Waarom mag je niet zijn zoals je bent?
Zacht knarst de Waterman over het tachtig grams papier. Bijna onhoorbaar voor de wereld. Het is nog stil in het park. Sinds een paar dagen zijn de knoppen in de bomen groter geworden en staan op het punt open te ploffen. De bomen in de straten dragen hun witte bloesem al met trots. Zomaar ineens is de lente in het land en alles fleurt op. De dieren in de kinderboerderij zijn er ook stil van. Kleine geitjes en bokjes huppelen om hun moeder heen, sommige op zoek naar de tepel met warme moedermelk. Ze zijn wars van alles in de wereld. De natuur laat zich nergens toe dwingen, de mens wel want hij plaatst zich buiten de natuur.
