Waarom mag je niet zijn zoals je bent?

Zacht knarst de Waterman over het tachtig grams papier. Bijna onhoorbaar voor de wereld. Het is nog stil in het park. Sinds een paar dagen zijn de knoppen in de bomen groter geworden en staan op het punt open te ploffen. De bomen in de straten dragen hun witte bloesem al met trots. Zomaar ineens is de lente in het land en alles fleurt op. De dieren in de kinderboerderij zijn er ook stil van. Kleine geitjes en bokjes huppelen om hun moeder heen, sommige op zoek naar de tepel met warme moedermelk. Ze zijn wars van alles in de wereld. De natuur laat zich nergens toe dwingen, de mens wel want hij plaatst zich buiten de natuur.

De tovertante uit Afrika

‘Kan jouw tante echt toveren’, vraagt Jacky aan haar vriendin. Tira huppelt een stuk voor Jacky uit. ‘Ja natuurlijk’, roept ze achterom. ‘Dat heb ik toch in de klas verteld. Of geloof je me niet?’

Tuurlijk, kwijt

Verdomme!
Ik heb er één. Ik wel dus en veel anderen niet, begrijp ik uit de media. Je zult maar een hart nodig hebben en er is er geen beschikbaar. Ga je toch maar mooi dood. En je zult maar net niet dood willen. Da’s lullig.