Op de vlucht

Willem lag roerloos op de grond. Plotseling zag ik beelden van John en Alex aan de deur. Ze zouden niets vragen. Ze zouden zo naar binnen lopen. Ze zouden mij buiten westen slaan en daarna Connie.
‘Je hebt ’m doodgeslagen!’ riep Connie vol afschuw. Ze was naast Willem in het gras gaan zitten. Ze tastte naar zijn hals.

Knock-Out

De knuppel kwam vlak naast mijn hand terecht en sloeg brokken sponzig hout uit de pingpongtafel.
‘Govrdomme,’ vloekte Willem.
Hij keek me aan met die kleine stekende oogjes. Hij was woedend.

Klappen

Willem wrong zich met moeite door het gat in de heg en bleef toen aan de andere kant staan. Hij keek ons aan met die vreemde blik in zijn ogen. ‘Kom!’ beviel hij opnieuw.
We keken elkaar aan. Hij was gek. Maar wat moesten we? Als we niet kwamen kregen we vandaag of morgen John of Alex op ons dak.

Straf de bozen

Connie gilde. Ik verstijfde. Vlak voor me hield Willem halt. Zijn handen grepen mijn schouders.
‘Kzoujedoodmottemake,’ grauwde hij uitzinnig van woede. ‘Harstikkedood!’
Connie was opgestaan en rende om de tafel heen naar hem toe. ‘Wil je daar direct mee ophouden!’ gilde ze.
Ondanks mijn verlamming keek ik haar vol bewondering aan. Mijn verkeerslichtmeisje!

Spicht maakt het uit

We zaten samen buiten achter het huis toen het gebeurde. Sinds de eerste dag dat we hier woonden dronken we een pilsje op het terras. We zijn geen drinkers. Maar het was warm en we waren zo’n beetje door alle klussen heen. We hadden het verdiend.