Een tijdje geleden schreef ik “Aanmoederen”. Dat heb ik geweten. Men vroeg of ik wel wist, dat Lief de klus van die fiets van mij geheel vrijwillig deed. Of ik er rekening mee hield, dat mijn zoon nu eenmaal een kind was, die op gezette tijden aandacht vraagt. Redelijk onthutst en van mijn stuk gebracht krabde ik me eens achter mijn oren. Was ik te ver gegaan? Wilde ik persé leuk doen om leuk te zijn? Had ik de grens bereikt of overschreden? Diep van binnen vond ik –met her en der wat aanpassingen in het stuk- van niet. Een zaterdagmiddag zoals in “Aanmoederen” beleef ik ongeveer zesentwintig keer per jaar. Voor de rekenaars: om de week, ja. En ik vind het heerlijk, een zaterdagmiddag met een gezellig huis vol spelende kinderen. Zolang ze zich vermaken.
Wanneer ze dat niet doen en zich gaan vervelen, ligt het anders. Dan veranderen ze wat mij betreft in nare kinderen en daar word ik zelf ook een beetje narig van en dan ga ik narrig schrijven. Kinderen zijn in de meeste gevallen kampioen in overleven en doorgaans prima in staat om te relativeren. In de meeste gevallen komt er geen volwassene aan te pas.
Op advies besloot ik, toch niet helemaal gerust, om het gewraakte stukje door de twee liefste mannen in mijn wereld te laten lezen. De schatten houden alle twee niet van lezen, dus ze hadden het stukje nog niet gezien. Hoewel mijn ziel buitenshuis schreeuwt om applaus, geldt dat niet voor binnenshuis. Kritiek door familie of bekenden komt namelijk veel zwaarder binnen als die van buiten. Buitenlui weten immers niet beter.
Met lood in de schoenen heb ik het stuk gepakt en gevraagd of manlief het wilde lezen. Dat wilde hij niet. Wilde ik het in plaats daarvan voorlezen? Na flink gestotter van mijn kant kwam het oordeel. Niets om je druk over te maken. Was dat alles? Ik realiseerde me weer eens te meer, hoezeer ik bof met deze man. Niet alleen is hij lief en heeft hij een brede rug, hij is zorgzaam, hij pikt veel van mij en door zijn handigheid wordt hij als dank regelmatig overladen met klussen.
Vandaag liet ik het stuk aan mijn nageslacht lezen. “Jemig mam, wat een lang stuk. Moet het echt?”, vroeg hij. Martelmoeder die ik ben, antwoordde ik dat het moest. “Ik schrijf ook wel eens over jou en papa. Zo kun je zien, wat ik schrijf en waarover.” Met een diepe zucht begon hij te lezen. Het bleef akelig stil. Na een tijdje vroeg ik wat hij er tot dusver van vond.
“Het klopt niet, mam” zei hij tot mijn schrik. De paniek in mijn hoofd nam toe.
“Je hebt het helemaal verkeerd opgeschreven ”, zegt zoon lachend. “Jouw auto is niet blauw. Hij is paars”.

5 reacties
Avalanche · 24 mei 2010 op 15:04
Voor de volledigheid ‘deel 1’ nog even opgezocht. Vind ik helemaal niks mis mee, net zoals met deze, overigens. 😉
Ontwikkeling · 24 mei 2010 op 16:59
thx Avalanche…kritiek kwam ook uit onverwachte hoek.
lisa-marie · 24 mei 2010 op 23:15
[quote]”Je hebt het helemaal verkeerd opgeschreven ”, zegt zoon lachend. “Jouw auto is niet blauw. Hij is paars”.[/quote]
Die kinderen zien het ook allemaal heel anders.
😆 😆
LouisP · 26 mei 2010 op 12:44
Ontwikkeling,
mooi..mooi zo’n ‘gewone’ gebeurtenis die best bijzonder is..
groet,
Louis
Fem · 26 mei 2010 op 19:57
Volgens mij was deel 1 nog best bescheiden hoor 😉