Tijdje houden

Boven mijn hoofd barst een oorverdovend gekakel en gelach los. Ik laat ze even begaan, maar na een poosje vind ik het welletjes. Ze hadden me namelijk verzekerd dat ze samen huiswerk zouden maken en ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat een berg wiskunde zoveel lol teweeg kan brengen. Ik ga dus maar eens even informeren naar de stand van zaken. Slap van de lach hangen dochter en haar vriendin aan de keukentafel en ze kalmeren niet, zodra ik binnenkom. Veertien, allebei. Twee handen op een buik en bijna iedere middag samen, in ons huis. Soms voelt het net alsof ik twee dochters heb, in plaats van een.

Mooie blik

Nooit heeft iemand gezegd dat ik mooie ogen heb. Ze zijn klein en van een onbestemd soort groen. Al op driejarige leeftijd moest ik ze van de oogarts verstoppen achter brillenglazen. Tot overmaat van ramp moesten die glazen ook nog eens beurtelings afgeplakt worden. Toen ik vervolgens over mijn bril heen ging kijken, verordonneerde de oogarts dat de afplakpleister voortaan direct over mijn oog geplakt diende te worden. Jarenlang ging ik als een eenogig meisje door het leven.

Einde aan het lijden

Even gluur ik door het raampje in mijn voordeur, benieuwd wie er heeft aangebeld. Ik verwacht noch bezoek, noch de postbode. Voor de deur staat een mij onbekend ouder echtpaar geduldig te wachten tot ik opendoe. Net nog las ik in de krant, dat er in een wijk verderop voortdurend overvallen op woningen worden gepleegd. Ik durf het risico met deze mensen wel te nemen; ze zien er ongevaarlijk en weldoorvoed uit. Allebei keurige kleding aan, misschien zelf iets te netjes voor een gewone doordeweekse dag. Als ik opendoe, valt me onmiddellijk de enorme bruinleren schoudertas van de man op. Welk doel dit onaangekondigde bezoek heeft, wordt me daarmee meteen duidelijk.

Afsluiten zonder leugens

Sinds die rampzalige december van 2005, schrijf ik je ieder jaar rond deze tijd een brief, die ik vervolgens bewaar zonder hem te versturen. Het is een ritueel geworden dat hoort bij het afsluiten van het jaar. Onlangs informeerde je per e-mail of alles goed ging met ons en ik antwoordde dat het bijna niet beter kon. Dat we aan prachtig jaar achter de rug hadden. Je weet dat ik een slecht leugenaar ben, maar je slikte mijn verhaal voor zoete koek. Weet je dat het me niet eens meer verbaast, dat je niet echt geïnteresseerd meer bent in haar, in mij?

Vijftien december

Ik kijk in mijn agenda en zie dat het vandaag vijftien december is. Op de kop af twintig jaar geleden ging ik met mijn toenmalige aanstaande echtgenoot in ondertrouw. Dat feit doet me vreemd genoeg helemaal niets meer. Het feit dat we uitgerekend vijftien december als datum kozen wel. Op deze dag namelijk werd mijn oma, met wie ik een heel bijzondere band had, geboren. Ze woonde, samen met mijn opa, in hetzelfde huis als wij. Ik ben naar haar vernoemd. Mijn gelaatstrekken lijken veel op die van haar en ook wat karakter betreft waren er veel overeenkomsten tussen ons. Had ze nog geleefd, dan was ze vandaag 111 geworden.