Halverwege richting Antwerpen komen we hopeloos klem te zitten in een lange file. Mijn horloge vertelt na een kwartier al, dat op tijd komen geen haalbare optie is. Rondom ons auto’s met hoog opgetast gebloemd beddengoed achterin. Herfstvakantie voor hen, realiseer ik me. Herfstbegrafenis voor ons.
Van echtgenoot’s oudste broer gaan we vandaag afscheid nemen in een Belgische dorpskerk.
Door omstandigheden was er al jaren nauwelijks contact. Dus zo verdwijnt er iemand definitief die eigenlijk al verdwenen was.

Eindelijk van de grote weg af, blijkt de provinciale weg minstens zo druk. Stapvoets rijden we door de straten van Brasschaat met zijn dure winkels en dikke auto’s vol met gretig zaterdagshoppende belastingontduikers. Grote villa’s met soms torens lijken precies kerken. Het brengt ons in de war. We gaan de weg vragen. Ik roep naar een oude mevrouw aan de overkant: ‘Weet u misschien de Sint Joseph kerk?’
Haar teruggeschreeuwd: ‘Ik versta u niet!’ verstaan wíj wel. Echtgenoot steekt met levensgevaar naar haar over. Tussen de rijdende bolides door, zie ik haar wijzen en gesticuleren.

We zijn intussen al een half uur te laat. Uiteindelijk duikt de bakstenen kerk op, bewaakt door vier gehandschoende Vlaamse gaaien naast een grijze lijkwagen.
‘File’, verontschuldig ik me bedremmeld, als we hen passeren bij de grote deuren. Ze bewegen nog geen wimper.
Dan door een volle kerk naar een van de eerste rijen. Echtgenoot met het papier van zijn voorbereide tekst in de hand. We zitten amper of hij wordt al naar voren geroepen om te spreken.
‘John’, galmt het opeens keihard door de kerk. Iedereen schrikt op. De microfoon staat veel te hard afgesteld. Ik probeer met mijn handen nog een soort dimmend gebaar in zijn richting aan te geven. Helaas, hij ziet het niet. Het hele A4 door blijven zijn woorden met kanongeweld tegen de pilaren ketsen.

Er wil niet veel gevoel bij mij naar boven komen. Ik blijf toeschouwer bij een triest toneelstuk.
Alleen raakt het me wel als een kleinzoontje zijn woorden onverstaanbaar weg komt snikken. De pastoor met zijn glimlachende poppenkasthoofd mummelt ernstige teksten, het kale hoofd hemels beschenen door het rood uit een van de glas-in-lood ramen. In de eikenhouten kist ligt de broer waarschijnlijk verwonderd naar dit alles te luisteren. Na een leven vol conflicten had hij niet zoveel aardige woorden verwacht.

Later val ik in de sjieke condoleancegelegenheid, uitgehongerd aan op de verrukkelijke broodjes. Waar krijg je meer trek van dan van een begrafenis? Het kauwen geeft me een aards en levend gevoel. Ik bedenk zelfs ook wel zo’n begrafenis te willen: compleet met poppenkastpastoor, een preek in zacht Vlaams en vooral zulke kleine Belgische broodjes.

Categorieën: Verhalen

Avatar

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

14 reacties

Avatar

Ma3anne · 31 oktober 2008 op 19:12

[quote]Het hele A4 door blijven zijn woorden met kanongeweld tegen de pilaren ketsen.[/quote]
Je beschrijft het komisch, maar ik kan me voorstellen, dat je met samengeknepen billen zat. 🙄

Hoe je het voor elkaar krijgt, weet ik niet, maar al lezend reis ik mee naar het Vlaamse. Heel goed en ook grappig de sfeer neergezet, al betreft het een begrafenis.

Avatar

WritersBlocq · 31 oktober 2008 op 19:31


ben effe stil

Knuf Pau 😉

Avatar

Anne · 31 oktober 2008 op 22:19

Heel precies beschreven weer. Mooie stukjes, ik kan de broodjes proeven. In mijn familie ook twee sterfgevallen onlangs, broer van mijn vader en schoonzus van mijn moeder. Ik kan er niet bij zijn. Maar ik geloof dat ik die vervreemding ook zou voelen, na jarenlang nauwelijks kontact, en geen overwegend positief gevoel bij de overledenen.

Avatar

klapdoos · 1 november 2008 op 00:08

Hoe triest ook, ik zou in een deuk gelegen hebben, zag die hele film voor mij. Het harde geluid, de verbaasde blikken alom en jouw blik op die van “ik zit hier wel maar alleen voor de show”. Triest maar ik zag het helemaal voor mij dus mooi geschreven , nog gecondoleerd.
groet van leny

Avatar

Mien · 1 november 2008 op 03:19

Iets te veel stacato en met moeite geschreven.
Maar snap het wel. Emotie doet veel vergeven.

Edit: 2e keer gelezen, nu met ogen en hoofd iets meer open. Het begrafenisgevoel, de verstilde en verkilde emotie goed beschreven. Knappe column met lef.

Mien

Avatar

SIMBA · 1 november 2008 op 09:06

Sublieme titel en goed verwoordde gevoelens! Begrafenissen geven altijd plaats voor uiteenlopende emoties, ook al zit je dan met een uitgestreken kop in een kerk of aula.

Avatar

Dees · 1 november 2008 op 13:24

Er zit net wat minder visuele waarneming in dit stukje. En wat meer verhaal. En een beetje Pally, [i]as is[/i]. Een beetje onwennig kom je over hier en daar. Maar mooi stukje. Het gevoel van de begrafenis dat ik vaak krijg, lees ik in jouw stukje.

Avatar

Mup · 1 november 2008 op 17:57

:hammer: Het is de ideale manier om, mocht je het willen, mensen weer eens bij elkaar te brengen, een begrafenis ‘houden’ voor je overlijden.

Genoten van je verhaal,

Mup.

Avatar

Prlwytskovsky · 2 november 2008 op 11:05

Gaamse vlaaien naast de lijkwagen hoort nu eenmaal, maar geen wimper bewegen als familie binnenkomt?
Nee, niet bij mij; dan zou ik al rechtsomkeerd maken. Als mensen mij nu niet pruimen dan hoeven zij ook niet te komen treuren als ik ondergelepeld word.

Los van de treunis die jij hier beschrijft is dit een maar al te waar verhaal.

Avatar

KawaSutra · 3 november 2008 op 00:11

Een hele belevenis, zo’n begrafenis.

Avatar

Neuskleuter · 3 november 2008 op 08:39

Begrafenissen zijn zo nu en dan net een familiereünie, maar de broodjes maken het toch compleet. Zo ook in jouw verhaal.

Avatar

Troy · 3 november 2008 op 08:51

Het valt me op dat ik jou in je columns jezelf vaak een beetje zie registreren als een soort ‘outsider,’ iemand die nauwlettend observeert en zich altijd lichtelijk ongemakkelijk lijkt te voelen. Dat geeft je teksten tevens iets kwetsbaars. Mooi.

Avatar

pally · 3 november 2008 op 09:27

Mijn dank voor alle reacties!

groet van Pally

Avatar

lisa-marie · 3 november 2008 op 11:37

Lees het pas net en wederom genoten .
Je raakt precies de emotie, van iemand van wie je afscheid neemt maar eigenlijk door geen of weinig contact al lang afscheid is genomen, in al zijn facetten.
Ik heb hem twee keer gelezen en mijmer even verder.

Geef een antwoord