Ouderdom komt met gebreken

“Goede middag mevrouw” Twee met huidplooien omringde ogen kijken mij vanachter een stel jampotglazen uit het jaar nul ongeduldig aan. “Goede middag mevrouw, wat kan ik…” Nog voor ik mijn zin af kan maken wordt er een mobieltje, nouja mobieltje, een koelkast in mijn handen gedrukt. “Twintig euro erbij graag” wordt er in mijn gezicht gesnauwd.

Vita brevis

Met een brok in mijn keel staar ik naar de groep wolken die zich verzamelen boven het vandaag zo zonovergoten grasveld. Een zeurende pijn trekt langs de de zijkant van mijn hoofd terwijl ik mezelf uit de krakende tuinstoel omhoog hijs.
Vertrouwen, de letters blijven bonzend terugkomen in mijn hoofd en bij elke stap richting de deur voel ik het gebonk in mijn hoofd erger worden.

Solis!

Met de zon in mijn gezicht loop ik langs de grote vijver achter ons huis. Ik hef mijn hoofd een beetje op, en genietend laat ik de warme straaltjes neerdalen op mijn lichaam. Behendig klim ik over het hekje en vervolg mijn wandeling over het alweer veel te lange gras.

Druppels

Regen, het geluid van de druppels die tegen mijn raam kletteren ontwaken me met een klap uit mijn droom en ik hoor de wind met geweld over het dak van mijn zolderkamertje razen. De rood verlichte cijfers van mijn digitale wekker schijnen in mijn gezicht. Het is stil in huis, ik loop zachtjes de trap af naar beneden en hoor de ademhaling van mijn vader en zusje van achter hun slaapkamerdeuren. Ik plens wat water in mijn gezicht, en met een zucht bedenk ik me dat het pas maandag is. Nog een week wachten…

Wolken

Met een klap trek ik de voordeur achter me dicht, en enigzins geirriteerd loop ik driftig richting de tramhalte. Ik ben me ervan bewust dat ik een chaotische verschijning moet zijn voor de mensen om me heen, en als de buurman me fronsend aankijkt terwijl ik voorbij raas, wil ik het liefst van de aardbodem opstijgen en even verdwijnen in de massa wolken die boven mijn straat hangt.

Chaos

Ja hoor, vandaag is het weer zo’n dag. Zo’n dag dat alles niet loopt zoals ik wil, vanaf het begin. Vanaf het moment dat de wekker gaat en ik mijn grote teen tegen mijn tafeltje stoot terwijl ik de rest van mijn lichaam uit bed probeer te hijsen. Vloekend zoek ik de knop van het licht, en daarbij glijd ik met mijn eerste voet van de bovenste tree van de trap. Nog net op tijd weet ik me vast te klampen aan de trapleuning. En terwijl mijn kloppende hart nog luider klinkt dan het geluid van mijn wekker zo’n 20 seconden geleden strompel ik de trap af.